print

bewaren - of hoe te leven

Oude print (fragment)

Heeft u dat nou ook?

Straks stort ik mijzelf in drie dagen REWIRE. Zeg maar het Haagse Le Guess Who, of misschien is Le Guess Who wel het Utrechtse REWIRE – daar wil ik vanaf zijn. Avontuurlijke muziek op tien lokaties in Den Haag. Op dit moment ken ik alleen: Laurie Anderson, Floating Points, Fatima Al Qadiri, Arto Lindsay, Raphael Vanoli en The Thing. De rest ken ik niet, dus hier moet ik zijn dit weekend, hoewel mijn racefiets en de voorspelde 20 graden ook lonken. Alsmede wat kleine deadlines, maar dat kan ook overdag.

De website bekeek ik nauwelijks. Die namen hierboven haal ik van een flyer (print) en ik zie uit naar het moment waarop ik het programmaboekje in mijn handen zal houden (print). Tactiele informatie heeft ineens een meerwaarde vergeleken met de blurb op de internets. Toegegeven: ik heb de timetable wel in mijn dropbox gezet, voor het geval print op is bij de festivalkassa.

Ik zag deze week een uiterst droevige film (waarover later meer), die onder andere gaat over bewaren en loslaten. Maar ik heb al mijn festivalprogrammaboekjes (1988-2018) en papieren concerttoelichtingen nog wel, en al die digitale meuk niet meer. De geur van drukinkt, een mooi vormgegeven poster – noem mij sentimenteel en/of nostalgisch maar ik waardeer het meer en meer. Even van die alomtegenwoordige schermen af.

Deze week gooide ik al mijn apps van het startscherm van mijn samsung, behalve deze: NS reisplanner, Triodos internetbankieren en Google Agenda. Gek genoeg levert deze kleine geste al een klein beetje vooruitgang op, want iedere keer dat ik (totaal bizar eigenlijk) Instagram en Linkedin en Slack wil checken op rode puntjes moet ik nu een extra handeling doen en voel ik dus aan den lijve dat dat eigenlijk niet hoeft.

Mijn telefoon bliept dat ik zo naar het station moet fietsen. Daarna ga ik drie dagen analoog (minus overdag, toegegeven), gewoon genieten van onbekende livemuziek. Tussen de mensen, niet tussen de open tabbladen. De volgende revolutie zal analoog zijn, Jonathan Harris gaf reeds het goede voorbeeld. Ik stel mezelf nu de opgave om niet te instagrammen over REWIRE 2018. Wellicht later een tekstueel verslag. Adieu.

Advertenties

wat kunst zoal vermag #1

‘Ik deed vorig jaar mee aan het Avrotros-programma Beste Zangers, met een nummer van Freddie Mercury, Barcelona. Daarna kwamen oudere mannen in de supermarkt snikkend op me af, omhelsden me. Emotie opwekken, contact zoeken via mijn stem, dat is een missie van mij. Ik zag laatst op de voorste rij een stel zitten, best een beetje stijf, maar ineens legde de man zijn hand op de knie van zijn vrouw. Dan denk ik: yes, het is me weer gelukt!’

Aldus mezzosopraan Tania Kross, in een prachtig interview met Ad Fransen (Volkskrant, 14 maart 2018). Which makes me wonder: waar blijft de reprise van Katibu di Shon, de eerste papiamentstalige opera waarin ik Kross zag schitteren? (2013, muziek: Randal Corsen, libretto: Carel de Haseth, uitvoerenden: Matangi Ensemble, Nationaal Opera en Concert Koor o.l.v. Ed Spanjaard.)

zelfdoding

In een paar dagen tijd hoor ik dat de zoon van een regisseur zelfmoord heeft gepleegd en de zoon van een musicus. Twee jaar geleden deed mijn lieve neef het, volkomen onverwacht. In dezelfde tijd ook het jongste broertje van een studievriend. Afgelopen woensdag, op weg naar Limburg, werd mijn trein in Utrecht stopgezet ‘wegens aanrijding met persoon’. Op station Utrecht Centraal wachtte ik op de volgende trein naar het zuiden, toen de intercom meldde dat ook een ander traject was stilgelegd ‘wegens aanrijding met persoon.’

