studio ghibli films in lab 111

LAB11Ghibli

Gisteravond zag ik twee films uit de reeks Ghibli-films die Lab 111 zo terecht in deze naargeestige maand heeft geprogrammeerd. The secret world of Arriety (2010) is een aardige kinderfilm, maar mist naar mijn smaak toch de meesterhand van Hayao Miyazaki. Ik had Miyazaki’s ‘laatste’ film The Wind Rises (2013) nog nooit gezien – wat een prachtige film! Het zijn de kleine details die het bijzonder maken, zoals de epische vertraging waarmee een personage in zijn koffer naar een meetlat reikt om een gebroken been provisorisch te spalken na een gigantische aardbeving. Of de menselijke stemmen die verborgen zijn in de geluiden van de vliegtuigen. De droomsequenties en de landschappen, het is allemaal van een schoonheid waar je heel stil van wordt van binnen. Om nog maar te zwijgen over de subtekst van culturele kruisbestuiving, de pseudozuideuropese folkloristische muziek, de tragiek van Japan als As-mogendheid en de moraliteit of immoraliteit van uitvinders.

Tot mijn vreugde was het goed vol in Lab 111, het Ghibli-retrospectief voorziet blijkbaar bij meer mensen in een behoefte. My neighbor Totoro uit 1988, die ik nog nooit heb gezien is al uitverkocht, helaas! Wees er dus snel bij met reserveren.

Advertenties

St. James Infirmary by Koko the Clown (1933)

Gorgeous classic Betty Boop from 1933. Check out Koko the Clown (sung by Cab Calloway) stealing the show from 4.20 on – the beautiful way he dances! Fleischer’s animator Doc Crandall used Rotoscope (invented by Max Fleischer) to be able to transpose Calloway’s famous dance moves into animation. ‘An undisputed highlight of cartoon surrealism, matched by very few other cartoons’, says Dr. Grob’s Animation Review. Can’t stop watching Koko and his ghost version dancing.. His movements are simply gorgeous, the feet timing brilliant. Calloway’s rendition of this early jazz standard has a haunting quality of its own. Listen to his unique phrasing, the way it propels the meaning of the words. Chilled to the bone..

Folks, I’m goin’ down to St. James Infirmary
To see my baby there;
She’s stretched out on a long, white table
She’s so sweet, so cold, so fair

Let her go, let her go, God bless her
Wherever she may be
She will search this wide world over
But she’ll never find another sweet man like me

Now when I die, bury me in my straight-leg britches
Put on a box-back coat and a Stetson a-hat
Put a twenty-dollar gold piece on my watch chain
So you can let all the boys know I died standing fair

Folks, now that you have heard my story
Say, boy, hand me over another shot of that booze;
If anyone should ask you
Tell ‘em I’ve got those St. James Infirmary blues

fotheringay


Deze week hervond ik een cassette die ik ooit eindeloos in mijn walkman, fietsend tussen Nuenen en Eindhoven, draaide. Eén nummer in het bijzonder trof me als een meteoriet op een kansloze aardebewoner. Sandy Denny, zangeres bij Fairport Convention, doorvoelde zich de niet benijdenswaardige situatie van Mary, Queen of Scots (8 december 1542 – 8 februari 1587), eenzaam opgesloten in Fotheringay, wachtend op het eindoordeel. Let (ook) op de bassist, jazzy anticipatie in een folk framewerk. Wonderschoon, uitgevoerd in totale rust en perfectie. Drie minuten en vijf seconden die je gaan bijblijven. Dank aan D.K. van wie ik de zorgvuldig samengestelde cassette destijds kreeg.

How often she has gazed from castle windows o’er,
And watched the daylight passing within her captive wall,
With no-one to heed her call.

The evening hour is fading within the dwindling sun,
And in a lonely moment those embers will be gone
And the last of all the young birds flown.

Her days of precious freedom, forfeited long before,
To live such fruitless years behind a guarded door,
But those days will last no more.

Tomorrow at this hour she will be far away,
Much farther than these islands,
Or the lonely fotheringay.

Fairport Convention, ‘Fotheringay’ van: What we did on our holidays, 1969.

