Over uitholling en onrecht (tvtip)

Documentaire tip: Ingeborg Jansen maakte voor KRO-NCRV een hartverscheurende (en woedend stemmende) documentaire over de uitholling van de sociale advocatuur in Nederland. Na bezichtiging van De laatste sociaal advocaten vraag ik me voor de zoveelste keer af waarom Rutte populair blijft in Nederland.

Mensen die een conflict hebben met de overheid, verhuurder of werkgever en geen geld hebben voor een dure advocaat, kunnen terecht bij de sociaal advocaat. Zonder deze hulp zijn zij vaak reddeloos verloren. De regering vindt de sociale advocaten te duur en wil de rechtshulp aanbesteden bij commerciële rechtsbijstandsverzekeraars.

Het Parool van 10-06-2003, Pagina 6, Kunst, Recensie / Interview

‘Alle muziek is wereldmuziek’

JAÏR TCHONG

De Chinees-Amerikaanse cellist Yo-Yo Ma verkent morgenavond in het Concertgebouw het muzikale klimaat van Brazilië. ‘Uiteindelijk zul je er toch in moeten duiken en het overlevingsinstinct laten werken.’

IN EEN REPETITIERUIMTE van de Frankfurter Alte Oper legt de sympathieke cellist Yo-Yo Ma ontspannen uit waarom zijn brede muzikale horizon eigenlijk helemaal niet zo vreemd is als die lijkt. ‘Wereldmuziek, klassiek en jazz zijn slechte, want simplificerende termen. Een platitude, maar alle muziek is wereldmuziek.’

Ma heeft het liever neutraal over ‘sound’ en ‘people’, want hij is altijd en wereldwijd geïnteresseerd in wat muzikanten willen zeggen met het materiaal waarvoor ze kiezen. In die algemene bewoordingen. Na zijn succesvolle tango-cd Soul of the tango heeft Ma zich nu met zijn nieuwe cd Obrigado Brasil (Sony Classical) over de rijke Braziliaanse muziekcultuur ontfermd. Maar kun je wel zo vrijuit de wereld doorkruisen en jezelf alle bestaande muziekgenres toeëigenen?

Stel de vraag aan Ma en er opent zich een diepe kloof tussen duistere Europese filosofie (waarin fundamentele onkenbaarheid centraal staat) en Amerikaans optimisme (waarin can do het zaligmakend credo is). Verbluffend opgeruimd: ‘Er is een abstract en een praktisch antwoord op die vraag. Abstract gezien zal deze kwestie – de kenbaarheid van een andere cultuur – nooit worden opgelost, maar in praktische zin kun je een heel eind komen. Je kan jezelf de taal leren, door simpelweg die verscheidenheid aan muziekculturen te bestuderen.’

Ma ziet zeker een verband tussen zijn brede muzikale blik en dit postmoderne tijdsgewricht. ‘Dit zijn interessante tijden. Bijvoorbeeld: een Amerikaanse auteur die in Japan een literaire prijs wint omdat hij de beste Japanstalige roman van het jaar heeft geschreven – dat zegt toch heel veel over de mogelijkheid van culturele kruisbestuiving. Er zijn even veel antwoorden op je vraag als er mensen rondlopen op de aarde.’

Quod erat demonstrandum, maar toch moet ook wereldburger Ma zich wel eens ontmoedigd hebben gevoeld over het bevreemdend karakter van een andere muziekcultuur? ‘Toen ik als kind vanuit Frankrijk naar de Verenigde Staten verhuisde, voelde ik me lange tijd volledig onthand. Aan de lopende band maakte ik taalfouten. In zo’n bevreemdende situatie is het noodzakelijk om een mentor te hebben. Meer vanuit artistiek oogpunt kun je nooit met alleen analyse het punt bereiken waar je op doelt. Uiteindelijk zul je er toch in moeten duiken en het overlevingsinstinct laten werken.’

Op zijn nieuwe cd Obrigado Brasil staan Braziliaanse bossa nova’s, samba’s en chôro’s, maar ook de Afro-Braziliaans getinte, klassieke composities van componist Heitor Villa-Lobos (1881-1959). Waar komt Ma’s affiniteit met Braziliaanse muziek vandaan? ‘Kijk, persoonlijke ontwikkeling lijkt vaak oppervlakkig gezien op verandering, maar feitelijk cirkel je altijd rond een beperkt aantal fascinaties. Het is eerder zaak die diepgaand te leren kennen dan te veranderen aan de oppervlakte. Mijn ‘artistieke onderneming’ komt voort uit drie factoren: mijn persoonlijke geschiedenis, mijn universitaire studies culturele antropologie en archeologie en mijn professionele achtergrond, die me in staat stelt om over de hele wereld onderzoek te doen.’

