Béla Tarr in Eye

werckmeister-harmoniak
Gisteravond werd ik door een vriendin voor het eerst blootgesteld aan het Hongaarse fenomeen Béla Tarr: in Eye klonk live muziek van en door zijn vaste componist Mihály Víg en werd Werckmeister Harmóniák (2000) vertoond. Het vergt absolute overgave, maar wat een belevenis – en wat is deze film, een grimmig sprookje over totalitarisme, actueel met de walvis midden in de kamer die niemand wenst te zien.

Mits je er vatbaar voor bent, laten [Tarrs] films je eerder beduusd en bezield achter dan murwgebeukt. Dat komt alleen al door de hallucinante schoonheid die hij en vaste medewerkers als cameraman Fred Kelemen in alle Oost-Europese treurnis ontdekken. Als iemand je kan hypnotiseren met over muren glijdende schaduwen, met een kudde koeien, een mistwolk of een in de wind klapperend stuk zeil, dan is het Tarr.

Aldus Kevin Toma, in een interview/portret van Béla Tarr (Volkskrant, 19 januari). Gaat dat zien, naast films van hem in Eye is tot en met 7 mei de expositie Béla Tarr – Till the End of the World te zien.

NB: naast ons zat een vrouw aan het eind onbedaarlijk te snikken. Ik denk nu daar steeds aan: de meerwaarde van uit je filterbubbel in een gemeenschappelijke ruimte samen van kunst genieten is precies dat. De onbekende buurvrouw deed wat ik op dat moment niet kon (maar wel voelde). Ik realiseer me ineens dat ik van veel van de meest indrukwekkende films die ik zag me nog precies herinner in welke zaal dat was (Son of Saul: EYE 2, sindsdien is die zaal schuldig landschap, voorgoed besmet), soms zelf de geur van de stad na het verlaten van de bioscoop. The three rooms of melancholia en La Pianiste – daarna moest ik een stevige stadswandeling maken om bij te komen.

Advertenties

to stay alive: a method

mh-en-ip
Regie
Arno Hager, Erik Lieshout, Reinier van Brummelen. Met o.a. Michel Houellebecq en Iggy Pop. Duur 70 Min. Taal Engels. In 6 steden.

Zijn er redenen om geen zelfmoord te plegen? Iggy Pop leest Michel Houellebecq en zijn indringende leeservaring draagt deze kleine, maar machtige film.

Het bescheiden rumoer dat hieraan vooraf ging had me onterecht schrap gezet. The Stooges (Elektra, 1969), Raw Power (CBS, 1973) en Lust for life (Virgin, ik heb alleen een 1990 reprint) leg ik nog ieder jaar onder de naald, maar de society pers over Iggy Pop volg ik al tijden niet meer en ook de reünieconcerten van The Stooges liet ik passeren. Hoewel ik de toevoeging van bassist Mike Watt (The Minutemen, fIREHOSE) op papier wel interessant vond ogen.

Maar wat een briljante verrassing is deze film, en met name de performance van Iggy Pop! Als het niet zo sleets zou klinken zou ik zeggen dat hij de rol van zijn leven speelt. Des te opmerkelijker wanneer je bedenkt dat deze film niet zozeer over hem gaat, maar over de Franse, vaak misbegrepen überromanticus Houellebecq.

Pop leest Houllebecq (To stay alive: a method, de Engelse vertaling van Rester vivant: méthode, Houellebecqs debuut uit 1991) – dat gegeven alleen zou niet genoeg geweest zijn. De drie makers van de film illustreren dit kale gegeven met uit het leven gegrepen Houellebecqiaanse personages: een bipolaire dichteres, een verdwaalde geest in een gesticht, een gedreven beeldend kunstenaar in zijn atelier. De drie verhalen zijn wederzijds aanvullend en demonstreren de door Houellebecq consequent in zijn romans uiteengezette levensfilosofie. Alle leven is lijden, maar een grote passie kan uitzicht bieden op weidse vergezichten.

Er zit heel erg veel moois in deze film, die op bescheiden wijze een universeel statement maakt én tegelijkertijd een prachtige ingang op het werk van Houellebeq biedt. Om maar één detail te noemen (ga dit vooral snel zelf zien, denkelijk is dit niet het soort film dat een lange roulatie haalt): halverwege de film doemt uit de – daarvoor prettig jazzy – score ineens de machtige feedback op uit de intro van The Stooges’ I wanna be your dog. In de zaal begon al iemand het vervolg te neuriën en ik betrapte mezelf ook op een zekere danslust en opwinding die deze punkklassieker nog immer veroorzaakt. Maar de feedback wordt door de makers in zichzelf geloopt en culmineert juist níet in het overbekende nummer. Vraag me niet waarom, maar ik vind dat buitengewoon sterk.

