homo sapiens

Homo Sapiens

Still uit Homo Sapiens van Nikolaus Geyrhalter.

Onlangs zag ik kort achter elkaar 2001 – a space odyssey (Kubrick, 1968), Into the inferno (Herzog, 2016) en Homo Sapiens (Geyrhalter, 2016). Hoewel vooraf niet zo bedacht, pakken deze drie films thematisch samen als een stevige onweerswolk boven mijn gemoed. 2001 zag ik voor het eerst op groot scherm, de 70 mm projectie die momenteel in Eye is te zien. Into the inferno had ik helemaal gemist, die blijkt Herzog vorig jaar voor Netflix gemaakt te hebben. Homo Sapiens draait nog even in Lab 111. Denkelijk niet lang meer: er waren – heel passend bij deze film – twee andere bezoekers.

Het zijn drie variaties op een thema: de mensheid is nietig, de uiterste houdbaarheidsdatum komt in zicht. Drie verhalen die primair met beeld worden verteld – plot, acteurs en menselijke inbreng zijn van ondergeschikt belang. Kubricks magnum opus blijft overweldigend. Bij de fameuze woorden van HAL (‘I’m sorry Dave, I’m afraid I can’t do that’) is het onmogelijk om niet aan Elon Musks bedenkingen bij kunstmatige intelligentie te denken.

Herzog komt samen met een aimabele Britse vulkanoloog akelig dichtbij de totale vernietiging die onder het aardoppervlak schuurt. Into the inferno zit vol met verbijsterende beelden van actieve vulkanen en lavastromen die langs de mens scheren. De Ethiopische en Noord-Koreaanse (!) zijpaden die Herzog volgt blijken bij nader inzien helemaal niet zo vergezocht en vormen een mooi contrast met het onverschillige natuurgeweld. De mens streeft, de natuur neemt. Niet eens als toornig personage, ontstemd over menselijk wanbeheer – nee, uit de aard der zaak: gewoon omdat het kan.

Wanneer Herzog de magmakern van deze planeet overdenkt (“This boiling mass is just monumentally indifferent to scurrying roaches, retarded reptiles and vapid humans alike.”) zit je al bijna in het hart van de verbijsterende film Homo Sapiens. De Oostenrijkse cineast Nikolaus Geyrhalter toont een eindeloze reeks door de mens verlaten lokaties. Desolate plekken waar de natuur bezig is terug te keren. Bioscopen, schouwburgen, fabrieken, huizencomplexen, kantoren en pretparken waar geen levende ziel meer te bekennen is. Ongeveer vijftien seconden per beeld, steevast vanuit hetzelfde strenge, klassieke perspectief, zonder nadere informatie over de oorzaak van verlating. Je gaat als vanzelf ordenen: deze reeks .. zou het Fukushima na 2011 zijn? Of plekken van na de tsunami van 2004? Syrië?

Wonderlijk is de loutering die toch ook van deze film uit gaat – naast de wat meer voor de hand liggende, desolate emoties. Geyrhalter biedt zogezegd geen diavoorstelling bij een literaire avond omtrent Houellebecq, hoewel zijn film me wel sterk aan de Franse schrijver doet denken – vooral Houellebecqs fotoboek Lanzarote. Dana Linssen omschrijft die onverwachte, montere nawerking van Homo Sapiens in een recensie voor de Filmkrant treffend als volgt: “Het idee dat er een wereld bestaat die misschien niet van onze zintuigen afhankelijk is maakt je ogen dorstig en je oren hongerig. Kijken! — voordat er niets meer over is.”

opkomend racisme

de-oplossing-still-photo-1-chris-van-houtsFilmtip: op zondag 12 maart (aanvang 14:00u) is er in Lab 111 een eenmalige vertoning van de film De Oplossing? van regisseur Sander Francken (Nederland, 1983, 65 minuten). Ik heb deze film nog niet gezien, maar ben nieuwsgierig want eerdere films van deze regisseur over de Malinese stad Djenne en internationale wapenhandel kwamen behoorlijk bij mij binnen. Voor Cultureel Persbureau (ook te lezen door gebruikers van Reporters Online en Blendle) schreef ik er gisteravond een vooraankondiging over.

Update 3 maart: wegens grote belangstelling heeft Lab 111 een extra screening op zondag 12 maart toegevoegd, om 17:00u.