Aan het einde van het interview schemert er dan toch iets van onbehagen door bij de bijna intimiderend opgeruimde Ma. ‘Op dit punt in mijn carrière richt ik mij steeds meer op het begeleiden van jong talent. Veel van mijn ambities heb ik kunnen verwezenlijken. Ik merk dat er aanstormende talenten staan te rammelen aan de poort.’

Het lijkt er op dat Ma die artistieke geldingsdrang van weleer heeft omgezet in onderwijs aan jongere generaties muzikanten. Het Zijderoutefestival (waarbij Ma de muzikale geschiedenis van de historische handelsroute tussen oost en west onderzocht) heeft zelfs een permanente culturele organisatie opgeleverd.

Traditie blijft alleen levend wanneer je die constant onderzoekt op zeggingskracht. Ma is hiervan het sympathieke bewijs.

Yo-Yo Ma ‘goes Brazil’, morgenavond om 20.15 uur in de Grote Zaal van het Concertgebouw, kaarten à € 60.

Cellist Yo-Yo Ma.

Copyright: Tchong, Jaïr
Auteursrechtrestrictie: ja

in memoriam joseph shabalala

ARCHIEFSTUK
Het Parool van 24-03-2003, Pagina 9, Kunst, Recensie
Zang als scherpe zwarte bijl
JAÏR TCHONG

Vanavond in Carré: de Zuid-Afrikaanse groep Ladysmith Black Mambazo, die eind jaren tachtig wereldberoemd werd door de samenwerking met Paul Simon. Het verhaal begint eerder.

MEER DAN veertig jaar geleden richtte zanger Joseph Shabalala in Ladysmith, Zuid-Afrika de a-capellagroep Ladysmith Black Mambazo op. Black Mambazo (‘zwarte bijl’) staat voor de kracht van de snijdende vocale stijl, die de Zoeloes ontwikkelden: iscathamiya. Sindsdien zijn er in de groep slechts enkele personele wisselingen geweest, maar nog steeds behoren zes van de tien leden tot de familie Shabalala.

‘Het duurde heel lang voordat een platenmaatschappij ons wilde opnemen,’ zegt Shabalala. ‘A-capellazang werd destijds als ‘commercieel niet lonend’ beschouwd, dus pas in 1973 konden we voor het eerst een volledige elpee opnemen.’ De groep kreeg er, met 25.000 verkochte exemplaren, de eerste gouden plaat in Afrika voor. Een voorbode voor het succes dat zou volgen.

In 1987 werd Ladysmith Black Mambazo wereldberoemd, toen Paul Simon de zangers vroeg mee te zingen op zijn album Graceland. ‘In februari 1985 kwam Paul Simon naar Zuid-Afrika. Iedereen in Zuid-Afrika luisterde in die tijd naar Simons live-plaat met Art Garfunkel, opgenomen in Central Park in New York. Al snel bleek dat deze Amerikaanse ster op zoek was naar ons. Het eerste contact verliep heel gemoedelijk, al hadden we geen idee wat hij precies wilde. Later dat jaar nodigde hij ons uit in Londen te komen opnemen – in de Abbey Road-studio, die ik alleen van The Beatles kende! Ik had hem allerlei elpees van ons meegegeven en thuis had hij ons nummer Homeless bewerkt.’

Met wereldwijd zeven miljoen verkochte exemplaren werd Graceland voor veel mensen de introductie tot Afrikaanse muziek. In Zuid-Afrika zelf zorgde de groep voor het behoud van de iscathamiya. Tegenwoordig doceert Shabalala aan de universiteit van Natal aan jongere generaties de finesses van deze zangstijl. ‘In Ladysmith wemelt het van de jonge groepen die onze positie zouden kunnen overnemen,’ lacht Shabalala. ‘Er is zoveel talent daar!’

Als een ‘Ellington of voices’ arrangeert Shabalala de stemmen in zijn groep. Bescheiden: ‘Ik schrijf inderdaad alle partijen. Maar dat komt simpelweg doordat vanaf het begin iedereen naar mij keek om te zien wat we zouden gaan doen.’ Inspiratie ontleent Shabalala aan de Zoeloe-traditie, gospelgroepen zoals The Golden Gate Quartet, maar ook aan mbaqanga, de opzwepende popmuziek die ontstond in de townships.* ‘Die diepe bassen van de mbaqanga-groepen transformeer ik tot zangpartijen.’

Shabalala overleefde de Apartheid, maar verloor in 1991 een familielid en vorig jaar zijn vrouw door politiegeweld. Toch straalt hij behalve wijsheid een blijmoedige spiritualiteit uit. ‘In de hoogtijdagen van de apartheid had Ladysmith Black Mambazo veel te maken met allerlei onduidelijke types, die ons na concerten het hemd van het lijf vroegen. Later bleken dat allemaal infiltranten van de veiligheidsdienst geweest te zijn, die teleurgesteld aan hun meerderen moesten rapporteren dat het ‘die jongens van Black Mambazo’ alleen om het zingen te doen is.’

