week 17

OF500_dWK

ORLANDO FURIOSO 500

Deze week begon met NT Gent die Houellebecqs Onderworpen ‘deed’, in de Amsterdamse schouwburg. Wederom viel een bewerking van Houellebecq me tegen: waar het boek een genadeloze politieke analyse geeft, gevat in een behoorlijk ongemakkelijk toekomstscenario, werd dat veellagige werk op toneel teruggebracht tot de bekering van een academicus tot de islam. Met wat toegevoegde kluchtigheid.

Hoewel er soms goed werd gespeeld vond ik het te mager vergeleken met de inspiratiebron, en bovendien: tezeer getrouw aan de tekst. Wat bij Houllebecq misschien juist wel helemaal niet gedaan moet worden. De mooiste scene was woordeloos en beeldend. Mijn belangrijkste bezwaar: er zat helemaal geen flow in de voorstelling, waardoor er ook geen samenballing van energie of zoiets als een invoelbaar drama in de zaal kon ontstaan. Een lange, matte avond was het gevolg.

Vrijdagavond was al een stuk levendiger, diep in noord. In het Concertgemaal zag ik een try out van Orlando Furioso 500, door het off beat gezelschap Barockpuppies. Een zeer losse bewerking van enkele verhalen uit het monumentale, zestiende eeuwse ridderepos Orlando Furioso, tot leven gestampt door de Siciliaanse verteller Alberto Nicolino, geflankeerd door acteur Henk Zwart, Saskia Meijs op altviool, Marko Bonarius op contrabas, Harry de Wit op diverse, geluiden voortbrengende instrumenten, Guusje Ingen Housz, samples en Martijn Grootendorst, visuals.

De kleine, hilarische ridderbeweging waarmee Nicolino de held van het verhaal steeds tot leven bracht deed me denken aan de vroege Hans Teeuwen, toen die nog samen met Roland Smeenk op het podium stond. Merkwaardig ook, hoeveel te volgen was van Nicolino’s opgewonden Italiaans, precies genoeg om de vertelling te kunnen volgen. Het beleg van Parijs dat mislukt omdat de held van het verhaal wordt gekweld door liefdespijnen, en hoe deze held zijn verstand uiteindelijk weer terug krijgt (hervonden op de maan en door zijn neus ingeblazen) – wanneer je jezelf overgeeft aan dit Renaissance surrealisme, dan opent zich een bijzonder fijne voorstelling.

De Siciliaanse jeugd kent het werk van Renaissance dichter Ludovico Ariosto (1474-1533) naar verluidt vers na vers uit het hoofd, en die cultuurhistorische inbedding ontbreekt hier in Nederland. Ik kreeg na deze avond in het Concertgemaal in ieder geval meteen zin in de vertaling die in 1998 bij Athenaeum, Polak & Van Gennep verscheen. Orlando Furioso 500 is vanaf 6 mei nog viermaal te zien, zie de speellijst.

Vanmiddag (zondag 30 april) woonde ik een Toets des Tijds concert bij, in Het Veem. Dit seizoen is daar rietblazer David Kweksilber ‘artist in residence’, en voor deze gelegenheid had hij een Kweksilber Big Band meegenomen in pocketformaat. Met Guus Janssen op piano, JanWillem van der Ham op fagot en saxofoon en Wiek Hermans op elektrische gitaar werd dat een bijzonder vrolijk stemmende middag.

Kweksilber (Asko Schoenberg Ensemble) staat bekend om zijn kwikzilveren muzikale intelligentie, die op diverse klarinetvarianten altijd speels en met veel zeggingskracht wordt gedemonstreerd. De gekozen setlist was op geen enkele manier vast te pinnen op gebruikelijke genrebenamingen – that’s what we like! Erg fijn waren de stukken gebaseerd op de ‘barbershop’ muziek die Kweksilber ooit van zijn moeder kreeg. Dat vraagt zeker om meer.

Toets des Tijds heeft dit seizoen nog twee programma’s: op zondag 14 mei om 15u het slotconcert van het Composers Festival van het Conservatorium van Amsterdam en op zondag 25 juni de wereldpremiere van Maud Sauer, De 4 jaargetijden, door David Kweksilber (klarinetten) en het Emmelle Kwartet. En verder nog die middag werken van Bela Bartok en Aaron Copland. Highly recommended!