Mali

In december 2003 had ik een deejayklus met mps PILOT in Ruigoord. De avond zelf was vooral treurnis: oude krakers en hippies die het leven ergens hadden gemist. Koud. En erg weinig mensen. Maar! Het was op die avond dat mps PILOT tegen me zei dat ik met hem mee moest gaan naar Mali in januari 2004.

Samen met de beslissing om over te stappen van de School voor Journalistiek (1993) naar de Universiteit Utrecht (1994) behoort dit tot die schaarse momenten dat ik precies het juiste, intuïtieve besluit nam.

Ik ging mee. Januari 2004 bracht ik door in Mali, aankomst Bamako, doorvliegen naar Timboektoe (om op tijd in Essakane aan te komen voor de dj-opdracht van mps PILOT), en terug per bus en schapenboot naar Bamako in drie weken tijds. Een fantastische ervaring. Waarover later meer!

De uitgever-vriend gaf me dit weekend een tip, wederom een youtubevondst. Ik heb aardig wat Mali muziek documentaires, maar deze kende ik nog niet. Goed gedaan, met aandacht voor detail en een jonge Toumani Diabate en Oumou Sangare (binnenkort weer in Nederland te zien na een flink aantal jaren) in volle glorie.

Oumou Sangare

25 april // De Oosterpoort // Groningen

26 april // Muziekgebouw aan ‘t IJ // Amsterdam

27 april // Bozar // Brussel

28 april // Muziekgebouw Eindhoven // Eindhoven

29 april // LantarenVenster // Rotterdam

Béla Tarr in Eye

werckmeister-harmoniak
Gisteravond werd ik door een vriendin voor het eerst blootgesteld aan het Hongaarse fenomeen Béla Tarr: in Eye klonk live muziek van en door zijn vaste componist Mihály Víg en werd Werckmeister Harmóniák (2000) vertoond. Het vergt absolute overgave, maar wat een belevenis – en wat is deze film, een grimmig sprookje over totalitarisme, actueel met de walvis midden in de kamer die niemand wenst te zien.

Mits je er vatbaar voor bent, laten [Tarrs] films je eerder beduusd en bezield achter dan murwgebeukt. Dat komt alleen al door de hallucinante schoonheid die hij en vaste medewerkers als cameraman Fred Kelemen in alle Oost-Europese treurnis ontdekken. Als iemand je kan hypnotiseren met over muren glijdende schaduwen, met een kudde koeien, een mistwolk of een in de wind klapperend stuk zeil, dan is het Tarr.

Aldus Kevin Toma, in een interview/portret van Béla Tarr (Volkskrant, 19 januari). Gaat dat zien, naast films van hem in Eye is tot en met 7 mei de expositie Béla Tarr – Till the End of the World te zien.

NB: naast ons zat een vrouw aan het eind onbedaarlijk te snikken. Ik denk nu daar steeds aan: de meerwaarde van uit je filterbubbel in een gemeenschappelijke ruimte samen van kunst genieten is precies dat. De onbekende buurvrouw deed wat ik op dat moment niet kon (maar wel voelde). Ik realiseer me ineens dat ik van veel van de meest indrukwekkende films die ik zag me nog precies herinner in welke zaal dat was (Son of Saul: EYE 2, sindsdien is die zaal schuldig landschap, voorgoed besmet), soms zelf de geur van de stad na het verlaten van de bioscoop. The three rooms of melancholia en La Pianiste – daarna moest ik een stevige stadswandeling maken om bij te komen.

to stay alive: a method

mh-en-ip
Regie
Arno Hager, Erik Lieshout, Reinier van Brummelen. Met o.a. Michel Houellebecq en Iggy Pop. Duur 70 Min. Taal Engels. In 6 steden.

Zijn er redenen om geen zelfmoord te plegen? Iggy Pop leest Michel Houellebecq en zijn indringende leeservaring draagt deze kleine, maar machtige film.

Het bescheiden rumoer dat hieraan vooraf ging had me onterecht schrap gezet. The Stooges (Elektra, 1969), Raw Power (CBS, 1973) en Lust for life (Virgin, ik heb alleen een 1990 reprint) leg ik nog ieder jaar onder de naald, maar de society pers over Iggy Pop volg ik al tijden niet meer en ook de reünieconcerten van The Stooges liet ik passeren. Hoewel ik de toevoeging van bassist Mike Watt (The Minutemen, fIREHOSE) op papier wel interessant vond ogen.