Ik heb niks met de cult van de rockdinosaurus, die in de jaren zeventig alle mogelijke vormen van stimuli door het lijf pleegde te jagen en nu overleeft op een dieet van wortelsap en yoga. Ook de kitsch van het lijf dat alles heeft gezien en gesmaakt is niet aan mij besteed, maar door de prachtige cinematografie ben ik ineens weer als een straalverliefde puber geraakt door Iggy Pop. Wat een kop. Wat een lijf. En wat een stem! Nog zo’n detail: voor Iggy’s stem is een extreem sensitieve microfoon gebruikt, waardoor je bijna je stoel uit lazert van de lage frequenties, steeds als Iggy spreekt.

Op 29 april 2016 pleegde mijn lieve, briljante neef volkomen onverwacht suïcide. Wat had ik hem graag nog naar deze film meegesleurd. Hoewel Iggy Pop en de tegencultuur waar hij symbool voor staat niet in zijn universum voorkwam, vermoed ik dat deze filmervaring hem had kunnen sterken in zijn strijd met de zinloosheid.

Want zo ver wil ik wel gaan: dit is een levensbevestigende film. Met een mij tamelijk schaarse monterheid verliet ik opgewekt de bioscoop. Aan de slag, dichters!

NB: over de rol van de drie personages valt te discussiëren. Zijn het daadwerkelijke ‘patiënten’ en zo ja, worden ze dan gebruikt door de makers van de film? Of juist getoond in hun kracht? Of zijn het alledrie acteurs? Die morele ambiguïteit maakt dit trouwens wat mij betreft eerder een sterkere dan een zwakke film. Op IMDB en IDFA valt niet te achterhalen wie het zijn. In een prima interview in de Filmkrant wordt uitgegaan van echte patiënten. Ik denk niet dat ze gebruikt worden. Als je met een bepaalde hypersensitiviteit geboren bent en daardoor geneigd bent de wereld niet anders dan als markt en strijd te zien, dan vergt het een overlevingsmethode om niet ten onder te gaan. Wanneer je Houellebecqs filosofie parafraseert verliest die zijn kracht. Vandaar: ga deze film zelf zien.

“Er bestaat alleen revolutionaire en decoratieve kunst.”

onvolledige uitgaansagenda

10/11/12-2
radio kootwijk
Grasnapolsky

10-2
bimhuis
catrin finch & sekou keita

11-2
concertgebouw
nixon in china (john adams)

11-2
’t paard van troje den haag
Grauzone

16-2
bimhuis
estafest

17-2
18.30
splendor (nieuwe uilenburgerstraat 116, behind Hema jodenbreestraat)
launch art magazine Kunstlicht, theme issue: Translation as method, edited by Marianna Maruyama
(audiovisual performance by Andrius Arutiunian “Voyages” and conversation with Yannis Kyriakides, composer who wrote an article for this edition of Kunstlicht) facebookeventpage

20.30
bimhuis
cabocubajazz

17/18/19-2
temporary art centre eindhoven
DOCfeed documentaire film festival

20-2
paradiso upstairs
pixvae

23-2
lantaren/venster, rotterdam
mokoomba

12-3
bimhuis
aruan ortíz (cuba)

24-3
bimhuis
sun ra arkestra

26-3
melkweg
youssou n’dour

anti-flow

Eerst is er niets, en dan staat er ineens iets. Het blijft een wonder. Schrijven moet wel mijn meest favoriete bezigheid zijn, dat wil zeggen: wanneer dat in flow gedaan kan worden. En juist flow is een concept dat momenteel onder levensgevaarlijke druk staat. Vooral van mijzelf trouwens. Een snelle inventarisatie van anti-flow in mijn geval kan er zo uit zien: what’s app, email, twitter, linkedin, skype, cinevillepas (‘deze Ben Affleck flick móet je vanavond zien, Tchong’), museumjaarkaart (‘heb je eigenlijk wel eens goed die Gouden Eeuw Galerij in het Rijks bekeken, Tchong?’), post. Telefoon: vrijwel niet meer. Blijkbaar heb ik zoveel mensen zo vaak niet of te laat teruggebeld dat men mij ook niet meer belt.

Een jaar geleden hield ik met Facebook op, voor de derde maal en naar het lijkt nu definitief. Niet zozeer een moreel statement, hoewel het wel door de omgeving wordt ervaren als een zeer schokkend iets. Bij doorvragen blijkt dat iedereen er mee wil ophouden, ‘maar het kan niet voor mijn werk’. Mijn uittreden uit de blauwwitte parochie kwam voort uit het besef dat de belangrijkste reden dat ik een leven achter displays leidt, juist dat vermaledijde Facebook was. Ik zal de eerste zijn om toe te geven dat ik momenteel ‘in between jobs’ ben, dus dat ik geen events hoef te promoten zal ook zeker een rol hebben gespeeld.

