solitary high

lavalu

Lavalu in Paradiso Noord, 5 oktober 2017. Beeld Marcel Krijgsman.

Voor Cultureel Persbureau sprak ik met Lavalu over haar nieuwe album en tournee Solitary High. Later ook leesbaar op Blendle en Reporters On Line. 21 september was Lavalu te gast bij NTR Kunststof, wat je hier kunt terugluisteren.

Advertenties

Byrne interviews Byrne

In an attempt to bypass promotional interviews for the movie Stop Making Sense (1984), Byrne decided to interview himself. Besides being outrageously funny performing as several interviewer types, Byrne as interviewee excels as usual with some razorsharp observations like ‘music is very physical, and often the body understands it before the head’. Hence the legendary big suit: to make his head smaller! I cheered out loud at home watching this, when Byrne states that ‘the better the singer’s voice, the harder it is to believe what they are saying’. The lovesong he sings to a lamp is ofcourse this gem, a personal favourite.

beeldrijm #3

Luisterend naar de postwave pop klassieker Soul Mining van The The (1983, Johnson was 21 tijdens de opname!) zoek ik op internet door naar Matt Johnson en kom zo terecht bij een zeer uitgebreid interview dat Johnson in 2007 met Thierry Somers voor het kunstblad 200% deed. Het gesprek is bepaald niet verouderd – en blijkbaar het enige interview dat Johnson deed tussen 2002 en 2014. Een lichte siddering overviel me bij deze passage:

The problem for the West, and the world actually, is that we’re saddled with a US president who is so far out of his depth in terms of worldliness, vision, statesmanship or even basic common sense. Let’s just pray the next one is better!

Ook kwam ik erachter dat het artwork van de elpeehoes door de broer van Matt Johnson is gemaakt, die zich hiervoor liet inspireren door de foto’s die de Franse fotograaf Bernard Matussière van de zangeressen en danseressen van Fela Kuti maakte. Een onverwacht beeldrijm.

systeemkritiek

“Het startup-denken wordt beheerst door de kapitaalmarkt. Iedereen wordt het idee gegeven de nieuwe Mark Zuckerberg te worden, en wordt met venture capital onderdeel van het systeem. Alle energie en kracht van jonge ondernemers worden zo uitgemolken. Het is een keiharde competitie, onder het mom van jong, hip en eco met baristakoffie.”

Marleen Stikker (Waag Society, Institute for art, science & technology) geeft een interessante analyse van de not-so-new economy. Uit de komende editie van Idee, blad van D66. 27 juni is er een thema avond over de deeleconomie in Utrecht.

Pixvae

pixvae-haarlem-hout-2016-c-ton-maas

Pixvae live tijdens Haarlem Hout 2016, foto © Ton Maas

Voor mixedworldmusic.com sprak ik vanmorgen met Damien Cluzel van de Frans-Colombiaanse groep Pixvae. Dat interview is hier te lezen. Cluzel is in Nederland geen onbekende: eerder speelde hij o.a. in Man Bites Dog en Jump to Addis. Pixvae speelt komende vrijdag (als voorprogramma, aanvang 21.00u)  in Grounds, Rotterdam en maandag 20 februari in de kleine zaal van Paradiso (22.15u aanvang concert).

to stay alive: a method

mh-en-ip
Regie
Arno Hager, Erik Lieshout, Reinier van Brummelen. Met o.a. Michel Houellebecq en Iggy Pop. Duur 70 Min. Taal Engels. In 6 steden.

Zijn er redenen om geen zelfmoord te plegen? Iggy Pop leest Michel Houellebecq en zijn indringende leeservaring draagt deze kleine, maar machtige film.

Het bescheiden rumoer dat hieraan vooraf ging had me onterecht schrap gezet. The Stooges (Elektra, 1969), Raw Power (CBS, 1973) en Lust for life (Virgin, ik heb alleen een 1990 reprint) leg ik nog ieder jaar onder de naald, maar de society pers over Iggy Pop volg ik al tijden niet meer en ook de reünieconcerten van The Stooges liet ik passeren. Hoewel ik de toevoeging van bassist Mike Watt (The Minutemen, fIREHOSE) op papier wel interessant vond ogen.

Maar wat een briljante verrassing is deze film, en met name de performance van Iggy Pop! Als het niet zo sleets zou klinken zou ik zeggen dat hij de rol van zijn leven speelt. Des te opmerkelijker wanneer je bedenkt dat deze film niet zozeer over hem gaat, maar over de Franse, vaak misbegrepen überromanticus Houellebecq.

