hidden agreements

unnamed-3

Design © Laura Pappa

Donderdag 3 mei (20.30u) is de première van Sedje Hémon | Hidden Agreements in Korzo Theater, Den Haag. Een visuele performance die ik bij deze van harte wil aanraden aan liefhebbers van beeldende kunst en hedendaagse muziek. Over het intrigerende leven van Sedje Hémon (1923-2011) is veel te vertellen. Over de wijze waarop Marianna Maruyama (kunstenaar uit de V.S.) en Andrius Arutiunian (componist van Armeens-Litouwse origine) als kunstenaars-in-residentie vanuit het huis van Sedje Hémon haar artistieke erfenis recht doen en actualiseren nog veel meer. De inzet en finesse van het jonge Haagse ensemble Modelo62 is tenslotte de laatste reden om deze voorstelling niet te missen. Volg dit blog voor updates en kom vooral kijken op 3 mei.

Advertenties

overleven – een methode

In 2016 kocht ik één cd, op dringend aanraden van een vriend. Ik ben hem dankbaar, want het is prachtig en ik draai het maandelijks. Maar goed, dit staat er nu veel op, momenteel at Tchong’s. Doe er uw voordeel mee, of niet.

ethiopiques 30.jpeg

Nummer 30, reeds!

Pixvae, Pixvae (Buda Musique/XMD)
Girma Bèyènè & Akalé Wubé, Mistakes on purpose (Éthiopiques, volume 30) (Buda Musique/XMD)
Béton Armé, Chamber music by Iannis Xenakis (BV Haast)
Trio 7090, 709001 James Fulkerson (www.zeventignegentig.nl)
Trio 7090, 709003 Michael Finnissy (www.zeventignegentig.nl)
Nora Mulder & Rogier Smal, idem
The Brotherhood Youth Fellowship Choir, My Joy Is So Great In Olumba, Music From Heaven, Exotic Gospel (SOMU 5) NB: dank aan zielsverwant F.!
Luna Zegers, Entre dos Mundos (Moonday Records)
Bongomatik, Espanderland (Indieplant)
Jeditah, Waves (eigen beheer) (ex-collega maakt prachtige muziek)
Ruud Houweling, Erasing Mountains (Arland Records/PIAS)
CaboCubaJazz, Corason Africano (Timbazo/MatosMusic)
Erik Voermans, Still (Attacca)
Erik Voermans, Yabanraku (eigen beheer)
Waed Bouhassoun, La voix de la passion (Buda Musique/XMD)
King Champion Sounds, To awake in that heaven of freedom (Excelsior)
King Champion Sounds, Fool Throttle/Debby One Day (Tractor Notown, 7″)

Uit het archief trok ik deze items, die ook vaak weer klinken:
Roy Nathanson, Subway Moon (Yellow Bird Records, 2009)
Elza Soares, Vivo Feliz (Recohead, 2003)
Elza Soares, dO CÓCCIX atÉ O PesCOçO (Discos Maianga, 2002)
Peregoyo Y Su Combo Vacana, Tropicalisimo (Discos Fuentes, 1972/World Circuit 1989)
Peregoyo Y Su Combo Vacana, El Rey Del Currulao (Otrabanda Records, 2004)
Dinosaur Jr., Give A Glimpse of What Yer Not (JagJaguwar, 2016)

Vannacht had ik mijn jaarlijkse Trout Mask Replica moment. Zal wel de nawerking van de volle maan zijn geweest, maar wat blijft dát een monument van een plaat. Niet te geloven!

currently in high rotation

2017-01-29-20-38-21
These gems are currently in high rotation at Tchong’s, more about this later:

Keiko Shichijo, Komitas Vardapet/Six Dances (Makkum Records)
Anne-James Chaton, Andy Moor & Thurston Moore, Heretics (Unsounds)
Luna Zegers, Entre dos mundos (Eigen Beheer)
Jeditah, Waves (Eigen Beheer)
Ruud Houweling, Erasing Mountains (Arland Records/PIAS)
Waed Bouhassoun (& Moslem Rahal – flûte ney), La voix de la passion
(Buda Musique/Xangó Music Distribution)
Osama Abdulrasol Quintet, Jedid (Homerecords)
Göksel Yilmaz Ensemble, Kan Zaman (Eigen Beheer)
Kraayenhof Tango Ensemble, ¡Fuerza! (Bando Dreams)
Tim Langedijk Trio, Up North (The Sand Records)

radicaal ruimen

Na omvangrijke werkzaamheden van een opruimend karakter, men moet toch wat in de vreselijkste aller maanden, ben ik tot wat voorzichtige conclusies gekomen.

1. Er schuilt een hoarder in mij – zo blijk ik alle bioscoopkaartjes sinds 1992 en vrijwel alle concertkaartjes sinds 1990 bewaard te hebben. Alsmede concerttoelichtingen (de vroegste die ik hervond is van Kronos Kwartet (sic) tijdens het Holland Festival van 1992), antieke boekhoudjaren, brieven, kaarten, 3D-herinneringen (festivalbekertjes, festivalpolsbandjes) en wat dies meer zij.

2. Opruimen kan alleen maar rigoureus, dan maar met pijn in het hart en een vertwijfeld hoofd. Reeds vier winkelwagens papier reed ik naar de stortbak, onderwijl tegen mezelf prevelend: ‘alleen wat vreugde schenkt mag ditmaal blijven, Tchong’. Wat overbleef wordt nu gerangschikt op een schaal die loopt van ‘veelzeggend, iets mee doen’ tot ‘vergeten waarom’. Het is de bedoeling dat die laatste categorie uiteindelijk ook verdwijnt.

