inhoud + stijl = bingo

Net woonde ik een ‘themalunch’ bij, georganiseerd door De Coöperatie, een jong initiatief om freelance journalistieke krachten te bundelen. Er is een fijn werkpand aan de Amsterdamse Plantage Middenlaan, er zijn veel aansprekende leden (ook trouwens geassocieerd: zelf werd ik via Cultureel Persbureau lid) en de activiteiten worden langzaam uitgerold. Oprichter en visionair Teun Gautier beschikt over een trefzekere monterheid die maakt dat je twijfels over de toekomst van de journalistiek als sneeuw voor de zon verdwijnen.

Zojuist hoorde ik de redactiechef van de Groene Amsterdammer een tiental journalisten toespreken over ‘onderzoeksjournalistiek in freelance tijden’. Heel interessant voor een freelancer om te horen hoe er tegenwoordig op de redacties van kwaliteitsmedia wordt gedacht. Redactiechef (tevens VVOJ-voorzitter) Evert de Vos bracht in een aantal stellingen een hecht doortimmerd betoog te berde, met rake tips voor zij die (nog) willen leven van de journalistiek.

Het lijkt contra-intuïtief en het is natuurlijk de ideale borrelpraat om te lamenteren over de deerniswekkende toestand van de journalistiek. Fenomenen zoals Trump, Poetin, Erdogan en hier in den lande de Roze Khmer genaamd Geen Stijl – het is niet heel moeilijk om soms geheel wanhopig te geraken. Maar De Vos ging daar juist op aangename wijze tegenin – net zoals trouwens het blad waarvoor hij werkt. Voor kwaliteitsjournalistiek zijn dit in potentie gouden tijden. Maar die allround, klassieke journalist van een paar decennia terug – tja die moet aan de slag met herscholing of toch maar iets anders gaan doen.

De toekomst is aan de specialist, is de stellige overtuiging van De Vos. Zelf werkt hij al dertig jaar in de journalistiek en vanuit zijn optiek is de journalistiek juist veel beter geworden. ‘Als je die oude stukken naleest van de jaren zestig en zeventig, zelfs van de grote namen van toen – veel daarvan is onleesbaar. De huidige journalistiek is tegenwoordig veel minder bevooroordeeld, veel analytischer en narratief ook sterker.’

Die positieve analyse heeft wel implicaties: de eisen die aan een succesvol journalist tegenwoordig worden gesteld zijn veel zwaarder. Waar de klassieke journalist de ene dag een stukkie schreef over de nationale industrie en de volgende dag een ‘hard boiled’ politicus een gesprek afnam (bij voorkeur in de kroeg) is dat aloude, allround model nu echt gedateerd. Journalistiek was ooit het terrein van dilettanten en autodidacten, maar tegenwoordig kun je alleen maar het verschil maken met specialistische kennis.

Daar is ook een hele logische reden voor: het nieuws dat die allround journalist pleegt te produceren is door internet gratis geworden en staat eerder on line dan dat een medium er een redactioneel strikje om kan doen. Juist de doorwrochte, diepgravende journalistiek heeft de toekomst – hiervoor wil de lezer wel betalen. De oplagecijfers van de Groene stijgen – in weerwil van de generale trend. Dus in ieder geval sprekend vanuit ‘s mans werkplek heeft De Vos een sterk punt. Wat die andere kwaliteitsmedia dan fout doen blijft wel de vraag. Vrij Nederland? Opzij? Telegraaf? AD? De lijst van noodlijdende media is eindeloos, vooral print.

En de betaalmuur dan? “Een succesvol online betaalmodel is nog niet gevonden”, zei De Vos terecht. Daar weet ik zelf helaas ook alles van – vorige week ontving ik mijn eerste betaling voor vier websites. Als je geen celeb bent, of een ijzersterk mediamerk zoals Volkskrant achter je naam hebt staan ben je op Blendle helemaal niets.

Nog wat concrete tips van deze themalunch: liever jezelf verdiepen in 1 of 2 onderwerpen, en op die dossiers vervolgens de ‘first to call’ authoriteit worden. Jezelf specialiseren met onderzoeksjournalistiek kan zo zelfs een onderdeel worden van meer carrièrematig denken. Dus in plaats van hoppen van slecht betaalde opdracht naar slecht betaalde opdracht in 1 onderwerp duiken en daarmee je winkeltje runnen.

De lezer heeft vast door dat de auteur van dit blog inmiddels tegen zichzelf praat. Tenslotte wil ik u een aanbeveling niet onthouden: niet alleen de inhoud moet ijzersterk zijn, de presentatie is even belangrijk. Die grootste, smerigste scoop die u heeft ontdekt, maar serveert in een kreupele stijl? Die zal het niet halen tot de kolommen van de Groene. Dus naast onderzoekstechniek moet de vooruitstrevende onderzoeksjournalist toch echt weer ouderwets de literatuur in om te zien hoe de meesters het doen.

