lijden

2017-02-08-16-15-57
Derde Kees Fens lezing, uitgesproken door Willem Jan Otten, 8 februari, Rode Hoed.

De laconieke atheïst en twijfelende agnosticus die ik ben had beter moeten nadenken toen hij besloot een kaartje te reserveren voor de jaarlijkse Kees Fens lezing in de Amsterdamse Rode Hoed. Ik kom er net van thuis. Merkwaardig: lange tijd kon ik Willem Jan Otten nauwelijks verstaan (in figuurlijke zin dan), zo overdadig wemelde het in zijn lezing van die typisch katholieke obsessies, zoals lijden in de plaats van een ander – en dat dat een nastrevenswaardig ding zou zijn.

Langzaam dreven mijn gedachten weg, de voormalige kerk uit, naar concreet en menselijk lijden zoals dat nu, as we type, onder het oog der wereld plaatsvindt. Zoals het afschuwelijke bericht van de wekelijkse massale verhangingen in Syrië van vanmorgen in de Volkskrant, naar aanleiding van het Amnesty rapport.

Wel noteerde ik in een boekje: “opzoeken katholieke Japanner Shushaku Endo?”

Toch was deze lezing, hoewel die niet voldeed aan mijn persoonlijke verwachtingen, beslist niet tevergeefs. Mooi vind ik de opzet en opening van deze jaarlijkse lezing, waarbij de zoon zijn vader eert. Toch weer dat katholicisme! Fens fils memoreerde aan die prachtige stukken van zijn vader: iedere maandag tweeduizend (!) even enthousiaste als doorwrochte woorden, gewijd aan denkers zoals Anselmus.

Onwillekeurig moest ik denken aan wat grafisch vormgever Irma Boom vannacht bij Nooit Meer Slapen observeerde: de terugkeer van het boek, niet zozeer als gestolde kennis, maar juist als zorgvuldig vastgelegde kennis. Dat wil zeggen: diepgravend onderzocht en doelbewust in een moment vastgezet, dus onvatbaar voor de vervalsing van ijdele politici en brutale tirannen. Ineens dacht ik: een tweegesprek tussen Irma Boom en Willem Jan Otten – hoe zou dat geweest zijn?

En zo mijmerde ik niet onaangenaam verder. Op de achtergrond blies Otten – met overigens bijzonder fraaie stem en dictie – zachtjes nog wat katholieke noties de zaal in. Plotseling, net zoals dat met mijn radiogebruik thuis gaat*, hoorde ik met heel mijn lijf deze woorden, ik geloof uit de bijbel: “Hetgeen overlegd wordt in de harten der mensen.”

Ronduit maf hoe één welgemikte formulering zich dan toch ineens diep in je gemoed een weg baant.

*Ik heb graag de hele dag de radio aan als achtergrondruis bij het werken, maar op één of andere mystieke manier hoor ik altijd precies op het juiste moment toch net die dingen waar ik wat aan heb. Curieus is dat.