Persepolis 030

Zondagmiddag (23 april) heb ik een prachtige middag in Utrecht meegemaakt, die veel meer was dan alleen maar nostalgie. Voor het Cultureel Persbureau schreef ik er dit verslag over (ook op Blendle en Reporters Online te lezen). De trend is om muziek te verkassen naar peperdure prestigegebouwen. Ik twijfel daar aan: in een werfkelder kan het ook. Alleen programmeringsgeld (dat ten goede komt aan de musici zelf, niet aan projectontwikkelaars en bouwcombinaties) is belangrijk.

jazzclub persepolis utrecht foto © jaap van der klomp

De Utrechtse jazzclub Persepolis (1957-1967), foto © jaap van der klomp

 

 

tip: persepolis utrecht

jazzclub persepolis utrecht foto © jaap van der klomp

Jazzclub Persepolis Utrecht, foto Jaap van de Klomp

Bron: Jazzflits (15de JAARGANG, NR. 276, 17 APRIL 2017)

Op de Utrechtse Culturele Zondag van 23 april wordt een eerbetoon gebracht aan het voormalige plaatselijke jazzpodium Persepolis. Dat opende op initiatief van Guus van Biela en Jaap van de Klomp in januari 1959 de deuren en werd al snel een succes. De Persepolis-middag start om 13.45 uur en vindt plaats in In De Ruimte (IDROudegracht 230 a/d Werf).

Een stroom van Nederlandse en internationale jazzmuzikanten vond in de tien jaar van het bestaan de weg naar de Utrechtse jazzkelder. De gebroeders Jacobs, zangeres Rita Reys, drummer Han Bennink, de saxofonisten Dexter Gordon, Johnny Griffin en trompettist Donald Byrd traden er ooit op. Aan het eind van de jaren zestig viel het doek door de opkomst van de popmuziek.

Het eerbetoon wordt gepresenteerd door Hans Mantel en eregast is Jaap van de Klomp. Ack van Rooijen (bugel), Rein de Graaff (piano), Ernst Glerum (bas), Han Bennink (drums), alsmede het ICP Octet treden op. Verder brengen Ad Colen (saxofoon), Wim Bronnenberg (gitaar), Wiro Mahieu (bas) en Bob Roos (drums) een eerbetoon aan saxofonist Wayne Shorter.

Tijdschema

13.45-14.30 uur | sessie door Ack van Rooijen (bugel), Rein de Graaff (piano), Ernst Glerum (bas) en Han Bennink (drums)

15.00-16.00 uur | ICP Octet: Mary Oliver (viool), Wolter Wierbos (trombone), Michael Moore (altsaxofoon en klarinet), Tobias Delius (tenorsaxofoon), Tristan Honsinger (cello), Guus Janssen (piano), Ernst Glerum (contrabas) en Han Bennink (drums)

16.30-17.30 uur | Tribute to Wayne Shorter: Ad Colen (tenor- en sopraansaxofoon, Wim Bronnenberg (gitaar), Wiro Mahieu (contrabas), Bob Roos (drums)

NB: Mooi portret van Jaap van de Klomp, die destijds nauw betrokken was bij Persepolis.

maak het verschil

VVOJ1

Tanja van Bergen (directeur VVOJ) opent de dag, foto © Sergio Boutkan

Vandaag heb ik mezelf als cultuurjournalist weten te bevrijden van wob-angst, xcel-paniek en datajournalistieke koudwatervrees. In Utrecht bezocht ik een trainingsdag onderzoeksjournalistiek, georganiseerd door de Vereniging Van Onderzoeksjournalisten (VVOJ). Onder het montere motto Maak het verschil had dit jaarlijkse congres nu de lokale en regionale onderzoeksjournalistiek als focus. Zoals bekend binnen de toch al niet zo florissante geschreven journalistiek een zorgenkindje waarbij deskundigen doorgaans radeloos met de handen in het haar naar kijken. Terwijl juist de lokale onderzoeksjournalisten van De Limburger met de Jos van Rey affaire hun krant landelijk weer op de kaart hebben gezet.

