manifesto

2017-10-13 18.49.01

Julian Rosefeldts Manifesto is een even indringende als ongemakkelijke ervaring. Eerder dit jaar te ondergaan als installatie tijdens het Holland Festival, nu in 16 filmtheaters te zien als film. Uit een karrenvracht historische manifesten stelde Rosefeldt (beeldend kunstenaar, geboren in 1965) een collagetekst samen die door Cate Blanchett in dertien verschillende rollen wordt vertolkt.

Blijkens interviews en de aftiteling heeft Rosefeldt een eerbetoon willen geven aan het kunstenaarsmanifest. Ergens is dat vreemd, omdat zijn film maar weinig ruimte laat voor waardering van deze tekstvorm. Die genadeloze opsomming van pretenties, vanaf de Romantiek tot en met het postmodernisme zorgt voor grimlachjes en ongemakkelijk schuiven in je stoel: wat een wezenloos artistiekerig gebabbel! Vooral die megalomane aanspraak op het zogenaamde wereldhistorische belang van kunst gaat danig irriteren.

Het contrast tussen de ponteneur van de tekst met de alledaagse situaties waarin Blanchett die tekst brengt werkt heel bevreemdend, en vaak ook vreselijk grappig. Vreselijk en grappig tegelijkertijd. Bij sommige fragmenten merkte ik bij mezelf dat ik meer zat te luisteren dan te kijken – deze film vraagt om een tekstuitgave. Het sterkste fragment betreft een vlijmscherp mediakritiek statement: hoe de sensatiezucht van de grote, neoliberale mediamachten de democratie ontwricht. Als anchorwoman van staal maakt Blanchett een allesverzengende indruk.

Met een hart vol vraagtekens verliet ik het Haagse Filmhuis. Vanwaar de kunsten? Is dit een kritiek op de kunstenaar of de kunstcriticus? Of allebei? Werd kunstbeschouwing in de Romantiek een megalomane bedoeling of was dat al eerder aan de gang? Blijft een kunstvorm die zich rigoureus vastbijt in louter het ambachtelijke onbesmet van al deze poeha? Is er na deze Blitzkrieg van Rosefeldt nog een integere vorm van kunstbeschouwing denkbaar? Of van kunst? Is die typisch Nederlandse cultuurpolitieke eis van ‘cultureel ondernemerschap’ niet een angstaanjagende farce waar we zo snel mogelijk vanaf moeten? Wat dit laatste betreft dacht ik aan de prachtige woorden van bioloog Dick Hillenius die dit modieuze beleidsuitgangspunt reeds in 1974 heeft ontkracht.

“In die wereld is de functie van de kunstenaar, de woedende eenling, om gaten te maken in deze betonnen termietenheuvel, ademgaten, ondermijningen van elke absoluutheid. En juist omdat hij de materialen van deze wereld gebruikt en omzet tot iets van eigen weefsel, eigen territorium, is de kunstenaar een voorbeeld van ontsnapping.”

Het hele fragment is hier te lezen. De biologische benadering van Hillenius heeft me altijd aangesproken en komt me voor als weldadig apolitiek en dus overtuigend. Zijn opvatting staat haaks op de huidige praktijk in Nederland, waar je pas een kunstenaar bent als je zegt eigenlijk een ondernemer te zijn. Terwijl ik steeds meer aversie tegen die opvatting krijg: het zijn wezenlijk andere sferen. Nu de eindigheid van het kapitalistisch systeem steeds dichterbij komt hebben we meer dan ooit kritische stemmen nodig van buitenaf.

Met Manifesto schiep Rosefeldt een fragmentatiebom van een statement, dat ik hierbij dringend wil aanraden aan iedereen die zich bezig houdt met de vraag welke kunst ertoe doet en welke niet. Een louterende ervaring in letterlijke zin: eerst zuiveren, dan zien wat er overblijft. In die zin is deze hyperkritische film een daad van liefde, net zoals de romans van Houellebecq niet over de dood gaan, maar over gekapitaliseerde liefde en verdwenen oprechtheid.

NB: de opstijgende duif tussen de schoolkinderen in slow motion (het laatste tafereel van de film) kwam bij mij na al het gepraat binnen als een blikseminslag van haast ondraaglijke schoonheid. Bekeer ik mij hiermee tot een Romantisch manifest? Ontsnapt deze film aan zijn eigen premisse? Drie dagen later heerst Rosefeldt nog steeds in mijn systeem ..

Advertenties

tip: OCCII 25 jaar

Jace Clayton Uproot

Jace Clayton/DJ Rupture. Zaterdag 16 september in OCCII.