Wat is er in hemelsnaam aan de hand?

NB: Nathan Vos schreef een aangrijpend boek over deze crisis.

resonanties

 

 

 

Sinds 1 januari ervaar ik weer iets van symmetrie. Terugkijkend op het afgelopen jaar vond ik de twee gastcolleges die ik aan HKU en UvA mocht geven erg motiverend. Geschreven cultuurjournalistiek in tijden van Blendle, Facebook en Google lijkt – als je geen vet mediamerk achter je hebt staan, zoals Volkskrant of Vice – een doodlopende weg. Tegelijkertijd lijkt er een zekere kentering op komst. Toen ik voor het jubileumnummer van Kunsten92 een stuk schreef over de gevolgen van technologie voor de kunstensector heb ik mezelf nog gecorrigeerd op full-on cultuurpessimisme-oude-stijl. Vooral door de immer montere Micha Hamel te interviewen probeer ik in dat stuk een handelingsmogelijkheid open te houden.

De laatste tijd zie ik echter steeds meer hyperkritische artikelen verschijnen over de almacht van Silicon Valley. En er zijn spraakmakende spijtoptanten die ineens van zich laten horen. Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald, denk ik dan. Met name de tech redactie van The Guardian zit boven op het onderwerp en biedt ook invalshoeken die ik elders mis. Ik zou het best wel grappig vinden als Facebook ‘Hyves gaat’ in 2018.

Meanwhile heeft het fijne, kleine Lab 111 in deze druilerige januarimaand een heerlijk Ghibli-retrospectief, en zag ik gistermiddag met mijn vader Gary Oldman triomferen als Winston Churchill in het qua acteerwerk formidabele Darkest Hour. Een dagje mijn vader op bezoek in Amsterdam zorgde ook voor een hernieuwd en sterk gevoel dat ik mijn familiegeschiedenis moet gaan uitzoeken. Van links naar rechts: mijn Chinese opa in zijn winkel op Aruba, en mijn Arubaans-Chinese vader toen hij net in Nederland was gearriveerd (1949). There’s a story in there, somewhere!

Vrijdag kreeg ik van twee vrienden hun manuscripten, wat voelt als een grote eer. Volgende week ga ik een gesprek leiden bij een vormgevingsbureau dat bezig is met een nieuwe social media strategie, en eind februari mag ik een gastcollege geven aan Dutch Art Institute. Morgen ga ik een mogelijke, nieuwe externe werkplek bezichtigen en misschien zit er zelfs een nieuw, tweekoppig bureautje in de nabije toekomst.

Tip: op 15 en 16 februari presenteert Kapok hun nieuwe album in Broedplaats Lely. Dit wordt vermoedelijk wel iets om niet te missen. Info hier.

fotheringay


Deze week hervond ik een cassette die ik ooit eindeloos in mijn walkman, fietsend tussen Nuenen en Eindhoven, draaide. Eén nummer in het bijzonder trof me als een meteoriet op een kansloze aardebewoner. Sandy Denny, zangeres bij Fairport Convention, doorvoelde zich de niet benijdenswaardige situatie van Mary, Queen of Scots (8 december 1542 – 8 februari 1587), eenzaam opgesloten in Fotheringay, wachtend op het eindoordeel. Let (ook) op de bassist, jazzy anticipatie in een folk framewerk. Wonderschoon, uitgevoerd in totale rust en perfectie. Drie minuten en vijf seconden die je gaan bijblijven. Dank aan D.K. van wie ik de zorgvuldig samengestelde cassette destijds kreeg.

