tip: OCCII 25 jaar

Jace Clayton Uproot

Jace Clayton/DJ Rupture. Zaterdag 16 september in OCCII.

Op zaterdag 16 september viert het Amsterdamse OCCII, een van de weinige, nog authentieke culturele rafelranden van de stad, het 25-jarig bestaan. Overdag zijn er verschillende activiteiten, ook voor de kids, en om 16u speelt The Ex op het plein. Het programma bevat nog meer niet te missen optredens, zoals de Amerikaanse avantgardegitarist Eugene Chadbourne (check hier de geweldige countryplaat There’ll be no tears tonight, die hij in 1980 met o.a. John Zorn en Tom Cora opnam) en de Britse Eve Libertine (van Crass, de ultieme punkband, tevens van grote invloed op de vroege The Ex).

Jace Clayton (aka DJ Rupture) komt ook langs, voor een lezing en een dj-optreden. Clayton publiceerde onlangs zijn prachtige memoires. On the road avonturen van een deejay gezegend met een globale blik. Zijn observaties over digitale deejayculture in de 21e eeuw en de lastige tegenstrijdigheden van de ‘wereldmuziekindustrie’ – voor zover je nog daarover kunt spreken – verdienen een groot publiek. Clayton zal ongetwijfeld een passend pleidooi houden over het belang van non-mainstream cultuur, gevolgd door een optreden met DJ Andy Ex. Video: Jagwa Music uit Tanzania, live in OCCII (2012).

Advertenties

homo sapiens

Homo Sapiens

Still uit Homo Sapiens van Nikolaus Geyrhalter.

Onlangs zag ik kort achter elkaar 2001 – a space odyssey (Kubrick, 1968), Into the inferno (Herzog, 2016) en Homo Sapiens (Geyrhalter, 2016). Hoewel vooraf niet zo bedacht, pakken deze drie films thematisch samen als een stevige onweerswolk boven mijn gemoed. 2001 zag ik voor het eerst op groot scherm, de 70 mm projectie die momenteel in Eye is te zien. Into the inferno had ik helemaal gemist, die blijkt Herzog vorig jaar voor Netflix gemaakt te hebben. Homo Sapiens draait nog even in Lab 111. Denkelijk niet lang meer: er waren – heel passend bij deze film – twee andere bezoekers.

Het zijn drie variaties op een thema: de mensheid is nietig, de uiterste houdbaarheidsdatum komt in zicht. Drie verhalen die primair met beeld worden verteld – plot, acteurs en menselijke inbreng zijn van ondergeschikt belang. Kubricks magnum opus blijft overweldigend. Bij de fameuze woorden van HAL (‘I’m sorry Dave, I’m afraid I can’t do that’) is het onmogelijk om niet aan Elon Musks bedenkingen bij kunstmatige intelligentie te denken.

Herzog komt samen met een aimabele Britse vulkanoloog akelig dichtbij de totale vernietiging die onder het aardoppervlak schuurt. Into the inferno zit vol met verbijsterende beelden van actieve vulkanen en lavastromen die langs de mens scheren. De Ethiopische en Noord-Koreaanse (!) zijpaden die Herzog volgt blijken bij nader inzien helemaal niet zo vergezocht en vormen een mooi contrast met het onverschillige natuurgeweld. De mens streeft, de natuur neemt. Niet eens als toornig personage, ontstemd over menselijk wanbeheer – nee, uit de aard der zaak: gewoon omdat het kan.

Wanneer Herzog de magmakern van deze planeet overdenkt (“This boiling mass is just monumentally indifferent to scurrying roaches, retarded reptiles and vapid humans alike.”) zit je al bijna in het hart van de verbijsterende film Homo Sapiens. De Oostenrijkse cineast Nikolaus Geyrhalter toont een eindeloze reeks door de mens verlaten lokaties. Desolate plekken waar de natuur bezig is terug te keren. Bioscopen, schouwburgen, fabrieken, huizencomplexen, kantoren en pretparken waar geen levende ziel meer te bekennen is. Ongeveer vijftien seconden per beeld, steevast vanuit hetzelfde strenge, klassieke perspectief, zonder nadere informatie over de oorzaak van verlating. Je gaat als vanzelf ordenen: deze reeks .. zou het Fukushima na 2011 zijn? Of plekken van na de tsunami van 2004? Syrië?

Wonderlijk is de loutering die toch ook van deze film uit gaat – naast de wat meer voor de hand liggende, desolate emoties. Geyrhalter biedt zogezegd geen diavoorstelling bij een literaire avond omtrent Houellebecq, hoewel zijn film me wel sterk aan de Franse schrijver doet denken – vooral Houellebecqs fotoboek Lanzarote. Dana Linssen omschrijft die onverwachte, montere nawerking van Homo Sapiens in een recensie voor de Filmkrant treffend als volgt: “Het idee dat er een wereld bestaat die misschien niet van onze zintuigen afhankelijk is maakt je ogen dorstig en je oren hongerig. Kijken! — voordat er niets meer over is.”