Pop leest Houllebecq (To stay alive: a method, de Engelse vertaling van Rester vivant: méthode, Houellebecqs debuut uit 1991) – dat gegeven alleen zou niet genoeg geweest zijn. De drie makers van de film illustreren dit kale gegeven met uit het leven gegrepen Houellebecqiaanse personages: een bipolaire dichteres, een verdwaalde geest in een gesticht, een gedreven beeldend kunstenaar in zijn atelier. De drie verhalen zijn wederzijds aanvullend en demonstreren de door Houellebecq consequent in zijn romans uiteengezette levensfilosofie. Alle leven is lijden, maar een grote passie kan uitzicht bieden op weidse vergezichten.

Er zit heel erg veel moois in deze film, die op bescheiden wijze een universeel statement maakt én tegelijkertijd een prachtige ingang op het werk van Houellebeq biedt. Om maar één detail te noemen (ga dit vooral snel zelf zien, denkelijk is dit niet het soort film dat een lange roulatie haalt): halverwege de film doemt uit de – daarvoor prettig jazzy – score ineens de machtige feedback op uit de intro van The Stooges’ I wanna be your dog. In de zaal begon al iemand het vervolg te neuriën en ik betrapte mezelf ook op een zekere danslust en opwinding die deze punkklassieker nog immer veroorzaakt. Maar de feedback wordt door de makers in zichzelf geloopt en culmineert juist níet in het overbekende nummer. Vraag me niet waarom, maar ik vind dat buitengewoon sterk.

Ik heb niks met de cult van de rockdinosaurus, die in de jaren zeventig alle mogelijke vormen van stimuli door het lijf pleegde te jagen en nu overleeft op een dieet van wortelsap en yoga. Ook de kitsch van het lijf dat alles heeft gezien en gesmaakt is niet aan mij besteed, maar door de prachtige cinematografie ben ik ineens weer als een straalverliefde puber geraakt door Iggy Pop. Wat een kop. Wat een lijf. En wat een stem! Nog zo’n detail: voor Iggy’s stem is een extreem sensitieve microfoon gebruikt, waardoor je bijna je stoel uit lazert van de lage frequenties, steeds als Iggy spreekt.

Op 29 april 2016 pleegde mijn lieve, briljante neef volkomen onverwacht suïcide. Wat had ik hem graag nog naar deze film meegesleurd. Hoewel Iggy Pop en de tegencultuur waar hij symbool voor staat niet in zijn universum voorkwam, vermoed ik dat deze filmervaring hem had kunnen sterken in zijn strijd met de zinloosheid.

Want zo ver wil ik wel gaan: dit is een levensbevestigende film. Met een mij tamelijk schaarse monterheid verliet ik opgewekt de bioscoop. Aan de slag, dichters!

NB: over de rol van de drie personages valt te discussiëren. Zijn het daadwerkelijke ‘patiënten’ en zo ja, worden ze dan gebruikt door de makers van de film? Of juist getoond in hun kracht? Of zijn het alledrie acteurs? Die morele ambiguïteit maakt dit trouwens wat mij betreft eerder een sterkere dan een zwakke film. Op IMDB en IDFA valt niet te achterhalen wie het zijn. In een prima interview in de Filmkrant wordt uitgegaan van echte patiënten. Ik denk niet dat ze gebruikt worden. Als je met een bepaalde hypersensitiviteit geboren bent en daardoor geneigd bent de wereld niet anders dan als markt en strijd te zien, dan vergt het een overlevingsmethode om niet ten onder te gaan. Wanneer je Houellebecqs filosofie parafraseert verliest die zijn kracht. Vandaar: ga deze film zelf zien.

“Er bestaat alleen revolutionaire en decoratieve kunst.”

Kate Pierson (The B-52’s)

the-b-52s-(2008)

The B-52’s in 2008: vlnr Cindy Wilson, Fred Schneider, Kate Pierson, Keith Strickland.

