electro pioniers

Gisteravond zag ik in Lab 111 tijdens een ADE special een wonderlijke film over Suzanne Ciani, een Italiaans-Amerikaanse electronische muziekpionier. En woensdagavond zag ik in Noorderlicht een screening van een film over Gary Numan, die werd gepresenteerd door IN-EDIT, een van origine Spaanse muziekdocumentaire festival. Eind februari komt dit festival naar Amsterdam. Voor Cultureel Persbureau schreef ik een recensie van de twee films.

Advertenties

manifesto

2017-10-13 18.49.01

Julian Rosefeldts Manifesto is een even indringende als ongemakkelijke ervaring. Eerder dit jaar te ondergaan als installatie tijdens het Holland Festival, nu in 16 filmtheaters te zien als film. Uit een karrenvracht historische manifesten stelde Rosefeldt (beeldend kunstenaar, geboren in 1965) een collagetekst samen die door Cate Blanchett in dertien verschillende rollen wordt vertolkt.

Blijkens interviews en de aftiteling heeft Rosefeldt een eerbetoon willen geven aan het kunstenaarsmanifest. Ergens is dat vreemd, omdat zijn film maar weinig ruimte laat voor waardering van deze tekstvorm. Die genadeloze opsomming van pretenties, vanaf de Romantiek tot en met het postmodernisme zorgt voor grimlachjes en ongemakkelijk schuiven in je stoel: wat een wezenloos artistiekerig gebabbel! Vooral die megalomane aanspraak op het zogenaamde wereldhistorische belang van kunst gaat danig irriteren.

Het contrast tussen de ponteneur van de tekst met de alledaagse situaties waarin Blanchett die tekst brengt werkt heel bevreemdend, en vaak ook vreselijk grappig. Vreselijk en grappig tegelijkertijd. Bij sommige fragmenten merkte ik bij mezelf dat ik meer zat te luisteren dan te kijken – deze film vraagt om een tekstuitgave. Het sterkste fragment betreft een vlijmscherp mediakritiek statement: hoe de sensatiezucht van de grote, neoliberale mediamachten de democratie ontwricht. Als anchorwoman van staal maakt Blanchett een allesverzengende indruk.

Met een hart vol vraagtekens verliet ik het Haagse Filmhuis. Vanwaar de kunsten? Is dit een kritiek op de kunstenaar of de kunstcriticus? Of allebei? Werd kunstbeschouwing in de Romantiek een megalomane bedoeling of was dat al eerder aan de gang? Blijft een kunstvorm die zich rigoureus vastbijt in louter het ambachtelijke onbesmet van al deze poeha? Is er na deze Blitzkrieg van Rosefeldt nog een integere vorm van kunstbeschouwing denkbaar? Of van kunst? Is die typisch Nederlandse cultuurpolitieke eis van ‘cultureel ondernemerschap’ niet een angstaanjagende farce waar we zo snel mogelijk vanaf moeten? Wat dit laatste betreft dacht ik aan de prachtige woorden van bioloog Dick Hillenius die dit modieuze beleidsuitgangspunt reeds in 1974 heeft ontkracht.

“In die wereld is de functie van de kunstenaar, de woedende eenling, om gaten te maken in deze betonnen termietenheuvel, ademgaten, ondermijningen van elke absoluutheid. En juist omdat hij de materialen van deze wereld gebruikt en omzet tot iets van eigen weefsel, eigen territorium, is de kunstenaar een voorbeeld van ontsnapping.”

Het hele fragment is hier te lezen. De biologische benadering van Hillenius heeft me altijd aangesproken en komt me voor als weldadig apolitiek en dus overtuigend. Zijn opvatting staat haaks op de huidige praktijk in Nederland, waar je pas een kunstenaar bent als je zegt eigenlijk een ondernemer te zijn. Terwijl ik steeds meer aversie tegen die opvatting krijg: het zijn wezenlijk andere sferen. Nu de eindigheid van het kapitalistisch systeem steeds dichterbij komt hebben we meer dan ooit kritische stemmen nodig van buitenaf.

Met Manifesto schiep Rosefeldt een fragmentatiebom van een statement, dat ik hierbij dringend wil aanraden aan iedereen die zich bezig houdt met de vraag welke kunst ertoe doet en welke niet. Een louterende ervaring in letterlijke zin: eerst zuiveren, dan zien wat er overblijft. In die zin is deze hyperkritische film een daad van liefde, net zoals de romans van Houellebecq niet over de dood gaan, maar over gekapitaliseerde liefde en verdwenen oprechtheid.

NB: de opstijgende duif tussen de schoolkinderen in slow motion (het laatste tafereel van de film) kwam bij mij na al het gepraat binnen als een blikseminslag van haast ondraaglijke schoonheid. Bekeer ik mij hiermee tot een Romantisch manifest? Ontsnapt deze film aan zijn eigen premisse? Drie dagen later heerst Rosefeldt nog steeds in mijn systeem ..

Byrne interviews Byrne

In an attempt to bypass promotional interviews for the movie Stop Making Sense (1984), Byrne decided to interview himself. Besides being outrageously funny performing as several interviewer types, Byrne as interviewee excels as usual with some razorsharp observations like ‘music is very physical, and often the body understands it before the head’. Hence the legendary big suit: to make his head smaller! I cheered out loud at home watching this, when Byrne states that ‘the better the singer’s voice, the harder it is to believe what they are saying’. The lovesong he sings to a lamp is ofcourse this gem, a personal favourite.

ambacht

In zeventien jaar tijd deed ik veel interviews, sommigen daarvan vergeet ik nooit meer. Toen ik vrijdag tijdens het Ambacht in Beeld festival* een aangenaam trage documentaire zag over de wijze waarop een Japanse kimono wordt gemaakt dacht ik steeds aan twee interviews die ik voor De Groene Amsterdammer in 2006 en 2008 deed.

Mongolian boot © Roswitha van Rijn

Mongolian boot © Roswitha van Rijn

Het gesprek met ontwerper en maker Roswitha van Rijn deed me toen eigenlijk pas voor het eerst scherp beseffen dat eigengereidheid misschien wel de allerbelangrijkste eigenschap van een kunstenaar is. ‘Chairman’ Stefan During en zijn vrouw Nesrin namen me voor even mee in hun eigenzinnige, autonome wereld, waarin een begrip als ‘Dutch Design’ op aangename wijze wordt gerelativeerd.

De twee sferen waarin ik zelf het meeste heb gewerkt, cultuurjournalistiek en muziekprogrammering – in hoeverre zijn dat nog ambachten met een toekomst? Ik neig naar het dystopische in de boeken die ik lees en de films die ik kijk, maar zelfs in het volste besef daarvan (mijn bias is me bekend) maak ik me zorgen over een wereld die steeds intensiever wordt bepaald door algoritmes. De nuchtere beschouwer zal hieraan toevoegen: een wereld die steeds intensiever wordt bepaald door hoe mensen omgaan met algoritmes. Toch blijf ik denken dat er nu teveel geld en macht naar te weinig bedrijven gaan (die bovendien schandalig weinig belasting betalen). Waar blijft de autonome mens nu zelfs de underground op facebook te vinden valt?**

*Dit festival is vanaf nu opgedeeld in twee delen: in maart 2018 volgt een aparte film- en documentaire variant.

**De beste analyse van Facebook die ik tot nu toe las staat deze week in de Groene Amsterdammer.