Mali @ Mezrab saturday May 20

Mali musique lovers beware: saturday 20th of may Samba Toure, Zoumana Diarra (live) and DJ Jairzinho spinning ancient Malian sounds.
salon-sonoro-05-2-2017-poster-A1

Advertenties

week 10 luistergedrag

2017-03-09 21.44.14

Akua Naru, Bird Rotterdam, 9 maart 2017

Deze week heb ik onderweg geluisterd naar een met ICP Orchestra gevulde iPod en thuis naar o.a. deze releases. Mijn selecties komen natuurwetenschappelijk gezien volstrekt onverantwoord en algoritmisch geheel niet traceerbaar tot stand. Uiteraard was er ook geen sprake van payola. Deze overzichtjes komen geheel voort uit het grotendeels toevallig allegaartje van stemmingen, gedachten en kennisbronnen waaruit ik zoal besta. Plus het al dan niet daadwerkelijk arriveren van post. Muito obrigado Cacai! What a gorgeous parcel, otimo!

Het concert van Akua Naru in BIRD werd na een tam begin erg goed, en haar album klinkt trouwens nog beter. Verder plak ik hier geen luiheidsbevorderende en de musici onderbetalende Spotifylinks in. Support the arts, buy your (local) product.

Akua Naru, The Miner’s Canary (The urban area/groove attack)
Jeditah, Waves (eigen beheer)
Luna Zegers, Entre dos mundos (Moonday Records)
Waed Bouhassoun, La voix de la passion (Buda)
Cacai Nunes, Casa do choreu – viola brasileira (eigen beheer)
Cacai Nunes e Regional Chora Viola (eigen beheer)
De Nazaten & James Carter, Skratylogy (eigen beheer)
Valentin Clastrier & Steven Kamperman, Fabuloseries (Homerecords.be)
ZEA, Moarn gean ik dea (Makkum Records/Subroutine)
King Champion Sounds, Fool Throttle/Debby One Day (Tractor Notown)
King Champion Sounds, To awake in that heaven of freedom (Excelsior)
The Klezmatics, Apikorsim (World Village)
Conjunto Amsterdam, Salsa dura pa’l bailador (eigen beheer)
Ruud Houweling, Erasing Mountains (Arland Records/PIAS)
CaboCubaJazz, Corason Africano (Matosmusic)
Bongomatik, Espanderland (Indieplant)
Erik Voermans, Yabanraku (eigen beheer)
Andrius Arutiunian, Voyages (home recording, not published yet)

over lijstjes maken

Maar weinig vind ik zo leuk en doe ik zo vaak als lijstjes maken. Ordening en de suggestie van overzicht die zoiets geeft: heerlijk. Uiteraard moet er dan nog een stap twee, drie en verder volgen, want het begint alleen maar bij lijstjes maken. Soms eindigt het bij een lijstje maken, maar dat is ook niet erg. De lijstjes die ik vandaag heb gemaakt (een selectie):
-betalingen in de journalistiek volgens de zogenaamde Nieuwe Economie
-leuke concerten in de komende maanden (die deel ik in een shared google agenda met wat mede muziekliefhebbers)
-leuke andere zaken van culturele of politieke aard (voor in de agenda)
-to do list voor deze week
-to do list voor lange onbepaalde termijn (dit deed ik vroeger nooit! maar het slaapt stukken beter sinds ik dit wel doe)
-wat er in tijden van Trump toch de moeite allemaal wel niet waard is
-een lijstje van foto’s die ik vanuit smartphone op macbook heb gezet die mogen blijven

U ziet, het is eindeloos. Wel vreemd dat To Do lijstjes bij mij altijd langer worden in plaats van korter. Hoe dan ook: vandaag publiceren wij (majestatis pluralis) de Trans Global World Music Chart voor Maart 2017. Schrik niet, het klinkt een beetje als een lijstje van een stel doorgedraaide Goa Trance hippies, maar dat is het niet. “Wij” zijn wereldwijd een vijftigtal “curators” (hip slang voor lijstjesmakers) die samen volgens een Eurovisie achtige stemprocedure vaststellen welke nieuwe releases in de categorie “world” (haha, dit is helemaal geen categorie) ertoe doen / mogen blijven. Hierbij, doe er uw voordeel mee (of niet).