Op zaterdag 16 september viert het Amsterdamse OCCII, een van de weinige, nog authentieke culturele rafelranden van de stad, het 25-jarig bestaan. Overdag zijn er verschillende activiteiten, ook voor de kids, en om 16u speelt The Ex op het plein. Het programma bevat nog meer niet te missen optredens, zoals de Amerikaanse avantgardegitarist Eugene Chadbourne (check hier de geweldige countryplaat There’ll be no tears tonight, die hij in 1980 met o.a. John Zorn en Tom Cora opnam) en de Britse Eve Libertine (van Crass, de ultieme punkband, tevens van grote invloed op de vroege The Ex).

Jace Clayton (aka DJ Rupture) komt ook langs, voor een lezing en een dj-optreden. Clayton publiceerde onlangs zijn prachtige memoires. On the road avonturen van een deejay gezegend met een globale blik. Zijn observaties over digitale deejayculture in de 21e eeuw en de lastige tegenstrijdigheden van de ‘wereldmuziekindustrie’ – voor zover je nog daarover kunt spreken – verdienen een groot publiek. Clayton zal ongetwijfeld een passend pleidooi houden over het belang van non-mainstream cultuur, gevolgd door een optreden met DJ Andy Ex. Video: Jagwa Music uit Tanzania, live in OCCII (2012).

homo sapiens

Homo Sapiens

Still uit Homo Sapiens van Nikolaus Geyrhalter.

Onlangs zag ik kort achter elkaar 2001 – a space odyssey (Kubrick, 1968), Into the inferno (Herzog, 2016) en Homo Sapiens (Geyrhalter, 2016). Hoewel vooraf niet zo bedacht, pakken deze drie films thematisch samen als een stevige onweerswolk boven mijn gemoed. 2001 zag ik voor het eerst op groot scherm, de 70 mm projectie die momenteel in Eye is te zien. Into the inferno had ik helemaal gemist, die blijkt Herzog vorig jaar voor Netflix gemaakt te hebben. Homo Sapiens draait nog even in Lab 111. Denkelijk niet lang meer: er waren – heel passend bij deze film – twee andere bezoekers.

Het zijn drie variaties op een thema: de mensheid is nietig, de uiterste houdbaarheidsdatum komt in zicht. Drie verhalen die primair met beeld worden verteld – plot, acteurs en menselijke inbreng zijn van ondergeschikt belang. Kubricks magnum opus blijft overweldigend. Bij de fameuze woorden van HAL (‘I’m sorry Dave, I’m afraid I can’t do that’) is het onmogelijk om niet aan Elon Musks bedenkingen bij kunstmatige intelligentie te denken.

Herzog komt samen met een aimabele Britse vulkanoloog akelig dichtbij de totale vernietiging die onder het aardoppervlak schuurt. Into the inferno zit vol met verbijsterende beelden van actieve vulkanen en lavastromen die langs de mens scheren. De Ethiopische en Noord-Koreaanse (!) zijpaden die Herzog volgt blijken bij nader inzien helemaal niet zo vergezocht en vormen een mooi contrast met het onverschillige natuurgeweld. De mens streeft, de natuur neemt. Niet eens als toornig personage, ontstemd over menselijk wanbeheer – nee, uit de aard der zaak: gewoon omdat het kan.

Wanneer Herzog de magmakern van deze planeet overdenkt (“This boiling mass is just monumentally indifferent to scurrying roaches, retarded reptiles and vapid humans alike.”) zit je al bijna in het hart van de verbijsterende film Homo Sapiens. De Oostenrijkse cineast Nikolaus Geyrhalter toont een eindeloze reeks door de mens verlaten lokaties. Desolate plekken waar de natuur bezig is terug te keren. Bioscopen, schouwburgen, fabrieken, huizencomplexen, kantoren en pretparken waar geen levende ziel meer te bekennen is. Ongeveer vijftien seconden per beeld, steevast vanuit hetzelfde strenge, klassieke perspectief, zonder nadere informatie over de oorzaak van verlating. Je gaat als vanzelf ordenen: deze reeks .. zou het Fukushima na 2011 zijn? Of plekken van na de tsunami van 2004? Syrië?

