Reinbert

reinbert de leeuw paradiso

(beeld uit de Paradiso Poster Collectie van Martin Kaye, 1979)

Zag zojuist in Eye eindelijk dan De Matthäus missie van Reinbert de Leeuw (Cherry Duyns, 2016). In Amsterdam is deze film komende woensdag en zondag nog te zien (woensdag in Eye en zondag in Ketelhuis). Nu heb ik met een aantal intimi al een jaar of acht een informeel genootschap, waarmee we in een straffe sequentie van om de drie weken een avond lang muziekdocumentaires kijken, eten en drinken. Meestal komt de filmkeus voort uit de genres jazz, wereldmuziek of klassiek. Soms alledrie op een avond.

Alzo zagen wij de afgelopen jaren heel wat films over muziek voorbij trekken. Het blijkt best een lastig genre, behept met vele cliché’s, visuele stoplappen en een zekere armoede aan overtuigingskracht-buiten-de-fans-waarop-de-filmmaker-zich-richt. Dit laatste is vooral vaak het geval bij de popdocumentaire. Maar hoe Cherry Duyns voor de VPRO Reinbert de Leeuw in de weer met Bach portretteert sloeg me zojuist volkomen uit het veld. Wat een onvoorstelbaar mooie film is dit! Zowel de dirigent, de uitvoerenden als de mysterieuze Bach, over wie vrijwel niets relevants bekend is, komen schitterend in beeld.

Net als de betere speelfilm, kenmerkt de betere muziekdocumentaire zich door iets wat ik ‘visueel lef’ zou willen noemen. Een moment waarop de informatiestroom wordt stilgelegd voor iets wat meer met contemplatie of filosofie te maken heeft. In een onwaarschijnlijk lange en werkelijk beeldschone scène, zie je De Leeuw zich concentreren voordat hij voor het eerst de Matthäus-Passion (1727) zal dirigeren in de Amsterdamse Nieuwe Kerk. Op zijn nadrukkelijk verzoek niet in het Concertgebouw, wat om tal van redenen heerlijk saillant is te noemen. Maar afgezien het notenkraker-gekrakeel van weleer is het ook zo ontzettend passend dat De Leeuw het dáár wil doen, in een rituele ruimte die Bach zich had kunnen voorstellen. Een ruimte, ontdaan van alle conventies en formaliteiten van het Concertgebouw. Dus waarlijk in de geest van de componist.

Een van de dingen die me altijd zal bijblijven van het prachtige boek dat Thea Derks over Reinbert de Leeuw schreef, is de wijze waarop de grote componisten van de twintigste eeuw het werken met Reinbert omschrijven. Namelijk als een levensveranderende ervaring: niemand leeft zich zo extreem in, in dat wat de partituur nodig heeft voor een optimale uitvoering. Datzelfde proces weet Cherry Duyns visueel te maken, op een ontzettend emotionerende manier, simpelweg door heel raak te registreren. Amen. Gaat dat zien, ook als u denkt niet van Bach (of van Reinbert de Leeuw) te houden.

PS: 18, 19, 20 mei zal voor het eerst het Spaanse muziekdocumentairefestival In Edit in Amsterdam worden georganiseerd.

Advertenties

lucky

Gistermiddag ging ik met mijn vader in de heerlijke Rotterdamse bioscoop KINO naar Lucky (John Carroll Lynch), de laatste film waarin Harry Dean Stanton te zien is. Het is lang geleden dat een film me zo raakt. Dialogen als een perfect uigevoerd biljartspel, David Lynch in een even hilarische als prachtige bijrol, maar vooral: Harry Dean Stanton in een hem op het lijf gesneden rol als door het leven getekende pensionado. Een grumpy old man die met zijn liefdevol gesnauw zichzelf omringd weet door een kleine groep vrienden. Zoals Stanton door een leeg landschap met een vreemd soort van elegantie weet te strompelen: onvergetelijk. De medemenselijkheid waarmee de bardame hem thuis opzoekt: diep ontroerend. En Stanton die een mariachi zingt: allez, toen brak ik hoor. Noem mij maar sentimenteel, maar wat een ongelofelijk mooie film, wie de hel is John Carroll Lynch eigenlijk?