Maar wat een briljante verrassing is deze film, en met name de performance van Iggy Pop! Als het niet zo sleets zou klinken zou ik zeggen dat hij de rol van zijn leven speelt. Des te opmerkelijker wanneer je bedenkt dat deze film niet zozeer over hem gaat, maar over de Franse, vaak misbegrepen überromanticus Houellebecq.

Pop leest Houllebecq (To stay alive: a method, de Engelse vertaling van Rester vivant: méthode, Houellebecqs debuut uit 1991) – dat gegeven alleen zou niet genoeg geweest zijn. De drie makers van de film illustreren dit kale gegeven met uit het leven gegrepen Houellebecqiaanse personages: een bipolaire dichteres, een verdwaalde geest in een gesticht, een gedreven beeldend kunstenaar in zijn atelier. De drie verhalen zijn wederzijds aanvullend en demonstreren de door Houellebecq consequent in zijn romans uiteengezette levensfilosofie. Alle leven is lijden, maar een grote passie kan uitzicht bieden op weidse vergezichten.

Er zit heel erg veel moois in deze film, die op bescheiden wijze een universeel statement maakt én tegelijkertijd een prachtige ingang op het werk van Houellebeq biedt. Om maar één detail te noemen (ga dit vooral snel zelf zien, denkelijk is dit niet het soort film dat een lange roulatie haalt): halverwege de film doemt uit de – daarvoor prettig jazzy – score ineens de machtige feedback op uit de intro van The Stooges’ I wanna be your dog. In de zaal begon al iemand het vervolg te neuriën en ik betrapte mezelf ook op een zekere danslust en opwinding die deze punkklassieker nog immer veroorzaakt. Maar de feedback wordt door de makers in zichzelf geloopt en culmineert juist níet in het overbekende nummer. Vraag me niet waarom, maar ik vind dat buitengewoon sterk.

Ik heb niks met de cult van de rockdinosaurus, die in de jaren zeventig alle mogelijke vormen van stimuli door het lijf pleegde te jagen en nu overleeft op een dieet van wortelsap en yoga. Ook de kitsch van het lijf dat alles heeft gezien en gesmaakt is niet aan mij besteed, maar door de prachtige cinematografie ben ik ineens weer als een straalverliefde puber geraakt door Iggy Pop. Wat een kop. Wat een lijf. En wat een stem! Nog zo’n detail: voor Iggy’s stem is een extreem sensitieve microfoon gebruikt, waardoor je bijna je stoel uit lazert van de lage frequenties, steeds als Iggy spreekt.

Op 29 april 2016 pleegde mijn lieve, briljante neef volkomen onverwacht suïcide. Wat had ik hem graag nog naar deze film meegesleurd. Hoewel Iggy Pop en de tegencultuur waar hij symbool voor staat niet in zijn universum voorkwam, vermoed ik dat deze filmervaring hem had kunnen sterken in zijn strijd met de zinloosheid.

Want zo ver wil ik wel gaan: dit is een levensbevestigende film. Met een mij tamelijk schaarse monterheid verliet ik opgewekt de bioscoop. Aan de slag, dichters!

NB: over de rol van de drie personages valt te discussiëren. Zijn het daadwerkelijke ‘patiënten’ en zo ja, worden ze dan gebruikt door de makers van de film? Of juist getoond in hun kracht? Of zijn het alledrie acteurs? Die morele ambiguïteit maakt dit trouwens wat mij betreft eerder een sterkere dan een zwakke film. Op IMDB en IDFA valt niet te achterhalen wie het zijn. In een prima interview in de Filmkrant wordt uitgegaan van echte patiënten. Ik denk niet dat ze gebruikt worden. Als je met een bepaalde hypersensitiviteit geboren bent en daardoor geneigd bent de wereld niet anders dan als markt en strijd te zien, dan vergt het een overlevingsmethode om niet ten onder te gaan. Wanneer je Houellebecqs filosofie parafraseert verliest die zijn kracht. Vandaar: ga deze film zelf zien.

