hoe te lezen?

Anderson .Paak & the Free Nationals, Come Down (@NPR’s brilliant Tiny Desk Series)

Na drie zeer prettige maanden in IDFA-land te hebben doorgebracht voel ik een grote behoefte om weer eens wat te lezen en luisteren. Dit is aangespoeld de laatste tijd aan de rand van mijn bed. Wat te lezen is nooit het probleem, maar hoe te lezen in tijden van WhatsApp? Hoog tijd voor enige dagen offline, kortom.

Geertje Dekkers, Waanwijze Lasterbende – De geboorte van de wetenschap in acht ruzies
Jeffrey Babcock, CINÉBulleTINS, Mai ’68 reel to real
Willem Bruls, Venetiaanse Zangen – Opera in Venetië
Willem Bruls, Ontvoering, verleiding en bevrijding – De Oriënt in de opera
Bambie, Groot Bambie Boek

Lidia Yuknavitch, The Misfit’s Manifesto
Elizabeth Gilbert, Big Magic – Creative living beyond fear
Menno Spaan, Van indammen naar laten stromen – Concreet werken aan innovatie van publieke organisaties

Advertenties

Volgens Venema – over muziekbiz

Voor HP/De Tijd las ik Yaël Vinckx’ boek over Willem Venema, een legende achter de schermen van de Nederlandse muziekindustrie. De recensie kun je hier lezen, het boek wordt vanmiddag in Groningen tijdens Eurosonic/Noorderslag gepresenteerd.

cover venema

ns publieksprijs: ik nomineer

Jacqueline Oskamp: Een behoorlijk kabaal -Een cultuur- geschiedenis van Nederland in de twintigste eeuwDit jaar ben ik kernjurylid van de NS Publieksprijs, samen met 274 andere lezers. Op 25 oktober kreeg ik zes bestsellers ter beoordeling, waarvan overigens vijf non-fictie – wat zegt dit over de status van literatuur in Nederland? Hieruit mag ik 1 winnaar kiezen. Het reglement staat toe om een eigen kandidaat te nomineren.

Aangezien de schrijvers van de short list reeds alle denkbare aandacht hebben gehad (ook in de vorm van de NS Publieksprijs, veel recidivisten dit jaar) nomineer ik bij deze Jacqueline Oskamp, Een behoorlijk kabaal – een cultuurgeschiedenis van Nederland in de twintigste eeuw (ambo | anthos, 2016, 408 pagina’s). Dit is weliswaar ook non-fictie, maar het onderwerp ligt me heel nauw aan het hart en meer aandacht voor klassiek moderne muziek is altijd welkom.

De belangrijkste componistenprijs van Nederland is vernoemd naar Matthijs Vermeulen, maar wie kent deze tragische figuur nou? In het buitenland zou er allang een biopic over hem zijn gemaakt. Om nog maar te zwijgen over Daniël Ruyneman, die door Oskamp heel overtuigend aan de vergetelheid wordt onttrokken. Haar boek stemt luisterlustig – het beste wat je met een boek over muziek kunt bereiken.

Het ontbreekt de Nederlandse klassieke muziek veelal aan publieke waardering, laat staan noodzakelijke kennis of zelfs maar interesse bij de verantwoordelijke politici. Deze situatie kon ontstaan om tal van redenen, die Oskamp helder inzichtelijk maakt. Een mogelijke oorzaak hiervan is de verwijdering tussen publiek en componist die ontstond tijdens het Modernisme (leestip voor de beste internationale weergave van dat proces: Alex Ross, The Rest Is Noise – Listening to the Twentieth Century, 2007).

Oskamp weet dit gebrek aan liefde en waardering met kracht van argumentatie vooral te koppelen aan neoliberale cultuurpolitiek. Inderdaad: een contradictio in terminis. Want dit ‘beleid’ komt vooral neer op: flikker het maar over het hek en laat de markt maar betalen en bepalen. Gek, dat zegt men nou nooit over een Mondriaan of Rembrandt. Of over de inzet van een politiemacht na een voetbalwedstrijd.

Als politicologe heeft Oskamp een scherpe blik op de maatschappelijke context waarin gecomponeerde muziek vorm krijgt. Er kleeft ironie aan dit verhaal: uitgerekend in de jaren vlak nadat er in Amsterdam een prachtige, grote concertzaal voor actuele muziek werd opgericht, kreeg de sector de meest onbehouwen saneerder ooit als geachte opponent. Iemand die werd getypecast op dédain en desinteresse jegens zijn beleidsterrein (terzijde: ik ben heel benieuwd hoe deze VVD-er zijn nieuwe, internationale, diplomatieke rol gaat invullen).