Nu een lijstje maken voor de Dirk.

overleven – een methode

In 2016 kocht ik één cd, op dringend aanraden van een vriend. Ik ben hem dankbaar, want het is prachtig en ik draai het maandelijks. Maar goed, dit staat er nu veel op, momenteel at Tchong’s. Doe er uw voordeel mee, of niet.

ethiopiques 30.jpeg

Nummer 30, reeds!

Pixvae, Pixvae (Buda Musique/XMD)
Girma Bèyènè & Akalé Wubé, Mistakes on purpose (Éthiopiques, volume 30) (Buda Musique/XMD)
Béton Armé, Chamber music by Iannis Xenakis (BV Haast)
Trio 7090, 709001 James Fulkerson (www.zeventignegentig.nl)
Trio 7090, 709003 Michael Finnissy (www.zeventignegentig.nl)
Nora Mulder & Rogier Smal, idem
The Brotherhood Youth Fellowship Choir, My Joy Is So Great In Olumba, Music From Heaven, Exotic Gospel (SOMU 5) NB: dank aan zielsverwant F.!
Luna Zegers, Entre dos Mundos (Moonday Records)
Bongomatik, Espanderland (Indieplant)
Jeditah, Waves (eigen beheer) (ex-collega maakt prachtige muziek)
Ruud Houweling, Erasing Mountains (Arland Records/PIAS)
CaboCubaJazz, Corason Africano (Timbazo/MatosMusic)
Erik Voermans, Still (Attacca)
Erik Voermans, Yabanraku (eigen beheer)
Waed Bouhassoun, La voix de la passion (Buda Musique/XMD)
King Champion Sounds, To awake in that heaven of freedom (Excelsior)
King Champion Sounds, Fool Throttle/Debby One Day (Tractor Notown, 7″)

Uit het archief trok ik deze items, die ook vaak weer klinken:
Roy Nathanson, Subway Moon (Yellow Bird Records, 2009)
Elza Soares, Vivo Feliz (Recohead, 2003)
Elza Soares, dO CÓCCIX atÉ O PesCOçO (Discos Maianga, 2002)
Peregoyo Y Su Combo Vacana, Tropicalisimo (Discos Fuentes, 1972/World Circuit 1989)
Peregoyo Y Su Combo Vacana, El Rey Del Currulao (Otrabanda Records, 2004)
Dinosaur Jr., Give A Glimpse of What Yer Not (JagJaguwar, 2016)

Vannacht had ik mijn jaarlijkse Trout Mask Replica moment. Zal wel de nawerking van de volle maan zijn geweest, maar wat blijft dát een monument van een plaat. Niet te geloven!

the music world

Words Without Music mech.indd


Years later, I got to know Ornette (Coleman). He had a place on Prince Street with a pool table in the front room. A good spot to hang out and talk about music. I met numerous musicians there of all kinds, including members of his ensemble, especially James “Blood” Ulmer, who had his own band as well. Ornette gave me a piece of advice that I have pondered ever since. He said, “Don’t forget, Philip, the music world and the music business are not the same.”

Currently enjoying Words without music, the memoires Philip Glass published last year. Just love the way he remembers his dad, who sold classical music records. The ones which didn’t sell (in late 40ies Baltimore Bartók, Shostakovich, Stravinsky) his father took home trying to figure out why they didn’t sell. In the process, both father and son learned to appreciate modern music.

His time with Nadia Boulanger in Paris and his arrival in NYC is also beautifully remembered, almost as if you watch a movie. His music met a lot of criticism before his breakthrough opera Einstein on the beach (1976), classical venues and critics didn’t seem to appreciate what Glass was doing before that time. His answer: move over to spaces where they do appreciate my music. In his early days Glass played mainly in art spaces and lofts, where apparently a more open attitude towards the unknown was cultivated.