“Er bestaat alleen revolutionaire en decoratieve kunst.”

dream on, tchong

highrise-tom-hiddleston

Tom Hiddleston in High-Rise

Cineville is uiteraard geweldig, maar als heavy user viel me in 2016 wel meer dan ooit op hoeveel films, ook in die zogenaamde arthouse cinema, een formule afraffelen en vaak daarbij vergeten om met beelden te vertellen. Plotzucht heerst. De volgende films boden wel beelden die bij mij nog lang na bleven ijlen. Verder: alle lof aan de Filmkrant, die als laatste medium een film steevast weet uit te diepen door middel van besprekingen en interviews die verder gaan dan al die uitgebeende servicerubrieken (rond de vraag ‘gaan of niet gaan?’ of economisch geouwehoer over de franchise van Lucas en Rowling) in de reguliere media.

SPEELFILM

Our Little Sister (Hirokazu Kore-eda)

Er wordt wat afgekookt in deze film. Zet je Hollywoodplotverwachtingsmanager op 0 en dompel jezelf geheel onder in dit prachtige slice of life drama. Sasja Koetsier omschreef in een vlijmscherpe duiding voor de Filmkrant de werkwijze van Hirokazu Kore-eda als volgt: Zijn werkwijze doet denken aan een soort zeefdrukprocédé: in zijn films schetst hij de omtrekken van wat er niet meer is, als een sjabloon waarbinnen het afwezige opdoemt in zijn helderste vorm. (NB gezien op 27 december 2015, dus officieel niet in 2016)

The Red Turtle (Michaël Dudok de Wit)
Jarenlang werd er naar uit gezien, maar Dudok de Wits eerste film voor de Ghiblistudio voldeed aan al mijn verwachtingen en stelde geen seconde teleur. Is het een Zen meditatie op het leven of een speelfilm? De bezielde kern binnen het krakend schild van dit prachtige verhaal heeft me niet meer verlaten sinds ik de bioscoop uitliep. Een film die een letterlijk geestverruimende werking heeft.

Arrival (Dennis Villeneuve)
Onvergetelijke beelden (tip: lees geen enkele recensie vooraf voor een maximaal effect), een fenomenaal acterende Amy Adams in de hoofdrol die daarmee direct voelt als een uit het oog verloren hartsvriendin, en een bemoedigend relativerend (dus bevrijdend) scenario. Zelden zag ik zo’n emotionele en emotionerende science-fiction film. Vorig jaar kwam Sicario van dezelfde regisseur ook al maximaal binnen bij mij, maar dan op de nihilistische manier. Villeneuve maakt met deze twee extreem verschillende films wel heel nieuwsgierig naar zijn volgende worp.

El abrazo de la serpiente (Ciro Guerra)
Joseph Conrad-achtige afdalingen in de niet-westerse wereld, herstel: in de geest van de blanke man, zijn een cliché op zichzelf geworden, maar dat soort gedachten verdwenen al na enkele minuten doorgebracht te hebben in de beklemming van dit oerwoud. Met de grofste korrel, en het pijnlijk blakerende zwart/wit beweegt deze film de kijker naar een onafwendbaar noodlot. Een dodendans, zo in your face en letterlijk meeslepend dat ik mezelf betrapte op een haast fysieke ongemakkelijkheid.

High-Rise (Ben Wheatley)
Onder J.G. Ballard adepten brak er al voor de release een felle discussie uit over deze verfilming van diens roman uit 1975. In de kritiek kan ik me deels vinden: het script ontspoort meer dan gerechtvaardigd, zelfs bij dit verhaal dat grotendeels over neoliberale ontsporing gaat. Waar de roman op Houellebecqiaanse manier steekt, komt Ballards cultuurkritiek in deze filmversie misschien wel iets te mild over, alsof het louter een sosjaal krieties commentaar op die outlandish jaren zeventig wil zijn. Toch bleven heel wat beelden me nog wekenlang bestoken – meer dan bij menige andere film dit jaar. De intentie van Wheatley is dan weer wel goed op dreef met die van de schrijver: ‘Er is een kloof tussen diegenen die iets bezitten en diegenen die niets bezitten. Vandaag de dag lijkt er een soort consensus te bestaan dat je niet mag klagen over rijke mensen — dat zou onsportief zijn. Je mag hun succes niet bekritiseren. Terwijl ze ons tegelijkertijd beroven. Het is een merkwaardige tegenstelling.’ (filmkrant)

Toni Erdmann (Maren Ade)
In het documentaire, real life tempo van deze film ergerde ik me lange tijd net zo hartgrondig als de vrouwelijke hoofdpersoon aan deze vreselijk niet-grappige vader, die zijn dochter een blik voorbij het carrièrepad tracht te bieden. Maar vanaf het moment dat ik (door een schijnbaar achteloos gefilmde blik op haar rug!) het onzegbare verdriet tussen ouder en kind voelde had deze film mij te pakken. Sandra Hüller (en Amy Adams, voor Arrival) verdienen een Oscar.