How often she has gazed from castle windows o’er,
And watched the daylight passing within her captive wall,
With no-one to heed her call.

The evening hour is fading within the dwindling sun,
And in a lonely moment those embers will be gone
And the last of all the young birds flown.

Her days of precious freedom, forfeited long before,
To live such fruitless years behind a guarded door,
But those days will last no more.

Tomorrow at this hour she will be far away,
Much farther than these islands,
Or the lonely fotheringay.

Fairport Convention, ‘Fotheringay’ van: What we did on our holidays, 1969.

NB: Sonic Youth’s Lee Ranaldo over Sandy Denny. “Sandy always transports me to a unique musical place, and defines a certain time in music history to my ears. Her music and voice have been elevated to the top-most reverential rungs of all I hold dear in my musical life.”

Peter Perrett in Paradiso

2017-11-13 20.16.54

Zag gisteravond in de kleine zaal van Paradiso een uitzonderlijk goed concert van Peter Perrett, de alleen in bepaalde post punk kringen befaamde Britse poète maudit. Eind jaren zeventig bracht Perrett met zijn groep The Only Ones drie prachtige elpees uit. Deze zomer was er ineens een nieuwe plaat, How The West Was Won.

Het loont lang niet altijd om oude helden te gaan zien, maar Perrett gaf met zijn jonge band (waarin twee zonen!) een concert van de buitencategorie. Voor Cultureel Persbureau schreef ik er een persoonlijk stuk over. Later vandaag ook op Blendle en Reporters Online te lezen.

ns publieksprijs: ik nomineer

Jacqueline Oskamp: Een behoorlijk kabaal -Een cultuur- geschiedenis van Nederland in de twintigste eeuwDit jaar ben ik kernjurylid van de NS Publieksprijs, samen met 274 andere lezers. Op 25 oktober kreeg ik zes bestsellers ter beoordeling, waarvan overigens vijf non-fictie – wat zegt dit over de status van literatuur in Nederland? Hieruit mag ik 1 winnaar kiezen. Het reglement staat toe om een eigen kandidaat te nomineren.

Aangezien de schrijvers van de short list reeds alle denkbare aandacht hebben gehad (ook in de vorm van de NS Publieksprijs, veel recidivisten dit jaar) nomineer ik bij deze Jacqueline Oskamp, Een behoorlijk kabaal – een cultuurgeschiedenis van Nederland in de twintigste eeuw (ambo | anthos, 2016, 408 pagina’s). Dit is weliswaar ook non-fictie, maar het onderwerp ligt me heel nauw aan het hart en meer aandacht voor klassiek moderne muziek is altijd welkom.

De belangrijkste componistenprijs van Nederland is vernoemd naar Matthijs Vermeulen, maar wie kent deze tragische figuur nou? In het buitenland zou er allang een biopic over hem zijn gemaakt. Om nog maar te zwijgen over Daniël Ruyneman, die door Oskamp heel overtuigend aan de vergetelheid wordt onttrokken. Haar boek stemt luisterlustig – het beste wat je met een boek over muziek kunt bereiken.

Het ontbreekt de Nederlandse klassieke muziek veelal aan publieke waardering, laat staan noodzakelijke kennis of zelfs maar interesse bij de verantwoordelijke politici. Deze situatie kon ontstaan om tal van redenen, die Oskamp helder inzichtelijk maakt. Een mogelijke oorzaak hiervan is de verwijdering tussen publiek en componist die ontstond tijdens het Modernisme (leestip voor de beste internationale weergave van dat proces: Alex Ross, The Rest Is Noise – Listening to the Twentieth Century, 2007).

Oskamp weet dit gebrek aan liefde en waardering met kracht van argumentatie vooral te koppelen aan neoliberale cultuurpolitiek. Inderdaad: een contradictio in terminis. Want dit ‘beleid’ komt vooral neer op: flikker het maar over het hek en laat de markt maar betalen en bepalen. Gek, dat zegt men nou nooit over een Mondriaan of Rembrandt. Of over de inzet van een politiemacht na een voetbalwedstrijd.