In these elegantly written pages Glass doesn’t fake any shyness, but this is not the autobiography of a self-indulgent hero, nor just a catalogue of personal victories. In a quite moving fragment he remembers all the great artists, many of them personal friends, who passed away during the AIDS crisis. It wasn’t until Glass was commissioned by the Rotterdam Opera (for Satyagraha, in 1978) that he could live from his compositions only. Up till that moment he took jobs as a factory worker, plumber and cab driver. Glass is not grandiose about it, it just served his major ambitions: make music, enjoy a family.

His thoughts on classical music (in the theatre progress can be achieved; why should you begin your artistic endeavours with composing yet another symphony or string quartet?), his open attitude towards ‘non-western’ music which informs all his major compositions, his personal work ethos – it’s all there to empower the reader. A great read for anyone interested in contemporary music and cultural history.

Philip Glass, Words without music – a memoir (Liveright Publishing Corporation/W.W. Norton & Company, 2015).

papier, potlood en gummetje

Op de vooravond van zijn officiële benoeming tot Componist des Vaderlands, een splinternieuwe functie in de Nederlandse cultuur, spreekt Buma Cultuur Magazine met Willem Jeths (Amersfoort, 1 augustus 1959), componist, musicoloog en hoofdvakdocent compositie aan het Conservatorium van Amsterdam.

© Jaïr Tchong (eerder verschenen in Buma Stemra Magazine, winter 2015)

We doen de Spotifytest. Is zijn muziek aanwezig op het voor luisteraars onder de 30 belangrijkste muziekplatform? Ja, van Willem Jeths staat de cd Bella Figura, uitgebracht door NorthWest Classics in 2002, op Spotify. Slechts vier stukken van rond de vijftien minuten, maar dit geeft al een aardige, eerste indruk van ’s mans compositorische stijl. Onde: krachtige ‘vamps’ van blazers doen in de verte denken aan Louis Andriessens De Staat, maar de ritmiek swingt veel meer dan zij stoot (zoals bij Andriessen), en de dynamische diepte brengt eerder Stravinsky dan Andriessen in herinnering. Bella Figura: serene, diepe strijkerspartij zet de toon voor een mystiek-ijle exercitie die de luisteraar op scherp stelt. Tim/Ba: een hamerend metaalgeluid culminerend in brekend glas vormt de opmaat tot een stuk waarin de werken van Reich voor marimba in herinnering komen. Tegelijkertijd verraadt de spankracht van de harmonische ontwikkeling een klassiek georiënteerde vormgeving. Chiasmos: een Aziatisch uiterlijk met gamelanachtige associaties, gezegend met een dwars, humeurig, en daardoor fascinerende binnenwereld.

Wat deze vier stukken gemeen hebben is een ongekende helderheid in het overbrengen van de emotie. Hedendaags klassiek in de diepste zin des woords, dus zonder terug te vallen op de taal van de popmuziek, seriële ondoordringbaarheid of postmoderne verwarring. Deze werken, net als het overdonderende stuk Glenz (zie kader) stellen eisen aan de luisteraar zonder deze te willen smoren in erudiete citeerdrift, actuele muziek die gehoord wil worden, nieuwe wegen zoekt, maar de emotie niet schuwt. Een gepaster kandidaat voor de nieuwe functie Componist des Vaderlands is er kortom niet – zeker omdat Willem Jeths in woord, gebaar en arbeid als hoofdvakdocent compositie permanent bezig is met nieuwe noten naar een nieuw publiek te brengen. Zonder ponteneur, maar met de innerlijke gedrevenheid en klare taal die je van een componist des vaderlands mag verwachten. Na Amsterdam, waar hij onlangs nog werd gelauwerd met de Amsterdam Prijs voor de Kunst, volgt nu Nederland.

We ontmoeten Jeths in zijn bovenwoning in het hart van het drukste district van Amsterdam. Niks geen pastorale omgeving, ver vanaf het rumoer: vanuit zijn voorkamer kijkt Jeths uit op hordes toeristen op zoek naar vertier. In contrapunt met het uitzicht is het hele huis ingericht met smaakvol antiek. Als ik hem op de voor een toondichter toch wat opmerkelijke centrumlokatie van zijn huis wijs blijkt er wel een Italiaans verblijf te zijn, waar hij ook componeert. “Maar het is heerlijk hier, met vrienden hier met de deuren open naar het rumoer beneden kijken.”