Bij die nadruk op stijl die De Vos legt moest ik denken aan een roemruchte Parool-redacteur wiens gevleugelde woorden naast de koffieautomaat hingen vereeuwigd: ‘arreme, arreme leser!’ (uit te spreken met 020 tongval). Misschien is de klassieke journalistiek inderdaad dood. Maar de behoefte aan goed geschreven, diepgravende verhalen zal nooit verdwijnen. Monter verliet ik de lezing en ging aan de slag.

‘Style is the answer to everything.’ Anil Ramdas mocht het gedicht Style van Charles Bukowski graag voordragen. Vooral later op de avond. ‘Het is beter om stijlvol iets saais te doen, dan om iets gevaarlijks te doen zonder stijl. Iets gevaarlijks doen met stijl is wat ik kunst noem.’ Dat is wat de schrijver, journalist en programmamaker Anil Ramdas wilde: met stijl iets gevaarlijks doen. Voor hem ging het niet alleen om wat je zegt, maar minstens evenveel om hoe je het zegt.
-Pieter Hilhorst, Meneer Bovary – over de actualiteit van Anil Ramdas, Groene Amsterdammer, 26 oktober 2016.

je kan het dak op

Op een van de meest onverwachte plekken van Amsterdam, een vormeloos industrieterrein in Noord, is er al een aantal jaren een prachtige concertserie omtrent ‘jazz’ en ‘wereldmuziek’. Bovenop een industriepand heeft men een dakterraspodium gebouwd, waarop het aangenaam toeven is. Vanmorgen kreeg ik het programma van komende zomer en het ziet er wederom spannend uit. Elf avonden tussen 2 juni en 25 augustus, ik heb ze alvast allemaal in de agenda gezet.

Bij mijn weten is het dit jaar voor het eerst dat concerten twee avonden achter elkaar worden aangeboden. Slim, want zo heb je the best of both worlds: een kleine, intieme setting, en toch tweemaal de kaartverkoop die nodig is om goede musici te kunnen betalen.

De Nirvanabewerkingen van Zapp4 staan hier vaak op, ten burele van Tchong. Altijd oppassen geblazen als klassieke musici zich over popmuziek gaan ontfermen, maar de Zappers weten dit riskante karweitje te doen zonder edelkitsch, en geheel in de geest van wijlen Corbain et al.

Wel schokkend dat Michael Vatcher Nederland gaat verlaten, ’s mans ‘creative music making’ in talloze formaties is me zeer dierbaar.

Aanvang: 20:30 uur
Entree: €18,- / €15 met CJP, Stadspas, Huisvuilpas met postcode 1021
Tickets: www.on-the-roof.com
Locatie: On the Roof (bedrijfspand ‘Op Zeezand’)
Johan van Hasseltweg 39, 1021 KN Amsterdam
Bereikbaar: Met de fiets 1 minuut vanaf pont Azartplein / Zamenhofstraat
– 5 minuten vanaf pont CS / Buiksloterweg
Met de auto: gratis parkeren
Meer info: www.on-the-roof.com

week 17

OF500_dWK

ORLANDO FURIOSO 500

Deze week begon met NT Gent die Houellebecqs Onderworpen ‘deed’, in de Amsterdamse schouwburg. Wederom viel een bewerking van Houellebecq me tegen: waar het boek een genadeloze politieke analyse geeft, gevat in een behoorlijk ongemakkelijk toekomstscenario, werd dat veellagige werk op toneel teruggebracht tot de bekering van een academicus tot de islam. Met wat toegevoegde kluchtigheid.

Hoewel er soms goed werd gespeeld vond ik het te mager vergeleken met de inspiratiebron, en bovendien: tezeer getrouw aan de tekst. Wat bij Houllebecq misschien juist wel helemaal niet gedaan moet worden. De mooiste scene was woordeloos en beeldend. Mijn belangrijkste bezwaar: er zat helemaal geen flow in de voorstelling, waardoor er ook geen samenballing van energie of zoiets als een invoelbaar drama in de zaal kon ontstaan. Een lange, matte avond was het gevolg.

Vrijdagavond was al een stuk levendiger, diep in noord. In het Concertgemaal zag ik een try out van Orlando Furioso 500, door het off beat gezelschap Barockpuppies. Een zeer losse bewerking van enkele verhalen uit het monumentale, zestiende eeuwse ridderepos Orlando Furioso, tot leven gestampt door de Siciliaanse verteller Alberto Nicolino, geflankeerd door acteur Henk Zwart, Saskia Meijs op altviool, Marko Bonarius op contrabas, Harry de Wit op diverse, geluiden voortbrengende instrumenten, Guusje Ingen Housz, samples en Martijn Grootendorst, visuals.

De kleine, hilarische ridderbeweging waarmee Nicolino de held van het verhaal steeds tot leven bracht deed me denken aan de vroege Hans Teeuwen, toen die nog samen met Roland Smeenk op het podium stond. Merkwaardig ook, hoeveel te volgen was van Nicolino’s opgewonden Italiaans, precies genoeg om de vertelling te kunnen volgen. Het beleg van Parijs dat mislukt omdat de held van het verhaal wordt gekweld door liefdespijnen, en hoe deze held zijn verstand uiteindelijk weer terug krijgt (hervonden op de maan en door zijn neus ingeblazen) – wanneer je jezelf overgeeft aan dit Renaissance surrealisme, dan opent zich een bijzonder fijne voorstelling.

