When the world falls apart some things stay in place

With the money from her accident
She bought herself a mobile home
So at least she could get some enjoyment
Out of being alone
No one could say that she was left up on the shelf
‘It’s you and me against the World kid’ she mumbled to herself

When the world falls apart some things stay in place
Levi Stubbs’ tears run down his face
She ran away from home in her mother’s best coat
She was married before she was even entitled to vote
And her husband was one of those blokes
The sort that only laughs at his own jokes
The sort a war takes away
And when there wasn’t a war he left anyway

When the world falls apart some things stay in place
Levi Stubbs’ tears run down his face

Norman Whitfield and Barrett Strong
Are here to make right everything that’s wrong
Holland and Holland and Lamont Dozier too
Are here to make it all okay with you
One dark night he came home from the sea
And put a hole in her body where no hole should be

It hurt her more to see him walking out the door
And though they stitched her back together they left her heart in pieces on the floor
When the world falls apart some things stay in place
She takes off the Four Tops tape and puts it back in its case
When the world falls apart some things stay in place
Levi Stubbs’ tears

Advertenties

tipp-ex

tipexxVannacht droomde ik van een schrijver die zelfmoord pleegt door zichzelf te verdrinken in een olievat gevuld met Tipp-Ex. Voor de millennials onder u: dat was een witte correctievloeistof waarmee je typfouten kon herstellen – hoewel het er eigenlijk niet uit zag, qua weerbarstig wit craquelé waarin vervolgens geen letterstaafje meer fatsoenlijk wilde landen. Hoe dan ook: de schrijver had de voorbereidingen opgevat als een kunstzinnige manifestatie: berekend hoeveel flesjes hij hiervoor nodig zou moeten hebben, genoeg flesjes verzameld en mathematisch opgesteld in een white cube art space als een verzengend en hoogst urgent commentaar op de menselijke existentie, en vervolgens, op een verloren moment na sluitingstijd van de art space, flesje voor flesje zijn door een Nigeriaanse vriend meegenomen Shell olievat gevuld en daar – hoofd eerst – ingesprongen. Voor de zekerheid had hij in Houdinistijl zijn polsen ruggelings vastgeklikt in handboeien.

Hoewel de media beleefd geanonimiseerd melding maakten van een curieus geval van zelfdoding in een kunstgalerie, was er één dappere kunstcriticus die overigens zichzelf bij zijn vakbroeders en -zusters onmogelijk had gemaakt door wat al te eerlijk beleden kunstkritiek, één kunstbeschouwer die de daad – geheel conform de intentie van de suïcidant – besloot te recenseren als een zeldzaam geval van geslaagde performance kunst.

Gelukkig doe ik niet (teveel) aan droomduiding.

print

bewaren - of hoe te leven

Oude print (fragment)

Heeft u dat nou ook?

Straks stort ik mijzelf in drie dagen REWIRE. Zeg maar het Haagse Le Guess Who, of misschien is Le Guess Who wel het Utrechtse REWIRE – daar wil ik vanaf zijn. Avontuurlijke muziek op tien lokaties in Den Haag. Op dit moment ken ik alleen: Laurie Anderson, Floating Points, Fatima Al Qadiri, Arto Lindsay, Raphael Vanoli en The Thing. De rest ken ik niet, dus hier moet ik zijn dit weekend, hoewel mijn racefiets en de voorspelde 20 graden ook lonken. Alsmede wat kleine deadlines, maar dat kan ook overdag.

De website bekeek ik nauwelijks. Die namen hierboven haal ik van een flyer (print) en ik zie uit naar het moment waarop ik het programmaboekje in mijn handen zal houden (print). Tactiele informatie heeft ineens een meerwaarde vergeleken met de blurb op de internets. Toegegeven: ik heb de timetable wel in mijn dropbox gezet, voor het geval print op is bij de festivalkassa.

Ik zag deze week een uiterst droevige film (waarover later meer), die onder andere gaat over bewaren en loslaten. Maar ik heb al mijn festivalprogrammaboekjes (1988-2018) en papieren concerttoelichtingen nog wel, en al die digitale meuk niet meer. De geur van drukinkt, een mooi vormgegeven poster – noem mij sentimenteel en/of nostalgisch maar ik waardeer het meer en meer. Even van die alomtegenwoordige schermen af.

Deze week gooide ik al mijn apps van het startscherm van mijn samsung, behalve deze: NS reisplanner, Triodos internetbankieren en Google Agenda. Gek genoeg levert deze kleine geste al een klein beetje vooruitgang op, want iedere keer dat ik (totaal bizar eigenlijk) Instagram en Linkedin en Slack wil checken op rode puntjes moet ik nu een extra handeling doen en voel ik dus aan den lijve dat dat eigenlijk niet hoeft.

Mijn telefoon bliept dat ik zo naar het station moet fietsen. Daarna ga ik drie dagen analoog (minus overdag, toegegeven), gewoon genieten van onbekende livemuziek. Tussen de mensen, niet tussen de open tabbladen. De volgende revolutie zal analoog zijn, Jonathan Harris gaf reeds het goede voorbeeld. Ik stel mezelf nu de opgave om niet te instagrammen over REWIRE 2018. Wellicht later een tekstueel verslag. Adieu.

wat kunst zoal vermag #1

‘Ik deed vorig jaar mee aan het Avrotros-programma Beste Zangers, met een nummer van Freddie Mercury, Barcelona. Daarna kwamen oudere mannen in de supermarkt snikkend op me af, omhelsden me. Emotie opwekken, contact zoeken via mijn stem, dat is een missie van mij. Ik zag laatst op de voorste rij een stel zitten, best een beetje stijf, maar ineens legde de man zijn hand op de knie van zijn vrouw. Dan denk ik: yes, het is me weer gelukt!’