Nooit geweten: turtle – zeeschildpad, tortoise – landschildpad.

Have you ever had flan? It has an unusual consistence.

studio ghibli films in lab 111

LAB11Ghibli

Gisteravond zag ik twee films uit de reeks Ghibli-films die Lab 111 zo terecht in deze naargeestige maand heeft geprogrammeerd. The secret world of Arriety (2010) is een aardige kinderfilm, maar mist naar mijn smaak toch de meesterhand van Hayao Miyazaki. Ik had Miyazaki’s ‘laatste’ film The Wind Rises (2013) nog nooit gezien – wat een prachtige film! Het zijn de kleine details die het bijzonder maken, zoals de epische vertraging waarmee een personage in zijn koffer naar een meetlat reikt om een gebroken been provisorisch te spalken na een gigantische aardbeving. Of de menselijke stemmen die verborgen zijn in de geluiden van de vliegtuigen. De droomsequenties en de landschappen, het is allemaal van een schoonheid waar je heel stil van wordt van binnen. Om nog maar te zwijgen over de subtekst van culturele kruisbestuiving, de pseudozuideuropese folkloristische muziek, de tragiek van Japan als As-mogendheid en de moraliteit of immoraliteit van uitvinders.

Tot mijn vreugde was het goed vol in Lab 111, het Ghibli-retrospectief voorziet blijkbaar bij meer mensen in een behoefte. My neighbor Totoro uit 1988, die ik nog nooit heb gezien is al uitverkocht, helaas! Wees er dus snel bij met reserveren.

St. James Infirmary by Koko the Clown (1933)

Gorgeous classic Betty Boop from 1933. Check out Koko the Clown (sung by Cab Calloway) stealing the show from 4.20 on – the beautiful way he dances! Fleischer’s animator Doc Crandall used Rotoscope (invented by Max Fleischer) to be able to transpose Calloway’s famous dance moves into animation. ‘An undisputed highlight of cartoon surrealism, matched by very few other cartoons’, says Dr. Grob’s Animation Review. Can’t stop watching Koko and his ghost version dancing.. His movements are simply gorgeous, the feet timing brilliant. Calloway’s rendition of this early jazz standard has a haunting quality of its own. Listen to his unique phrasing, the way it propels the meaning of the words. Chilled to the bone..

Folks, I’m goin’ down to St. James Infirmary
To see my baby there;
She’s stretched out on a long, white table
She’s so sweet, so cold, so fair

Let her go, let her go, God bless her
Wherever she may be
She will search this wide world over
But she’ll never find another sweet man like me

Now when I die, bury me in my straight-leg britches
Put on a box-back coat and a Stetson a-hat
Put a twenty-dollar gold piece on my watch chain
So you can let all the boys know I died standing fair

Folks, now that you have heard my story
Say, boy, hand me over another shot of that booze;
If anyone should ask you
Tell ‘em I’ve got those St. James Infirmary blues

idfa: de funk

 

album cover

Betty Davis, Betty Davis (Just Sunshine, 1973/Vinyl Experience, 1993)

Vanavond (18.45u) heeft IDFA @ Melkweg Rabozaal een documentaire over cultfunkfenomeen Betty Davis op het programma staan: Betty – They Say I’m Different van Phil Cox. Heel benieuwd, haar drie jaren zeventig albums (Betty Davis, 1973, They Say I’m Different, 1974, Nasty Gal, 1975) waren ooit mijn introductie into deep funk.

Compromislozer funk als F.U.N.K. (van haar derde album Nasty Gal) is mij tot heden niet bekend. Je kan stellen dat met dit epische nummer funk als genre tot een logische conclusie kwam. Ook Anti Love Song (naar verluidt gericht aan haar ex-man Miles Davis) staat al sinds mensenheugenis in mijn persoonlijk pantheon van deep funk classics. Eén en al licht, lucht en ruimte in die baslijn en drums, plus heerlijk impressionistische, ruggelings kietelende toefjes kleur op clavinet.

Betty Davis, afkomstig uit de modewereld, wist welke musici ze moest hebben, o.a. Larry Graham en Pointer Sisters staan haar bij op haar debuutalbum. Tijdens haar korte huwelijk met Miles liet ze hem kennis maken met de muziek van Sly Stone en James Brown en suggereerde en passant een betere titel voor zijn revolutionaire jazzrock album ‘Witches Brew’ uit 1970 – Bitches Brew leek haar een betere titel.