Als politicologe heeft Oskamp een scherpe blik op de maatschappelijke context waarin gecomponeerde muziek vorm krijgt. Er kleeft ironie aan dit verhaal: uitgerekend in de jaren vlak nadat er in Amsterdam een prachtige, grote concertzaal voor actuele muziek werd opgericht, kreeg de sector de meest onbehouwen saneerder ooit als geachte opponent. Iemand die werd getypecast op dédain en desinteresse jegens zijn beleidsterrein (terzijde: ik ben heel benieuwd hoe deze VVD-er zijn nieuwe, internationale, diplomatieke rol gaat invullen).

Inmiddels is het tij voor de Nederlandse klassieke muziek iets ten gunste gekeerd. Er is sprake van enig herstel, hoewel Oskamp onlangs nog een kleine publicatie bij wijze van coda publiceerde, over de nog immer precaire situatie van de Nederlandse muziekarchieven. Hierover later meer – de drukbezochte boekpresentatie in Den Haag gaf in ieder geval grond aan enig vertrouwen.

Interessante ontwikkelingen schragen de noodzaak voor Een behoorlijk kabaal: er is tegenwoordig een club (Splendor, Amsterdam), een clubnacht (Tracks, in de kleine zaal van het Amsterdamse Concertgebouw), een Componist des Vaderlands, een festival (Wonderfeel, ‘s-Graveland) en een digitaal platform (24 classics). Het belangrijkste klassieke muzieklabel pionierde met Yellow Lounge, in Rotterdam liefdevol gecopycat onder de naam Red Sofa. Neem voor een indruk van dit nieuwe elan vooral ook eens een kijkje in het prachtige Muzieklokaal, aan de Bemuurde Weerd in Utrecht.

Belangrijker nog dan deze infrastructurele ontwikkelingen: artiesten zélf ontwikkelen zich steeds meer ‘post genre’, en buiten formele setting. Veelal conservatorium getrainde musici en componisten breken vrolijk die aloude denkwijzen, praktijken en begrenzingen van de klassieke muziek af. Ze worden hierbij actief ondersteund door nieuwe, ook jonge luisteraars die via Spotify en YouTube in alle richtingen luisteren – zonder vooroordeel of ingesleten luisterverwachting. Zonder poeha, ook.

Geheel in de geest van dit boek is vanuit Splendor samen met de VPRO bijvoorbeeld ook het Weeshuis van de Nederlandse Muziek opgezet. Bij al deze gunstige ontwikkelingen levert Oskamp een inzichtelijke, vaak meeslepend geschreven voorgeschiedenis. Haar boek komt, het moge inmiddels duidelijk zijn, geen moment te vroeg of te laat. Overigens werd het uitgegeven in een ook voor de trein prettig in de hand liggend formaat.

Erik Voermans schreef over dit boek deze recensie in Het Parool, Persis Bekkering deed dat voor de Volkskrant hier en Thea Derks voor het Cultureel Persbureau hier. Desondanks bleef Een behoorlijk kabaal te weinig gehoord. Stem Oskamp met dit prachtige boek de onvergetelijkheid in via deze link: https://www.nspublieksprijs.nl/stem/db8e1af0cb3aca1ae2d0018624204529

(Noot: de 275 kernjuryleden worden geacht campagne te voeren voor hun keus. Het jurylid dat op die manier (via de link hierboven dus) ‘zijn’ meeste stemmers weet te mobiliseren mag een jaar lang in een nader te bepalen boekhandel 1 x per maand één titel (à 25 euro) uitkiezen. Nu is mijn campagne ernstig gehandicapt vanwege mijn afwezigheid op facebook en twitter. Met een stem via deze link op Een behoorlijk kabaal ondersteun je dus ook mijn leesgedrag in 2018.)