Kate Pierson (The B-52’s)

the-b-52s-(2008)

The B-52’s in 2008: vlnr Cindy Wilson, Fred Schneider, Kate Pierson, Keith Strickland.

(NB: eerder verschenen in Het Parool, 2008)
Na zestien jaar verscheen onlangs Funplex, een nieuw en verrassend geslaagd album van The B-52’s. Zaterdag staat de groep die de Amerikaanse new wave dansbaar heeft gemaakt in Paradiso.
Jaïr Tchong
Het nostalgisch futurisme van tekenfilmserie The Jetsons. De vileine cultuurkritiek van The Simpsons. De ‘less is less’ esthetiek van retrowinkels zoals Kitsch Kitchen. Maniakaal spreekgezang door Fred Schneider, rake salvo’s uit de heup van gitarist Keith Strickland en glasheldere koortjes in sixtiesstijl door Cindy Wilson en Kate Pierson. The B-52’s zijn terug, en wederom klinkt men als een live radiouitzending uit een parallel universum. Terwijl de toerbus ergens tussen Stuttgart en Bonn snelt spreken we met Kate Pierson, vanaf het begin de gezichtsbepalende zangeres. Na dertig jaar en duizenden interviews klinkt ze nog steeds alsof ze voor het eerst naar haar drijfveren wordt gevraagd.
Pierson: “Toen wij begonnen bestond in Athens, Georgia geen muziekscene. Alleen aan de universiteit had je een kunstzinnig klimaat waarin geëxperimenteerd kon worden. Op de middelbare school had ik een folkband, The Sun Donuts, en Cindy had toen ook al haar eigen groep. Fred Schneider schreef poëzie. Hij en Ricky (Ricky Wilson, broer van Cindy en gitarist en oprichter van The B-52’s, in 1985 overleden aan AIDS) speelden soms samen, maar niemand had vooraf bedacht dat we een band moesten beginnen. Op Valentijnsdag 1976 was het zover: The B-52’s onstond na een Flaming Volcano, een cocktail met vier soorten alcohol, op een feestje.”
In de studentenwereld van Athens maakte de groep razendsnel furore. Pierson: “The Fans, de enige punkband van Atlanta, riepen meteen: jullie moeten naar New York!” In de daar bruisende new wave scene werd de single Rock Lobster een hit, en het eerste concert legendarisch. “Voor onze eerste gig in New York hadden we voor de zekerheid een vriendenclub uit Athens meegenomen. Het was hilarisch: in CBGB’s (een vermaarde punk en new wave club) stond iedereen, uitgedost in zwart leer, tegen de muur geleund vooral heel ongeïnteresseerd te doen. Maar onze vrienden begonnen meteen wild te dansen, waardoor we uiteindelijk CBGB’s in beweging kregen.” Op de bonustrack van Funplex hoor je hoe ongelofelijk strak men toen al klonk.
Het nieuwe album verschilt niet wezenlijk van de meeste voorgangers: alleen aan de subtiele electronica hoor je de invloed van de nieuwe producers, die eerder het geluid van New Order deden. In de teksten wemelt het vertrouwd van martini miles en pink helicopters. Maar net als in The Simpsons schuilt er een kloppend hart achter alle formica science-fiction decors. In de videoclip van Funplex snort zanger Fred Schneider op een segway, het kolderieke motortje waarmee de vooruitstrevende zakenman zich voortbeweegt, door een eindeloos uitdijend winkelcentrum. “Je zou Funplex inderdaad een mall from hell kunnen noemen. Het Amerikaanse winkelcentrum, dat is consumerism in de hoogste versnelling. Voor de gemiddelde Amerikaan is het de de plek waar het gehele leven zich voltrekt. Heb je gehoord van mallwalks? Lichaamsoefening voor bejaarden. Waar ik woon wordt het mallmonster gelukkig nog tegengehouden, zelfs Mac Donald’s komt mijn dorp niet in. Ik run een motel in de buurt van Woodstock: Kate’s Lazy Meadow. Het is echt mijn droomplek. Samen met wat vrienden heb ik alle kamers ontworpen.”
Eén van de mooiste nummers van Funplex is vernoemd naar Federico Fellini’s Giulietta degli spiriti (1965), een psychedelische ziektegeschiedenis van een vrouw op zoek naar seksuele bevrijding. Net als de muziek van The B-52’s geldt hier vooral: laat eerst alle logica kortsluiten en geniet dan van de schier onuitputtelijke verbeeldingskracht. Pierson: “Tijdens onze eerste tournee door Japan, eind jaren zeventig, hebben we serieus een naamswijziging overwogen: Fellini’s Children. Fellini’s wereld, vol met archetypische vrouwen, heeft ons altijd geïnspireerd.”
“In de tourbus gaat nu een fotoboek van Astrid Kirchherr rond, die fotografe die zo mooi de Hamburgse periode van The Beatles heeft gefotografeerd. Prachtig, maar het is echt een andere tijd. Het verlangen naar onschuldiger tijden zal altijd onze muziek bepalen. De Bushjaren zijn zó depressief geweest. Vanaf het moment dat hij de verkiezingen stal is het enige dat iedereen in onze vriendenkring bezig hield: hoe kunnen we deze gek stoppen? Als Barack Obama niet wint verhuizen we naar Amsterdam.”

Advertenties