I, Daniel Blake (Ken Loach)
Is dit een socialistisch pamflet uit de Pravda anno 1985 of een speelfilm die nu nog wat te zeggen heeft? Maar dwars door mijn ergernis met deze wel heel eenvoudige schema’s, in zowel de plot als in de karakters (nobele timmerman, gevallen vrouw – jezus was immers een socialist), sloeg Loach mij toch tamelijk onverwacht knock-out in de finale, en wel op zo’n manier dat ik de voorgeschiedenis van dat moment ineens in een ander licht kon zien. Ineens voel je als kijker de werkelijkheid en zeggingskracht van dit drama aan den lijve. Leip-ambachtelijk staaltje vernuft van die Loach. Een eigentijdse Dickens, inclusief Scrooge.

DOCUMENTAIRE
Shadow World (Johan Grimonprez)


In de reeks Darwin’s Nightmare (2004), Lord of War (2005) en Dealing and wheeling in small arms (2007) is dit de logische volgende schakel. Gebaseerd op een doorwrochte, bijbeldikke en vooral feitelijke studie naar internationale wapenhandel is deze opmerkelijk genoeg poëtische film een daverend argument tegen zij die nog menen dat wapenhandel als oorzaak van het kwaad in de wereld slechts een complottheorie van verwarde aluhoedjes en neomarxisten is. Met het aan puin geschoten Syrië en de volgende ramp in Soedan in aantocht bedacht ik na verlating van de bioscoop het volgende. Zou het niet wenselijk zijn om de geopolitieke talking heads en Bono’s voortaan alleen nog maar in het theaterkatern van de krant te bespreken, en de voorpagina te reserveren voor een zo droog mogelijk gepresenteerde winst- en verliesrekening van de internationale oorlogsindustrie? Inclusief de concrete belangen van lokale investeerders en (deel)fabrikanten? Zou het daarmee misschien weer mogelijk zijn om zoveel burgerlijke verontwaardiging te organiseren dat de politiek wel mee moet gaan in het compleet saneren van die industrie? (Dream on, Tchong!) Helaas vrees ik dat ook na dit filmjaar vol moreel complexe drone- en sniperfilms juist Shadow World actueel zal blijven. Wie lacht er luidkeels na Aleppo op weg naar zijn bankrekening? Waar twee vechten, maakt één een fijne, belastingvrije woekerwinst.
Dana Linssen sprak voor de Filmkrant met de filmmaker, in dit artikel.

The Event (Sergei Loznitsa)
Muziek- en voice-overloze zwartwit registratie van de chaos waarin revoluties ontstaan en een embryonale democratie ontspoort in Putinisme. Als kijker raak je door deze montage van huis-, tuin- en keukenfilmers in dezelfde verwarring als de getoonde bevolking. Vermoedelijk is dit universeler dan slechts de uiteenvalling van de Sovjet Unie. Je moet ook als kijker maar af gaan op geruchten: op dát kruispunt loopt het nu uit de klauwen, en in dat parlementsgebouw is de zaak al verloren. Heel aangrijpend zie je de achteloosheid waarmee een zekere dictator dan ineens letterlijk naar de macht wandelt. Actueel in het idee dat het niet zozeer een glorieus actief verzet is dat dergelijk wangedrag kan tegenhouden, maar juist het ontbreken van een tegengeluid dit faciliteert. Waar komt een dictator nog mee weg is misschien een belangrijkere vraag dan hoe hem nog te stoppen. Effectief gebruik maken van een glijdende normatieve schaal, het debat framen, het ondenkbare normaliseren. Na dit jaar en met deze film zou je kunnen zeggen dat Putin de hand kan schudden met Trump.