Wonderlijk is de loutering die toch ook van deze film uit gaat – naast de wat meer voor de hand liggende, desolate emoties. Geyrhalter biedt zogezegd geen diavoorstelling bij een literaire avond omtrent Houellebecq, hoewel zijn film me wel sterk aan de Franse schrijver doet denken – vooral Houellebecqs fotoboek Lanzarote. Dana Linssen omschrijft die onverwachte, montere nawerking van Homo Sapiens in een recensie voor de Filmkrant treffend als volgt: “Het idee dat er een wereld bestaat die misschien niet van onze zintuigen afhankelijk is maakt je ogen dorstig en je oren hongerig. Kijken! — voordat er niets meer over is.”

post-genre pioniers: aksak maboul

onze danses
Tip voor zaterdag 27 mei: tijdens het festival Lentekabinet op recreatieterrein ’t Twiske (een event uit de koker van Dekmantel) speelt de Brusselse groep Aksak Maboul. Hun debuut Onze danses pour combattre la migraine uit 1977 (cdrelease 2003) staat in mijn cdkast fier naast My life in the bush of ghosts (1981) van David Byrne en Brian Eno, op het plankje gekoesterde meesterwerken.

Aksak Maboul bestond uit Marc Hollander en Vincent Kenis, aangevuld met gastmusici uit de Brusselse metropool. De groepsnaam geeft al iets prijs van de oriëntatie van de makers: ‘aksak’ is Turks voor oneven maatsoort en ‘maboul’ is een Frans woord (geleend uit het Arabisch) voor waanzin. Terwijl in 1977 in Londen en Amsterdam rammelpunk klonk die verdacht vaak op elkaar leek, klinkt Onze danses pour combattre le migraine geheel uniek en tijdloos, als op plaat gezet Belgisch surrealisme. Kamermuziek, kindermuziek, jazz, minimal en ‘ethnic faux’, in een door René Magritte ontworpen geluidsdecor.

Uit de verhelderende liner notes van de heruitgave: “Being a self-taught musician, I [Marc Hollander] had always been listening to a wide variety of music. While working on this album, I played around with different genres. I soon noticed that, whenever I tried to create an impression of a certain style of music, my technical limitations and my only-partial understanding of whatever it is that I was trying to emulate gave an interesting, personal twist to the result. Which goes to show that sometimes there’s virtue in failure.”

Hollander richtte later Crammed Discs op, het vermaarde Brusselse label dat onder andere Mahmoud Ahmed’s Ere Mela Mela (1986) uitbracht via Francis Falceto, nog lang voordat die met Ethiopiques begon. In dit interview vertelt Hollander waarom Crammed jarenlang werkte met allerlei sublabels: omdat de output te divers werd geacht voor het publiek om nog te kunnen volgen. Vincent Kenis bracht voor Crammed een reeks Congolese platen uit, culminerend in de prachtige lp-box Congotronics (2010).

“These borders between genres are quite artificial, but at the time we felt that we needed the sublabels because a small group of people simultaneously producing traditional Balkan Gypsy music, indie rock and electronic music would not really be understood or taken seriously. In recent years, these sublabels have lost their relevance, as the audience has gotten used to trans-genre and boundary-breaking music, which suits us perfectly. So we’ve finally shed that skin and have dropped the sublabels for the last five years. It makes sense, since we work more and more with artists which could be described as post-genre or post-national.”

Of Aksak Maboul op een festivalterrein in 2017 de magie van die plaat uit 1977 kan oproepen is de vraag, maar ik ga het zeker bekijken. Hollander mailt: “The music we’ve been playing live for the last 2 years with Veronique Vincent and Aksak Maboul is closer to our Ex-Futur Album than to Onze danses pour combattre la migraine, more pop/electronic/weird rock, but it’s the same guy who wrote the music, so it’s not unrelated…”

 

soon to be seen live

Currently in high rotation @ Tchong’s, and soon to be seen live:

Jan Wouter Oostenrijk, We Are Connected (Mountain Records, 2017)
zondag 28 mei cd launch @ Mezrab

Girma Beyene & Akale Wube, Mistakes On Purpose, Ethiopiques 30 (Buda Musique, 2017)
Derek Gripper, Libraries On Fire (www.derekgripper.com)
BCUC, Our Truth (Nyami Nyami Records, 2017)
Deze drie groepen zijn te zien tijdens de Music Meeting in Nijmegen, zaterdag 3 – maandag 5 juni. BCUC speelt aldaar met saxofonist Shabaka Hutchings, de openbaring van de afgelopen editie van Transition.

Nahawa Doumbia, Didadi (Shanachie, 1989)
Nahawa Doumbia, Diby (Cobalt, 2004)
maandag 19 juni te zien tijdens Amsterdam Roots Festival in Paradiso Noord

The Nile Project, Jinja (Zambaleta, 2016)
zaterdag 24 juni te zien tijdens de Holland Festival Proms in het Concertgebouw

Zapp4, In Bloom – The Music of Nirvana (ZenneZ Records, 2017)
vrijdag 14 en zaterdag 15 juli te zien tijdens On The Roof in Amsterdam Noord