Ladysmith Black Mambazo, Congratulations South Africa – the ultimate collection (Wrasse Records/LC Music).

*Een moderne mbaqanga-klassieker die in iedere serieuze muziekcollectie thuishoort is het schitterende album Urban Zulu (1999) van wijlen Busi Mhlongo.

Copyright: Jaïr Tchong

IDFA 2018

IDFA’s artistic director Orwa Nyrabia discusses International Documentary Film Festival Amsterdam and his love and life for documentary film culture. This gorgeous item was made by NOS radio 1 journalist Joris van de Kerkhof. IDFA edition #31 can be enjoyed 14 – 25 november, in the whole city of Amsterdam. “How many probably more important stories are disappearing from our view?”

Kunsten ’92 jubileumnummer

kunsten92 25 jaar

Het nieuwe nummer van Kunsten92 is uit. Voor “De kunst van het beïnvloeden – 25 jaar Kunsten ‘92” schreef ik over de oprukkende invloed van technologie op de kunsten. En sprak ik met componist en dichter Micha Hamel over zijn nieuwe onderzoek voor het Rotterdam Arts And Science Lab (RASL) naar ‘gamification en klassieke muziek’. Kunsten92 is al 25 jaar de belangenorganisatie voor kunst, cultuur en erfgoed, met circa 390 instellingen uit het hele kunstenveld van Nederland. Lees het hele nummer hier (in .pdf).

buma boy edgar prijs naar martin fondse

Komende woensdag krijgt Martin Fondse in het Bimhuis de Buma Boy Edgar Prijs. Gasten zijn o.a. Kees van Kooten en Lenine. In 2012 interviewde ik hem voor de Volkskrant in zijn studio, o.a. over zijn vibrandoneon. Straks om 00.00u is hij te gast bij VPRO’s Nooit Meer Slapen op Radio 1.

‘Ik wil in complexe, gecomponeerde muziek ook improviseren. Zo kun je op plaatsen terechtkomen die je niet tevoren hebt bedacht, als componist. Dáár gebeurt het voor mij.’

IDFA 2017: Jonathan Harris

Jonathan Harris

Jonathan Harris, Tuschinski, november 17, 2017. © Nichon Glerum/IDFA.

Voor het Cultureel Persbureau ging ik naar de Master Talk van Jonathan Harris (een digitale kunstenaar die dit jaar de artist in focus is van IDFA) en de DocLab conferentie en schreef er dit artikel over. Later vandaag ook leesbaar voor gebruikers van Blendle en Reporters Online.

ambacht

In zeventien jaar tijd deed ik veel interviews, sommigen daarvan vergeet ik nooit meer. Toen ik vrijdag tijdens het Ambacht in Beeld festival* een aangenaam trage documentaire zag over de wijze waarop een Japanse kimono wordt gemaakt dacht ik steeds aan twee interviews die ik voor De Groene Amsterdammer in 2006 en 2008 deed.

Mongolian boot © Roswitha van Rijn

Mongolian boot © Roswitha van Rijn

Het gesprek met ontwerper en maker Roswitha van Rijn deed me toen eigenlijk pas voor het eerst scherp beseffen dat eigengereidheid misschien wel de allerbelangrijkste eigenschap van een kunstenaar is. ‘Chairman’ Stefan During en zijn vrouw Nesrin namen me voor even mee in hun eigenzinnige, autonome wereld, waarin een begrip als ‘Dutch Design’ op aangename wijze wordt gerelativeerd.

De twee sferen waarin ik zelf het meeste heb gewerkt, cultuurjournalistiek en muziekprogrammering – in hoeverre zijn dat nog ambachten met een toekomst? Ik neig naar het dystopische in de boeken die ik lees en de films die ik kijk, maar zelfs in het volste besef daarvan (mijn bias is me bekend) maak ik me zorgen over een wereld die steeds intensiever wordt bepaald door algoritmes. De nuchtere beschouwer zal hieraan toevoegen: een wereld die steeds intensiever wordt bepaald door hoe mensen omgaan met algoritmes. Toch blijf ik denken dat er nu teveel geld en macht naar te weinig bedrijven gaan (die bovendien schandalig weinig belasting betalen). Waar blijft de autonome mens nu zelfs de underground op facebook te vinden valt?**

*Dit festival is vanaf nu opgedeeld in twee delen: in maart 2018 volgt een aparte film- en documentaire variant.

**De beste analyse van Facebook die ik tot nu toe las staat deze week in de Groene Amsterdammer.