We vallen met de deur in huis: gefeliciteerd met uw benoeming als Componist des Vaderlands! Wat gaat u doen met deze nieuwe functie?

“De functie wil ik vooral benutten voor een pleidooi voor de moderne Nederlandse gecomponeerde muziek. Nederlands componeren heeft op dit moment helemaal geen gezicht. Veel orkesten zijn opgeven of gefuseerd, veel ensembles zijn opgeheven. Een componist des vaderlands moet daarvoor opkomen. Onderwijs is de basis voor alles, maar het Nederlands muziekonderwijs is zó slecht geworden, dat als we niet oppassen niemand meer een referentie heeft bij wat klassieke muziek is en kan zijn. De jongste generatie componisten leidt ik zelf op in Amsterdam en ik merk dat ze geen poot meer aan de grond krijgen. Toen ik afstudeerde had je nog het Fonds voor de Scheppende Toonkunst, bij gebleken talent kon je direct aan de gang. Nu moet je maar geluk hebben met musici die het uit willen voeren.”

“Gelukkig heeft minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Jet Bussemaker net samen met Joop van den Ende 50 miljoen euro vrijgemaakt voor muziek in het basisonderwijs. Initiatieven zoals het Leerorkest, inmiddels zijn er 38, vind ik ook heel bemoedigend. Naast onderwijs wil ik gaan strijden voor het onder de aandacht brengen van ons muzikale erfgoed: Tristan Keuris, Hans Kox, Matthijs Vermeulen, Alphons Diepenbrock – om er maar een paar te noemen. Zenuwachtig over de tijdsdruk van de functie? Nee, het hoort bij de taak. Net als kranten een necrologie archief hebben kan ik natuurlijk wel putten uit een reservoir van ideeën, aanzetten. Of ik problemen verwacht met het componeren naar aanleiding van nationale gebeurtenissen? Nu ja, noten hebben wel een betekenis, maar nooit zo direct als taal. Bij rampen kan ik me wel muziek voorstellen die troost kan bieden. Daarin kan je als componist des vaderlands voorzien.”

Een bekende analyse rondom de teloorgang van de populariteit van hedendaags klassiek is dat zij in academische afzondering te complex werd. Melodie en harmonie werden door generaties componisten als verdacht bestempeld, intellectuele compositieprincipes heilig geacht. Waar staan we nu?

“Tijdens het modernisme keerde men zich af van het symfonisch orkest, dat men zag als een bourgeois monster, een tonaal, Romantisch vehikel. De hele instrumentsamenstelling heeft te maken met tonaliteit. Dat componisten dit niet meer zagen zitten is heel begrijpelijk. Maar de tijdgeest is veranderd, dit is in zekere zin een tijd van restauratie in de goede zin des woords. Verworvenheden uit de hele muziekgeschiedenis liggen nu met het modernisme en postmodernisme naast elkaar. Als hedendaags componist moet je de juiste keus maken. Er is geen enkelvoudige canon meer, of een hedendaagse muziekpolitie die constant op de loer ligt. In de muziekjournalistiek zijn er geen grote polemieken meer, wat overigens ook een beetje saai is. Tegelijkertijd is onder jongere generaties een enorme drang om het allemaal zelf te organiseren: zo’n initiatief als Splendor (een presentatieplek voor nieuwe muziek, geheel georganiseerd door componisten en musici zelf, in Amsterdam – JT) komt geheel vanuit de muziek zélf op, niet vanuit een van bovenaf opgelegde structuur.”

Hoe zou u uw eigen compositorische stijl positioneren?


“De Haagse school, lange tijd dé gezichtsbepalende stroming binnen de Nederlandse noten, koesterde een expressieve zuinigheid, een economische manier van uitdrukking, die misschien wel onbewust door het Calvinisme werd gevoed. Vooral net als Mondriaan strakke dingen tegen elkaar zetten. Een typisch Noordelijk denken, wars van piëtisme, want dat noemen we hier al snel een overdreven religiositeit. Overzicht, helderheid, maar ook: open minded. Typerend wat dit betreft is dat een echte operacultuur in Nederland pas sinds de opening van het Muziektheater in Amsterdam is onstaan – dat is rijkelijk laat! Ik ben veel mediteraner, latijnser, ik hou wel van warmbloedigheid. Guus Janssen heeft dit trouwens ook. Keuris en Kox, bij wie ik studeerde, doen ook veel meer vanuit weelderigheid.”