Inmiddels is het tij voor de Nederlandse klassieke muziek iets ten gunste gekeerd. Er is sprake van enig herstel, hoewel Oskamp onlangs nog een kleine publicatie bij wijze van coda publiceerde, over de nog immer precaire situatie van de Nederlandse muziekarchieven. Hierover later meer – de drukbezochte boekpresentatie in Den Haag gaf in ieder geval grond aan enig vertrouwen.

Interessante ontwikkelingen schragen de noodzaak voor Een behoorlijk kabaal: er is tegenwoordig een club (Splendor, Amsterdam), een clubnacht (Tracks, in de kleine zaal van het Amsterdamse Concertgebouw), een Componist des Vaderlands, een festival (Wonderfeel, ‘s-Graveland) en een digitaal platform (24 classics). Het belangrijkste klassieke muzieklabel pionierde met Yellow Lounge, in Rotterdam liefdevol gecopycat onder de naam Red Sofa. Neem voor een indruk van dit nieuwe elan vooral ook eens een kijkje in het prachtige Muzieklokaal, aan de Bemuurde Weerd in Utrecht.

Belangrijker nog dan deze infrastructurele ontwikkelingen: artiesten zélf ontwikkelen zich steeds meer ‘post genre’, en buiten formele setting. Veelal conservatorium getrainde musici en componisten breken vrolijk die aloude denkwijzen, praktijken en begrenzingen van de klassieke muziek af. Ze worden hierbij actief ondersteund door nieuwe, ook jonge luisteraars die via Spotify en YouTube in alle richtingen luisteren – zonder vooroordeel of ingesleten luisterverwachting. Zonder poeha, ook.

Geheel in de geest van dit boek is vanuit Splendor samen met de VPRO bijvoorbeeld ook het Weeshuis van de Nederlandse Muziek opgezet. Bij al deze gunstige ontwikkelingen levert Oskamp een inzichtelijke, vaak meeslepend geschreven voorgeschiedenis. Haar boek komt, het moge inmiddels duidelijk zijn, geen moment te vroeg of te laat. Overigens werd het uitgegeven in een ook voor de trein prettig in de hand liggend formaat.

Erik Voermans schreef over dit boek deze recensie in Het Parool, Persis Bekkering deed dat voor de Volkskrant hier en Thea Derks voor het Cultureel Persbureau hier. Desondanks bleef Een behoorlijk kabaal te weinig gehoord. Stem Oskamp met dit prachtige boek de onvergetelijkheid in via deze link: https://www.nspublieksprijs.nl/stem/db8e1af0cb3aca1ae2d0018624204529

(Noot: de 275 kernjuryleden worden geacht campagne te voeren voor hun keus. Het jurylid dat op die manier (via de link hierboven dus) ‘zijn’ meeste stemmers weet te mobiliseren mag een jaar lang in een nader te bepalen boekhandel 1 x per maand één titel (à 25 euro) uitkiezen. Nu is mijn campagne ernstig gehandicapt vanwege mijn afwezigheid op facebook en twitter. Met een stem via deze link op Een behoorlijk kabaal ondersteun je dus ook mijn leesgedrag in 2018.)

(handgebaar vuurwapen)

Cor_van_Hout_en_Willem_Holleeder

Cor van Hout en Willem Holleeder

Met 274 andere lezers ben ik momenteel lid van de kernjury van de NS Publieksprijs. Voor maandag 20 november worden we geacht uit deze zes titels een winnaar te kiezen: Johan Cruijff, Mijn verhaal; Michel van Egmond, De wereld volgens Gijp; Astrid Holleeder, Judas – een familiekroniek; Geert Mak, De levens van Jan Six – een familiegeschiedenis; Saskia Noort, Huidpijn; Thijs Zonneveld, Thomas Dekker – Mijn gevecht. Sinds 1987 waren dit de winnaars.

Afgelopen week las ik Judas van Astrid Holleeder, memoires van de zus van de beroemdste crimineel van Nederland. Zelf noemt ze het herhaaldelijk een testament: Willem Holleeder heeft naar verluidt al een prijs op haar hoofd gezet. Astrid is er zeker van dat ze in opdracht van haar broer zal worden vermoord.