Het mooie aan deze vereniging is dat men zich heel praktisch richt op de journalisten zelf – hoewel er achter de schermen zeker ook een lobby zal worden gevoerd met directies en uitgevers. Niet bij de pakken neerzitten, maar inspirerende voorbeelden bieden aan zij die nog geloven in het vak. Te oordelen naar de opkomst op zaterdagmorgen om half tien op de Utrechtse Uithof zijn dat er gelukkig nog heel wat.

Zowel directeur Tanja van Bergen als keynote spreker Bjorn Oostra (De Limburger) benadrukken de urgentie van gedegen onderzoeksjournalistiek. Met tegenstanders als Trump, Putin, Erdogan en Wilders, potentaten die geen gelegenheid onbenut laten om een hele beroepsgroep met verdachtmakingen te desavoueren, is het inderdaad juist de diepgravende onderzoeker die misschien wel de redding zal blijken voor de journalistiek. Naast al het gespin en de aperte leugens die via deze machthebbers viraal gaan is het misschien juist het doorwrochte onderzoeksverhaal dat uiteindelijk het verschil zal gaan maken. Ik droom hier hardop, inderdaad.

Ver van die verschrikkelijke toestanden woonde ik workshops bij van achtereenvolgens Margo Smit (ombudsman van de publieke omroep), Carolien Gerards (juriste en verslaggever bij De Gelderlander), Dick van Eijk (pionierend datacruncher bij NRC Handelsblad) en Jerry Vermanen (industrieel vormgever, nu datacruncher bij KRO-NCRV).

Met zestien jaar cultuurjournalistieke ervaring hoorde ik vandaag toch veel nieuwe zaken, zoals de prachtige wijze waarop Van Eijk in de jaren negentig hard nieuws wist te destilleren uit de amorfe cijferzee van het Centraal Bureau voor Statistiek. Of door bijvoorbeeld 2500 namen van bestuurders in de sociale zekerheidsindustrie in een spreadsheet te zetten en te kijken wat je met die gegevens kunt doen (hier een eerder verslag van dat verhaal). Jerry Vermanen, een generatie jonger dan Van Eijk, wist hierna heel praktisch te demonstreren hoe je met een xcelsheetprogramma en wat datasets oorspronkelijk nieuws kunt genereren.

Waar ik bij ‘wobben’ mezelf hele ingewikkelde juridische procedures voorstelde, wist Carolien Gerards dit wobben (een beroep doen op de Wet Openbaarheid Bestuur) terug te brengen tot een heel praktisch middel om informatie bij een bestuursorgaan te achterhalen. Kwestie van doen dus! Nederland heeft een deerniswekkende status qua wobben, de Britse burger schijnt kampioen te zijn in dit democratisch controlemiddel. Gerards gaf veel praktische tips over hoe je WOB succesvol te formuleren (bij het aanvragen van correspondentie bijvoorbeeld expliciet erbij zetten dat de bijlagen bij de correspondentie ook worden aangevraagd). Helaas was er geen tijd meer om de nieuwe Wet Open Overheid, die op termijn de WOB gaat vervangen, te bespreken.

Van de sessies die ik kon bijwonen zal vooral 1 moment me bijblijven. In het vragenuurtje van de ombudsman van de NPO, Margo Smit, kwam naar voren dat naast het botte, anti-journalistieke geweld van Trump en de vele Trump-achtigen, en naast de teruglopende adverteerders- en abonnementsinkomsten er nog een minstens even funest gevaar schuilt voor de onderzoeksjournalistiek: juridisering. Als redacties worden uitgedund en freelancers het onderzoekswerk moeten doen, houdt dat ook maar al te vaak in dat ze juridisch onbeschermd zijn. Sta je dan, als freelance onderzoeksjournalist tegenover een batterij advocaten. Knappe jongen die dan zijn rug recht houdt en jarenlang doorprocedeert om de waarheid te kunnen publiceren.

Me dunkt dat hier de voornaamste beleidsprioriteit ligt voor de VVOJ: een oplossing vinden voor de freelancer die zonder enige kantoordekking onder juridische druk wordt gezet om een onthullend verhaal niet te publiceren.

Word lid of donateur, de open samenleving kan niet zonder onafhankelijke journalistiek.