De Siciliaanse jeugd kent het werk van Renaissance dichter Ludovico Ariosto (1474-1533) naar verluidt vers na vers uit het hoofd, en die cultuurhistorische inbedding ontbreekt hier in Nederland. Ik kreeg na deze avond in het Concertgemaal in ieder geval meteen zin in de vertaling die in 1998 bij Athenaeum, Polak & Van Gennep verscheen. Orlando Furioso 500 is vanaf 6 mei nog viermaal te zien, zie de speellijst.

Vanmiddag (zondag 30 april) woonde ik een Toets des Tijds concert bij, in Het Veem. Dit seizoen is daar rietblazer David Kweksilber ‘artist in residence’, en voor deze gelegenheid had hij een Kweksilber Big Band meegenomen in pocketformaat. Met Guus Janssen op piano, JanWillem van der Ham op fagot en saxofoon en Wiek Hermans op elektrische gitaar werd dat een bijzonder vrolijk stemmende middag.

Kweksilber (Asko Schoenberg Ensemble) staat bekend om zijn kwikzilveren muzikale intelligentie, die op diverse klarinetvarianten altijd speels en met veel zeggingskracht wordt gedemonstreerd. De gekozen setlist was op geen enkele manier vast te pinnen op gebruikelijke genrebenamingen – that’s what we like! Erg fijn waren de stukken gebaseerd op de ‘barbershop’ muziek die Kweksilber ooit van zijn moeder kreeg. Dat vraagt zeker om meer.

Toets des Tijds heeft dit seizoen nog twee programma’s: op zondag 14 mei om 15u het slotconcert van het Composers Festival van het Conservatorium van Amsterdam en op zondag 25 juni de wereldpremiere van Maud Sauer, De 4 jaargetijden, door David Kweksilber (klarinetten) en het Emmelle Kwartet. En verder nog die middag werken van Bela Bartok en Aaron Copland. Highly recommended!

Persepolis 030

Zondagmiddag (23 april) heb ik een prachtige middag in Utrecht meegemaakt, die veel meer was dan alleen maar nostalgie. Voor het Cultureel Persbureau schreef ik er dit verslag over (ook op Blendle en Reporters Online te lezen). De trend is om muziek te verkassen naar peperdure prestigegebouwen. Ik twijfel daar aan: in een werfkelder kan het ook. Alleen programmeringsgeld (dat ten goede komt aan de musici zelf, niet aan projectontwikkelaars en bouwcombinaties) is belangrijk.

jazzclub persepolis utrecht foto © jaap van der klomp

De Utrechtse jazzclub Persepolis (1957-1967), foto © jaap van der klomp

 

 

tip: persepolis utrecht

jazzclub persepolis utrecht foto © jaap van der klomp

Jazzclub Persepolis Utrecht, foto Jaap van de Klomp

Bron: Jazzflits (15de JAARGANG, NR. 276, 17 APRIL 2017)

Op de Utrechtse Culturele Zondag van 23 april wordt een eerbetoon gebracht aan het voormalige plaatselijke jazzpodium Persepolis. Dat opende op initiatief van Guus van Biela en Jaap van de Klomp in januari 1959 de deuren en werd al snel een succes. De Persepolis-middag start om 13.45 uur en vindt plaats in In De Ruimte (IDROudegracht 230 a/d Werf).

Een stroom van Nederlandse en internationale jazzmuzikanten vond in de tien jaar van het bestaan de weg naar de Utrechtse jazzkelder. De gebroeders Jacobs, zangeres Rita Reys, drummer Han Bennink, de saxofonisten Dexter Gordon, Johnny Griffin en trompettist Donald Byrd traden er ooit op. Aan het eind van de jaren zestig viel het doek door de opkomst van de popmuziek.

Het eerbetoon wordt gepresenteerd door Hans Mantel en eregast is Jaap van de Klomp. Ack van Rooijen (bugel), Rein de Graaff (piano), Ernst Glerum (bas), Han Bennink (drums), alsmede het ICP Octet treden op. Verder brengen Ad Colen (saxofoon), Wim Bronnenberg (gitaar), Wiro Mahieu (bas) en Bob Roos (drums) een eerbetoon aan saxofonist Wayne Shorter.

Tijdschema

13.45-14.30 uur | sessie door Ack van Rooijen (bugel), Rein de Graaff (piano), Ernst Glerum (bas) en Han Bennink (drums)

15.00-16.00 uur | ICP Octet: Mary Oliver (viool), Wolter Wierbos (trombone), Michael Moore (altsaxofoon en klarinet), Tobias Delius (tenorsaxofoon), Tristan Honsinger (cello), Guus Janssen (piano), Ernst Glerum (contrabas) en Han Bennink (drums)

16.30-17.30 uur | Tribute to Wayne Shorter: Ad Colen (tenor- en sopraansaxofoon, Wim Bronnenberg (gitaar), Wiro Mahieu (contrabas), Bob Roos (drums)

NB: Mooi portret van Jaap van de Klomp, die destijds nauw betrokken was bij Persepolis.