3. Radicaal ruimen is een effectief middel tegen januariblues.

Figuur 1: scherf van de gitaarhals van Steven Vinkenoog, gitarist van de Arnhemse groep Cromlech (s.a.).
Figuur 2: gebruikt drumstokje van Robert Ellis, drummer van P.J. Harvey (Effenaar, Eindhoven, circa 1992).

Koyaanisqatsi: Patroonherkenning (Marie Meeusen & Jaïr Tchong)

 Koyaanisqatsi
Still uit Koyaanisqatsi (www.pomegranatearts.com)

Een cultfilm uit 1982 in 2016 zien levert onherroepelijk vormen van onbehagen op, variërend van overkomelijk tot ernstig. Reputatie en verwachting gaan vooraf aan ieder kunstwerk, en bij een cultfilm misschien nog wel meer dan gewoonlijk al het geval is. Koud twintig minuten in Koyaanisqatsi valt me ineens een zekere mate van demagogiek op die in de jaren zestig, zeventig en tachtig couranter moet zijn geweest dan nu. Associatie: De Club van Rome en de angst die dat rapport de westerse wereld een sensibiliteit en een politiek fundament gaf. In sneltreinvaart op naar de ecologische apocalypse – uw tijd is over, aardbewoner.

Ook al zei je ‘ik wacht hier op je’ bij de ingang die voor mannen bedoeld was en ontsteeg je met die particuliere zin het ritme van het universeel dwangmatige, het bleef beklemmend om na afloop de vrouwentoiletten te zoeken. Op mijn netvlies stond de aftiteling. Het netjes gestroomlijnde leek niet meer dan wat uiteindelijk als een stofwolk op de aarde neerdaalt – Hopi’s hebben gelijk.

Koyaanisqatsi: prachtige beelden van destructie, in een genadeloos retorische montage die de kijker klem wil zetten in wat welbeschouwd een particuliere overtuiging moet heten: de mens is voor de aarde een kankergezwel. Maar de pretentie van tijdloos meesterwerk die filmer en componist moet hebben gemotiveerd wordt onderuitgehaald door zowel de alomtegenwoordige, in zijn futurisme verouderde synthesizerklank, als de beelden van de grootstadsbewoners – van funky soulbroek tot kantoorklerkkostuum, een en ander volgens de mode van 1982.

Ook al liep ik tegen de stroom in, ik stevende af op een hokje, in een blok, in een stad, vlakbij een metrostation waar ov-chipkaarten ons allen leesbaar maken – in Rome was het vorige week nog net zoals in de beelden uit 1982: het kaartje verdwijnt in de metalen gleuf en komt er een paar decimeters verder schijnbaar ongewijzigd uit, terwijl de deuren zich openen. Kunnen we weigeren? Hoe klinkt die weigering, hoe ruikt ze, hoe blijft ze liefdevol?

Afgezien deze reserves: wat zegt Koyaanisqatsi ons? Toen de aanvankelijke irritatie was verdwenen (‘is dit National Geographic gone bad, met een pretentieuze componist aan boord?’ riep het interne koor), en vooral na de versnelde delen met de bijbehorende, hoogst effectieve klankagitatie, kwam ik opnieuw onder de bekoring van dit rondtollend stuk wereldleed op film.

Ook al spraken we af om niet te praten over wat we gezien hadden, toen je vertelde dat je je Facebookaccount had opgeheven omdat de blauwwitte mal elk geheim vernietigt, zelfs dat van grote kunstenaars, leken we toch niet te zwijgen. ‘Allemaal hetzelfde, we zijn eenheidsworst,’ hoorde ik een man zeggen. Je zei: ‘We moeten onze oren sluiten voor wat ze zeggen’. Vinden we daarin het geheim terug, in die ontluistering?

Ineens doemt er binnen dit hermetisch uurwerk iets op wat me voorkomt als een vorm van humanisme. Na alle soms kinderlijk overdreven patroonherhaling geeft de filmer ineens volop ruimte aan de paradijsvogel, aan het individu, aan de afwijking van de norm. Aan de mens, de tragische mens, gevangen als hij is in collectieve patronen die zijn soort onherroepelijk van de kaart zullen vegen. Als een ‘ghost in the machine’ lijkt de stelling van deze film te ontsporen.

Ook al kan ik over de muziek niets zinnigs zeggen, toch vraag ik me af wat het verband is tussen Ludovico Einaudi die zijn piano bespeelt op een smeltende ijskap en Philip Glass die zijn soundtrack bij Godfrey Reggio’s film vierendertig jaar na verschijnen live in metropolen speelt. De urgentie die eraan ten grondslag ligt, is waarschijnlijk dezelfde, maar over doeltreffendheid kan ik net zomin iets zinnigs zeggen.

Na deze tour de force was het ditmaal de eindaftiteling die mij de genadeslag gaf: de eindetijdsvoorspelling van de Hopi-indianenstam waaraan Koyaanisqatsi zijn titel ontleent. Als onze tijd over is, dan zal de aarde bedekt zijn met zwart spinrag.

Ook al voel ik weerstand, toch vraag ik me hoopvol af of we niet allen anders afgepeigerd, kwaadaardig en geprogrammeerd zijn? Kunnen we particulier zijn, bijvoorbeeld door tegen massa’s in te verdwalen en te zeggen ‘ik wacht hier op je’? Ogenschijnlijk steeds opnieuw uitgesproken, maar telkens met een ander timbre. Wanneer volstaan we? We zijn wolken. Wolken zijn water, wolken zijn vuur, wolken zijn stof.

Koyaanisqatsi door Philip Glass Ensemble. 19 augustus 2016, HMH, Amsterdam. Deze blogpost is een samenwerking met Marie Meeusen.