NB: Sonic Youth’s Lee Ranaldo over Sandy Denny. “Sandy always transports me to a unique musical place, and defines a certain time in music history to my ears. Her music and voice have been elevated to the top-most reverential rungs of all I hold dear in my musical life.”

is het internet kapot?

Animatie gemaakt door Steve Cutts. De Groene Amsterdammer heeft een scherpe analyse van het ‘tactisch anarchisme’ waarmee digitale grootmachten zoals Google en Facebook vooral hun eigen belang beschermen. Ten koste van een civiel debat onder vrije, kwalitatief geïnformeerde burgers.

“Zo is de rolverdeling: Silicon Valley predikt de ‘disruptie’, maar uitsluitend in één richting.”

transglobal world music chart december

Traore-Boubacar-Kar-Kar-pic-young

Boubacar ‘KarKar’ Traore in sixties Mali

Together with some 40 fellow independent music critics from all over the world, I’m curating a monthly list called the Transglobal World Music Chart. Each month we cherrypick 40 world music albums one should not miss. In a time of short-lived Spotify playlists and YouTube, it’s a way to revalue the album format, slow listening and the vinyl experience.

The december edition is now on line, with two oldies but goodies (with new material) on top: Boubacar Traore and Kronos Quartet. Reminiscin’ KarKar’s wonderful performance in the now defunct Zuiderpershuis (Antwerpen), many years ago (in Dutch).

cropped-cabe2

idfa: de funk

 

album cover

Betty Davis, Betty Davis (Just Sunshine, 1973/Vinyl Experience, 1993)

Vanavond (18.45u) heeft IDFA @ Melkweg Rabozaal een documentaire over cultfunkfenomeen Betty Davis op het programma staan: Betty – They Say I’m Different van Phil Cox. Heel benieuwd, haar drie jaren zeventig albums (Betty Davis, 1973, They Say I’m Different, 1974, Nasty Gal, 1975) waren ooit mijn introductie into deep funk.

Compromislozer funk als F.U.N.K. (van haar derde album Nasty Gal) is mij tot heden niet bekend. Je kan stellen dat met dit epische nummer funk als genre tot een logische conclusie kwam. Ook Anti Love Song (naar verluidt gericht aan haar ex-man Miles Davis) staat al sinds mensenheugenis in mijn persoonlijk pantheon van deep funk classics. Eén en al licht, lucht en ruimte in die baslijn en drums, plus heerlijk impressionistische, ruggelings kietelende toefjes kleur op clavinet.

Betty Davis, afkomstig uit de modewereld, wist welke musici ze moest hebben, o.a. Larry Graham en Pointer Sisters staan haar bij op haar debuutalbum. Tijdens haar korte huwelijk met Miles liet ze hem kennis maken met de muziek van Sly Stone en James Brown en suggereerde en passant een betere titel voor zijn revolutionaire jazzrock album ‘Witches Brew’ uit 1970 – Bitches Brew leek haar een betere titel.

Zwart, vrouw én libertijns – het bleek teveel gevraagd voor erkenning in die tijd. Ze bleek voor Miles te heavy (of hij te saai voor haar), hun huwelijk strandde na een jaar. Gecombineerd met de wijze waarop ze na drie legendarische funk albums geheel uit de muziekwereld verdween lijkt me dit alles genoeg stof voor een interessante documentaire.

“Unfortunately for Betty, America was not yet ready to embrace a woman with such an explicitly sexual persona. Her outrageously flamboyant image eclipsed her talent. Several of her live shows were boycotted by religious groups and even canceled.” (AllAboutJazz.com)

Voorfilm: Erin Kökdil, Unheard (V.S., 2016, 6 min.).

Naschrift: de film viel erg tegen, vooral wegens gebrek aan materiaal. Er bleek één kort fragment van Betty live in de seventies gevonden te zijn, van slechte kwaliteit. Het tekort werd opgevuld met pogingen tot videoclips, op basis van steeds dezelfde foto’s. Betty zelf was opgespoord, maar komt niet in beeld (!). De tragiek in haar leven werd verbeeld met verdorrende rozen en meer van dat kaliber symboliek. Jammer!