Welke software gebruikt u bij het componeren?

De componist des vaderlands begint innemend te lachen: “Papier, potlood en gummetje! Componeren met een computer klinkt te snel goed, als je dan uiteindelijk het orkest hoort, hoor je ineens dat bijvoorbeeld een fluit in een bepaald register helemaal niet goed klinkt. Aan mijn studenten vraag ik ook altijd om eens te componeren met potlood. Het schrijven aan de piano is veel leuker, dat is veel meer een alchemie.”

Schrijven voor symfonisch orkest moet een – gezien de last van de grootheden uit de muziekgeschiedenis – psychologisch gezien onalledaagse onderneming zijn. Wat heeft u hierbij het meeste geholpen?

“Hoewel ik vanaf het begin van mijn carrière geen gebrek aan erkenning heb gehad, voel ik mij eigenlijk nu pas gewaardeerd en in tune met de tijdgeest. Als student wilde ik niet serieel componeren, maar iedere kunstenaar streeft naar erkenning. Ik ging door, omdat ik al snel werd gezien door invloedrijke mensen, zoals Jan Zekveld, de toenmalige programmeur van de Zaterdagmatinee. Maar ook buitenlandse erkenning in de vorm van opdrachten van Kronos Quartet brachten me op de goede weg. In Wenen won ik een compositieprijs met Ligeti en Berio in de jury – dat gaf me het vertrouwen door te gaan op mijn eigen weg. Bij het schrijven voor symfonie orkest kijkt natuurlijk de muziekgeschiedenis over mijn schouders mee. Maar ik laat me niet meer imponeren. Ik maak wat ik mooi vind.”

Hoe acht u de kansen voor jonge, nog studerende componisten?

“Met mijn Amsterdamse collega’s, we zijn met drie hoofddocenten, probeer ik juist te kijken wat de student aanbiedt, in plaats van hem of haar iets opleggen. De student staat centraal met zijn talent. Wat heel verfrissend is: alles ligt klaar voor jonge componisten, niet zo apodictisch meer. Dat dogmatische denken van vroeger is echt helemaal verdwenen. Jonge componisten willen in collectieven werken, met dansers, schrijvers, filmmakers – met z’n allen zoeken ze naar de essentie. Chinese en Japanse studenten komen naar het Conservatorium van Amsterdam, vooral voor de aloude, enkelvoudige canon. Maar dat zorgt voor een heel interessant fenomeen: juist doordat zij met de westerse canon worden geconfronteerd hervinden zij vaak zichzelf en hun eigen specifieke muzikale uitdrukkingstaal. Kijken wat er is en dat tot bloei laten komen – ik denk dat dat een gezondere uitgangssituatie is dan vroeger. De muziek van nu is helemaal niet hermetisch, er zijn juist steeds meer componisten die willen communiceren.”

Op 20 december gaat van Jeths het nieuwe Blokfluitconcert in première, geschreven in opdracht van NTR Zaterdagmatinee voor Erik Bosgraaf, met het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Markus Stenz. Concertgebouw Amsterdam, 14.15u.

[kadertekstje]
Jeths over Glenz (1993), geschreven in opdracht van Nieuw Sinfonietta Amsterdam
“De titel is jargon uit de computerwereld en is een verbastering van glance, wat staat voor een geometrische situatie waarin je alle vlakken tegelijkertijd kunt zien. Elke toon die de violist speelt kan worden gedubbeld met één van de tonen van het verstemde orkest. Er ontstaat een diepe klank met enorm veel boventonen. Juist door die open klanken is het een heftig, expressief stuk geworden.” Glenz werd uitgekozen tot de Canon van de Nederlandse muziek.

Tip: in mei volgde journalist Guido Spring Jeths rondom de première van een nieuw werk. Hier is dit terug te beluisteren.