(NB: eerder verschenen in Het Parool, 2008)
Na zestien jaar verscheen onlangs Funplex, een nieuw en verrassend geslaagd album van The B-52’s. Zaterdag staat de groep die de Amerikaanse new wave dansbaar heeft gemaakt in Paradiso.
Jaïr Tchong
Het nostalgisch futurisme van tekenfilmserie The Jetsons. De vileine cultuurkritiek van The Simpsons. De ‘less is less’ esthetiek van retrowinkels zoals Kitsch Kitchen. Maniakaal spreekgezang door Fred Schneider, rake salvo’s uit de heup van gitarist Keith Strickland en glasheldere koortjes in sixtiesstijl door Cindy Wilson en Kate Pierson. The B-52’s zijn terug, en wederom klinkt men als een live radiouitzending uit een parallel universum. Terwijl de toerbus ergens tussen Stuttgart en Bonn snelt spreken we met Kate Pierson, vanaf het begin de gezichtsbepalende zangeres. Na dertig jaar en duizenden interviews klinkt ze nog steeds alsof ze voor het eerst naar haar drijfveren wordt gevraagd.
Pierson: “Toen wij begonnen bestond in Athens, Georgia geen muziekscene. Alleen aan de universiteit had je een kunstzinnig klimaat waarin geëxperimenteerd kon worden. Op de middelbare school had ik een folkband, The Sun Donuts, en Cindy had toen ook al haar eigen groep. Fred Schneider schreef poëzie. Hij en Ricky (Ricky Wilson, broer van Cindy en gitarist en oprichter van The B-52’s, in 1985 overleden aan AIDS) speelden soms samen, maar niemand had vooraf bedacht dat we een band moesten beginnen. Op Valentijnsdag 1976 was het zover: The B-52’s onstond na een Flaming Volcano, een cocktail met vier soorten alcohol, op een feestje.”
In de studentenwereld van Athens maakte de groep razendsnel furore. Pierson: “The Fans, de enige punkband van Atlanta, riepen meteen: jullie moeten naar New York!” In de daar bruisende new wave scene werd de single Rock Lobster een hit, en het eerste concert legendarisch. “Voor onze eerste gig in New York hadden we voor de zekerheid een vriendenclub uit Athens meegenomen. Het was hilarisch: in CBGB’s (een vermaarde punk en new wave club) stond iedereen, uitgedost in zwart leer, tegen de muur geleund vooral heel ongeïnteresseerd te doen. Maar onze vrienden begonnen meteen wild te dansen, waardoor we uiteindelijk CBGB’s in beweging kregen.” Op de bonustrack van Funplex hoor je hoe ongelofelijk strak men toen al klonk.
Het nieuwe album verschilt niet wezenlijk van de meeste voorgangers: alleen aan de subtiele electronica hoor je de invloed van de nieuwe producers, die eerder het geluid van New Order deden. In de teksten wemelt het vertrouwd van martini miles en pink helicopters. Maar net als in The Simpsons schuilt er een kloppend hart achter alle formica science-fiction decors. In de videoclip van Funplex snort zanger Fred Schneider op een segway, het kolderieke motortje waarmee de vooruitstrevende zakenman zich voortbeweegt, door een eindeloos uitdijend winkelcentrum. “Je zou Funplex inderdaad een mall from hell kunnen noemen. Het Amerikaanse winkelcentrum, dat is consumerism in de hoogste versnelling. Voor de gemiddelde Amerikaan is het de de plek waar het gehele leven zich voltrekt. Heb je gehoord van mallwalks? Lichaamsoefening voor bejaarden. Waar ik woon wordt het mallmonster gelukkig nog tegengehouden, zelfs Mac Donald’s komt mijn dorp niet in. Ik run een motel in de buurt van Woodstock: Kate’s Lazy Meadow. Het is echt mijn droomplek. Samen met wat vrienden heb ik alle kamers ontworpen.”
Eén van de mooiste nummers van Funplex is vernoemd naar Federico Fellini’s Giulietta degli spiriti (1965), een psychedelische ziektegeschiedenis van een vrouw op zoek naar seksuele bevrijding. Net als de muziek van The B-52’s geldt hier vooral: laat eerst alle logica kortsluiten en geniet dan van de schier onuitputtelijke verbeeldingskracht. Pierson: “Tijdens onze eerste tournee door Japan, eind jaren zeventig, hebben we serieus een naamswijziging overwogen: Fellini’s Children. Fellini’s wereld, vol met archetypische vrouwen, heeft ons altijd geïnspireerd.”
“In de tourbus gaat nu een fotoboek van Astrid Kirchherr rond, die fotografe die zo mooi de Hamburgse periode van The Beatles heeft gefotografeerd. Prachtig, maar het is echt een andere tijd. Het verlangen naar onschuldiger tijden zal altijd onze muziek bepalen. De Bushjaren zijn zó depressief geweest. Vanaf het moment dat hij de verkiezingen stal is het enige dat iedereen in onze vriendenkring bezig hield: hoe kunnen we deze gek stoppen? Als Barack Obama niet wint verhuizen we naar Amsterdam.”