Zwart, vrouw én libertijns – het bleek teveel gevraagd voor erkenning in die tijd. Ze bleek voor Miles te heavy (of hij te saai voor haar), hun huwelijk strandde na een jaar. Gecombineerd met de wijze waarop ze na drie legendarische funk albums geheel uit de muziekwereld verdween lijkt me dit alles genoeg stof voor een interessante documentaire.

“Unfortunately for Betty, America was not yet ready to embrace a woman with such an explicitly sexual persona. Her outrageously flamboyant image eclipsed her talent. Several of her live shows were boycotted by religious groups and even canceled.” (AllAboutJazz.com)

Voorfilm: Erin Kökdil, Unheard (V.S., 2016, 6 min.).

Naschrift: de film viel erg tegen, vooral wegens gebrek aan materiaal. Er bleek één kort fragment van Betty live in de seventies gevonden te zijn, van slechte kwaliteit. Het tekort werd opgevuld met pogingen tot videoclips, op basis van steeds dezelfde foto’s. Betty zelf was opgespoord, maar komt niet in beeld (!). De tragiek in haar leven werd verbeeld met verdorrende rozen en meer van dat kaliber symboliek. Jammer!

IDFA 2017: Jonathan Harris

Jonathan Harris

Jonathan Harris, Tuschinski, november 17, 2017. © Nichon Glerum/IDFA.

Voor het Cultureel Persbureau ging ik naar de Master Talk van Jonathan Harris (een digitale kunstenaar die dit jaar de artist in focus is van IDFA) en de DocLab conferentie en schreef er dit artikel over. Later vandaag ook leesbaar voor gebruikers van Blendle en Reporters Online.

3 IDFA tips

ethiopiques 1-29.jpg

Ethiopiques, volume 1 t/m 29.

Terwijl ik het papieren magazine nog aan het verwerken ben – wat een aanbod nu weer! – alvast drie IDFA tips.

1. Uncharted Rituals @ de Brakke Grond
DocLab, het IDFA podium voor interactieve mediakunst, heeft in (en buiten) de Brakke Grond een expositie ingericht met een dertigtal installaties, waarbij me de aangenaam kritische ondertoon vooral opviel. Treffend citaat uit de programmakrant: “Verslaafd aan telefoons, gevangen in virtuele filterbubbels en afhankelijk van een handjevol tech bedrijven gedragen we ons in de ogen van de computer steeds voorspelbaarder.” Met o.a. werken van Jonathan Harris en Memo Akten. Iedere dag van 9u tot 23u gratis toegankelijk, tot en met zondag 26 november.

2. Ethiopiques – Revolt of the soul + live: Girma Bèyènè & Akalé Wubé @ Melkweg
Eerder dit jaar zag ik op de Nijmeegse Music Meeting de Franse groep Akalé Wubé samen met de Ethiopische zanger/componist Girma Bèyènè. IDFA heeft Maciek Bochniak’s Ethiopiques – Revolt of the soul (Polen/Duitsland, 2017, 70 minuten) geprogrammeerd, een documentaire over de inmiddels legendarische cd-reeks van Francis Falceto. Daarna dus live muziek van Girma Bèyènè & Akalé Wubé, op maandag 20 november in de Melkweg Rabozaal, de film begint om 21.15u.

De film draait zonder live concert op dinsdag 21 november om 13.45u in Tuschinski 4, zaterdag 25 november om 14.00u in Podium Mozaïek en zondag 26 november om 16.45u in Munt 9.

3. Amal (Mohamed Siam)
De openingsfilm Amal deed me sterk denken aan Sonita (2015), maar wat deze film bereikt aan ‘fly on the wall’ registratie maakt het extra bijzonder. Bij Sonita grepen de filmmakers vaak in, terwijl Siam doet voorkomen alsof de camera simpelweg niet aanwezig was. De aangrijpende beelden van de Egyptische revolutie geven deze westerse kijker het onbehaaglijke gevoel hier in een decadente democratie te leven, waarin mensen niet meer beseffen hoeveel er nodig was om stemrecht mogelijk te maken.