In het eerste, meer verhalende deel schetst Astrid hoe zij zich met sport en studie wist te ontworstelen aan haar disfunctionele gezin en dan vooral haar gewelddadige vader en broer. In deel twee lees je in dagboekvorm hoe zij vervolgens met justitie samenwerkt om Willem Holleeder tot levenslang veroordeeld te krijgen.

Het Jordaanmilieu waarin Astrid volwassen werd liet weinig ruimte voor verbeelding of zelfs maar ontwikkeling. Permanent stond ieder gezinslid onder hoogspanning: zou hun alcoholische vader weer ontploffen? Die in zichzelf gekeerde wereld van de Jordaan van voor de gentrificatie roept associatieve werelden op van Charles Dickens tot en met Ciske de rat. De stijl is echter effectief kaal en gelukkig niet gekunsteld literair.

Dit boek gaat nauwelijks over de ontvoering van Heineken, of de vele liquidaties daarna. Het ware drama is hier de psychologische terreur die van vader op zoon over is gegaan en die Astrids hele familie en schoonfamilie gegijzeld houdt. Willem Holleeder, die in 2012 even door een gunstig ontvangen tv-optreden in de schijnwerpers stond als nationale knuffelcrimineel, wordt door Astrid trefzeker geportretteerd als een meesterintrigant, die met een haast autistische genialiteit mensen tegen elkaar weet uit te spelen, en daarbij zelf altijd buiten spel lijkt te staan.

Een dergelijke psychobiografie is natuurlijk een bekend gegeven in de fictie, van The Godfather via Goodfellas tot Narcos. Knap is de wijze waarop Astrid hier een dergelijke romantische mystificatie weet te vermijden. Hooguit herinnert zij zich wat schaarse incidenten van tederheid tussen broer en zus, momenten die haar wroeging over haar stap naar justitie overigens nog scherper en geloofwaardiger maken.

“Volledig op de hoogte van de opsporingsmethoden van justitie, anticipeert hij op hun manier van werken en zorgt ervoor dat geen traceerbare ontmoeting, geen observatie, geen zichtbaar contact, geen gesprek of telefoongesprek hem kan belasten. Integendeel, hij gebruikt de opsporingsmethoden van justitie om zijn eigen verhaal te bevestigen. Voortdurend erop bedacht te worden afgeluisterd, zegt hij luid en duidelijk wat hij wil dat justitie hoort; het verhaal dat hij kan gebruiken om justitie op het verkeerde spoor te zetten. Het ‘maken van tapjes’, noemt hij dat. Wat justitie niet mag horen gebaart of fluistert hij, zodat het op opnameapparatuur niet te horen valt.” (142)

De macht die Willem Holleeder over Astrid en haar familie volcontinu weet uit te oefenen is voor de lezer een ronduit claustrofobische ervaring. Wanneer Astrid en haar zus na jaren van twijfel uiteindelijk getuigen tegen Willem (‘Vrouwen vloeren Holleeder’ kopt een krant) volgt er echter geen verlossing. Beide zussen zijn – waarschijnlijk terecht – ervan overtuigd met die verklaringen hun eigen doodvonnissen te hebben getekend. Astrid realiseert zich dat haar broer, zelfs vanuit de Extra Beveiligde Inrichting, haar leven fataal blijft begrenzen. Wegens de doodsbedreiging moet ze stoppen met haar werk als advocate en uiteindelijk ook verhuizen naar de anonimiteit.

“Was ik een jongen geweest dan was ik wellicht net zo geworden als hij. Misschien alleen omdat ik een meisje was kon ik mijn emotionele gebreken niet met geweld en bravoure compenseren, maar moest ik dat via mijn ‘intelligentie’ doen en heeft me dat behoed voor eenzelfde levensloop.” (220)

Deze true crime literatuur ontleent zijn kracht en betekenis aan de onmiskenbare psychologische dimensie – niet aan glorieuze kogelregens of sensationele ontsnappingen. De beklemming waarin vader en zoon Holleeder hun omgeving gegijzeld houden, vaak met louter een handgebaar, is adembenemend. Bewonderenswaardig hoe deze twee sterke vrouwen geheel tegen iedere verwachting en goedbedoelde adviezen in besluiten om toch op te staan tegen de waanzin. Kees Sietsma, de leider van het Heinekenteam in 1983, stelt het in een ontroerende brief aan Astrid na hun verklaringen zo: “u behoort wat mij betreft tot de ruggengraat van Nederland.” (491)

Maar Astrid Holleeder is niet de persoon voor zelffelicitatie of triomfantelijkheid. Wat resteert in een aangrijpend, rechtstreeks aan haar broer gericht nawoord is diepe, diepe melancholie.