Aldus mezzosopraan Tania Kross, in een prachtig interview met Ad Fransen (Volkskrant, 14 maart 2018). Which makes me wonder: waar blijft de reprise van Katibu di Shon, de eerste papiamentstalige opera waarin ik Kross zag schitteren? (2013, muziek: Randal Corsen, libretto: Carel de Haseth, uitvoerenden: Matangi Ensemble, Nationaal Opera en Concert Koor o.l.v. Ed Spanjaard.)

zelfdoding

In een paar dagen tijd hoor ik dat de zoon van een regisseur zelfmoord heeft gepleegd en de zoon van een musicus. Twee jaar geleden deed mijn lieve neef het, volkomen onverwacht. In dezelfde tijd ook het jongste broertje van een studievriend. Afgelopen woensdag, op weg naar Limburg, werd mijn trein in Utrecht stopgezet ‘wegens aanrijding met persoon’. Op station Utrecht Centraal wachtte ik op de volgende trein naar het zuiden, toen de intercom meldde dat ook een ander traject was stilgelegd ‘wegens aanrijding met persoon.’

Wat is er in hemelsnaam aan de hand?

NB: Nathan Vos schreef een aangrijpend boek over deze crisis.

resonanties

 

 

 

Sinds 1 januari ervaar ik weer iets van symmetrie. Terugkijkend op het afgelopen jaar vond ik de twee gastcolleges die ik aan HKU en UvA mocht geven erg motiverend. Geschreven cultuurjournalistiek in tijden van Blendle, Facebook en Google lijkt – als je geen vet mediamerk achter je hebt staan, zoals Volkskrant of Vice – een doodlopende weg. Tegelijkertijd lijkt er een zekere kentering op komst. Toen ik voor het jubileumnummer van Kunsten92 een stuk schreef over de gevolgen van technologie voor de kunstensector heb ik mezelf nog gecorrigeerd op full-on cultuurpessimisme-oude-stijl. Vooral door de immer montere Micha Hamel te interviewen probeer ik in dat stuk een handelingsmogelijkheid open te houden.

De laatste tijd zie ik echter steeds meer hyperkritische artikelen verschijnen over de almacht van Silicon Valley. En er zijn spraakmakende spijtoptanten die ineens van zich laten horen. Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald, denk ik dan. Met name de tech redactie van The Guardian zit boven op het onderwerp en biedt ook invalshoeken die ik elders mis. Ik zou het best wel grappig vinden als Facebook ‘Hyves gaat’ in 2018.

Meanwhile heeft het fijne, kleine Lab 111 in deze druilerige januarimaand een heerlijk Ghibli-retrospectief, en zag ik gistermiddag met mijn vader Gary Oldman triomferen als Winston Churchill in het qua acteerwerk formidabele Darkest Hour. Een dagje mijn vader op bezoek in Amsterdam zorgde ook voor een hernieuwd en sterk gevoel dat ik mijn familiegeschiedenis moet gaan uitzoeken. Van links naar rechts: mijn Chinese opa in zijn winkel op Aruba, en mijn Arubaans-Chinese vader toen hij net in Nederland was gearriveerd (1949). There’s a story in there, somewhere!

Vrijdag kreeg ik van twee vrienden hun manuscripten, wat voelt als een grote eer. Volgende week ga ik een gesprek leiden bij een vormgevingsbureau dat bezig is met een nieuwe social media strategie, en eind februari mag ik een gastcollege geven aan Dutch Art Institute. Morgen ga ik een mogelijke, nieuwe externe werkplek bezichtigen en misschien zit er zelfs een nieuw, tweekoppig bureautje in de nabije toekomst.

Tip: op 15 en 16 februari presenteert Kapok hun nieuwe album in Broedplaats Lely. Dit wordt vermoedelijk wel iets om niet te missen. Info hier.

fotheringay


Deze week hervond ik een cassette die ik ooit eindeloos in mijn walkman, fietsend tussen Nuenen en Eindhoven, draaide. Eén nummer in het bijzonder trof me als een meteoriet op een kansloze aardebewoner. Sandy Denny, zangeres bij Fairport Convention, doorvoelde zich de niet benijdenswaardige situatie van Mary, Queen of Scots (8 december 1542 – 8 februari 1587), eenzaam opgesloten in Fotheringay, wachtend op het eindoordeel. Let (ook) op de bassist, jazzy anticipatie in een folk framewerk. Wonderschoon, uitgevoerd in totale rust en perfectie. Drie minuten en vijf seconden die je gaan bijblijven. Dank aan D.K. van wie ik de zorgvuldig samengestelde cassette destijds kreeg.

How often she has gazed from castle windows o’er,
And watched the daylight passing within her captive wall,
With no-one to heed her call.

The evening hour is fading within the dwindling sun,
And in a lonely moment those embers will be gone
And the last of all the young birds flown.

Her days of precious freedom, forfeited long before,
To live such fruitless years behind a guarded door,
But those days will last no more.

Tomorrow at this hour she will be far away,
Much farther than these islands,
Or the lonely fotheringay.

Fairport Convention, ‘Fotheringay’ van: What we did on our holidays, 1969.

NB: Sonic Youth’s Lee Ranaldo over Sandy Denny. “Sandy always transports me to a unique musical place, and defines a certain time in music history to my ears. Her music and voice have been elevated to the top-most reverential rungs of all I hold dear in my musical life.”