Astrid Holleeder, Judas – een familiekroniek (Lebowski, 2016, 576 pagina’s).

week 13 leeslijst

20170403_080737Cally Calomon & Gabriela Drake (ed.), Remembered For A While (John Murray)
Peter Bruyn, The Velvet Underground & Nico – De plaat die rock volwassen maakte (In de knipscheer)
Andrew N. Weintraub, Dangdut Stories – A social and musical history of Indonesia’s most popular music
Robby Harman, Harman I Zed (In de knipscheer)
Bert Vuijsje, Ado Broodboom – trompet (In de knipscheer)
The Pitchfork Review – The Jazz Issue (No. 9 spring 2016)

bericht

Zaterdag 24 juni is mijn laatste dj-gig. Ik neem geen boekingen meer aan na die datum. Geen drama, wel na 26 jaar tijd voor iets anders. Heel veel thank you’s aan Rob van den Bosch, Maarten Rovers, Arnulf den Boesterd, Francis de Souza, Jochem Valkenburg, Huub van Riel, Frank Bolder, Niels Djosa, Rogier ‘Zerkalo’, Wim Westerveld, Hans de Lange, Frans Goossens, Luana Ferreira, Chris Keulemans, Ali Remmelts, Danka van Dodewaard, Willemijn Lamp, Touria Meliani en Anneke Jansen voor de vele uitzonderlijke avonden.

Speciale dank aan Agnes Salverda die in de jaren dat zij het Groene Strand tijdens Oerol programmeerde altijd wist te zorgen voor de beste backstage en het mooiste podium denkbaar. En aan DJ Joop van de Eindhovense Bakkerij, waar het allemaal begon.

laatste dj-opdrachten:

zaterdag 20 mei
mezrab
voor en na Samba Toure (Mali)

zondag 28 mei
mezrab
voor en na Jan-Wouter Oostenrijk (NL)

zaterdag 3 juni
holland festival

woensdag 7 juni
Ahora do Brasil @Bimhuis
Sounds of Brazil: Soukast
(Simone Sou & Guilherme Kastrup feat. Oleg Fateev)
Na afloop DJ Jairzinho

woensdag 14 juni
West Wednesdays
Tetterode ’t Schip (dat mooie stulpsel bovenop het dak!), Da Costakade 158
21.00u-22.00u
Afsluiting van weer een seizoen West Wednesdays (vrij entree)

zaterdag 24 juni
holland festival

einde bericht.

luistergedrag week 11

Deze vijftien albums worden momenteel het meest gedraaid @Tchong’s..

Akua Naru, The Miner’s Canary (The Urban Era/Groove Attack)
Waed Bouhassoun, La voix de la passion (Buda)
Oumou Sangare, Mogoya (No Format)*
Luna Zegers, Entre dos mundos (Moonday)*
Zea, Moarn gean ik dea (Makkum Records)
Cacai Nunes, Casa do choreu – Viola Brasileira (So Som Salva)
Erik Voermans, Yabanraku (Eigen beheer)
The Klezmatics, Apikorsim (World Village/Harmonia Mundi)
Valentin Clastrier & Steven Kamperman, Fabuloseries (Homerecords.BE)
Bongomatik, Espanderland (Indieplant)
CaboCubaJazz, Corason Africano (Matos Music)
Conjunto Amsterdam, Muevete! Salsa dura pa’l bailador (Eigen beheer)
Girma Beyene & Akale Wube, Mistakes on purpose (Ethiopiques 30) (Buda)**
Orchestre Baobab, Tribute to Ndiouga Dieng (World Circuit)
The Nile Project, Jinja (Zambaleta)***

*binnenkort op tournee in Nederland
**te zien tijdens de Music Meeting in Nijmegen
***te zien tijdens Holland Festival Amsterdam

Bij Kunststof Radio hoorde ik een prachtig interview van Frenk van der Linden met Bert Vuijsje en de mij voorheen onbekende trompettist Ado Broodboom, naar aanleiding van deze publicatie: Ado Broodboom & Bert Vuijsje, Ado Broodboom trompet (In de knipscheer).

oumou ad