De applicatie van het beursgenoteerde Amerikaanse bedrijf begon bovendien de ervaring beslissend te beïnvloeden: het herzien van oude vrienden was minder verrassend, want je had jezelf vooraf allang ingelezen wat men zoal was overkomen in de tussentijd. Ergerlijker nog: bij het genieten van cultuur loop je steeds te bedenken welke snedige opmerking je hierover later op Facebook zult zetten. Facebook ontneemt zo het zicht op de kunst, want die kunst is ineens ‘content’ geworden, waar bovendien iemand anders stinkend rijk van wordt. Dat is de bejubelde nieuwe economie: mensen worden rijk op basis van de creativiteit van iemand anders (zo nieuw is dat helemaal niet, lijkt me). Ook het feit dat zelfs de underground muziekwereld gewoon ‘op Facebook zit’ stoorde me geweldig: was nu juist het idee van underground niet een zekere onzichtbaarheid? Een gedeeld geheim onder een select gezelschap illuminati?

Overigens heb ik de herwonnen tijd door Facebookloos door het leven te stappen grandioos verspeeld door treurig stemmende uren en soms zelfs nachten achter Twitter (vaak nog deprimerender dan Facebook, en in ieder geval vele malen rancuneuzer) en GeenStijl (in het kader van kijk eens buiten je filterbubbel en ken uw vijand).

Dave Eggers’ roman The Circle vond ik heel genietbaar – hoewel minder gevaarlijk dan de vergelijkbare cultuurkritiek van Houellebecq. Ik ben heel benieuwd naar de verfilming hiervan. Het onderwerp is wel héél urgent: schieten de profeten van de digitale revoluties zichzelf (en daarmee de democratie) in de voet uiteindelijk? Bij de aanvang van de arabische revolutie werd daadwerkelijk gesuggereerd dat smartphones tirannen ten val zouden brengen. Ik vrees eerder dat het andersom is: voor de identificatie van de u onwelgezinde oppositie heeft een beetje Poetin tegenwoordig een scala aan digitale opsporingsmiddelen beschikbaar. Over de combinatie Trump, Breitbart en National Security Agency wil ik niet eens nadenken. En het mooie is: de oppositie geeft zichzelf wel aan en pleurt uit ijdelheid haar hele doopceel for grabs on line. 1984 schijnt weer veel gelezen te worden sinds Trumps verkiezing, maar Orwell had nooit de verfijning van social media en smartphonegebruik door de mensheid kunnen dromen.

Ik vraag me tenslotte af of, herstel: ik weet wel zeker dat men voor de verfilming van The Circle Facebook en de andere social media gewoon zal inzetten ter promotie. Irony is the spice of life.

NB: drie bevriende musici hebben alledrie een dumbphone aangeschaft. Het gaat hen artistiek en zakelijk zeer voor de wind, ik laaf me aan dit voorbeeld van autonoom denken in digitale tijden.
NBNB: mijn excuses voor degene wiens flow ik heb verstoord.

Vrienden van de kunst, verenigt u!

perfect1

Still uit Perfect Lives, Robert Ashley.

CAS SMITHUIJSEN IS BIJZONDER HOOGLERAAR KUNST EN CULTUUR AAN DE RADBOUD UNIVERSITEIT NIJMEGEN. (bron: volkskrant 2 februari 2017)
De regering-Trump wil een einde maken aan de federale fondsen voor kunst en culturele ontwikkeling. Het afschaffen van de National Endowment for the Arts was al langer de wens van conservatieven in de VS. De lobbyvereniging van kunstliefhebbers roept iedereen op eind maart op de Arts Advocacy Day op Capitol Hill te komen. Ze mobiliseert makers en professionals, maar ook honderdduizenden kunstliefhebbers en donateurs.

In Nederland is er geen landelijke lobbyvereniging van cultuurliefhebbers. Er zijn wel veel vriendenverenigingen en steunstichtingen rond musea, concertgebouwen en gezelschappen. Enkele zijn groot, zoals de Vereniging Rembrandt (15.000 leden) en de Vereniging van Vrienden van het Concertgebouw en het Concertgebouworkest (20.000 leden). Ook zijn er tot in alle hoeken van het land fans die relaties onderhouden met plaatselijke cultuuraanbieders.

Dit gebrek aan een kunstlobby brak ons op in 2010. Rutte I (VVD-CDA) bereidde toen, met steun van de PVV, een onevenredig grote korting voor van 200 miljoen euro op cultuur. Kunstenaars werden gestraft omdat ze met ‘hun rug naar de samenleving’ zouden staan. Het protest tegen de bezuiniging maakte destijds weinig indruk. Waarschijnlijk omdat het beperkt bleef tot de direct betrokkenen: kunstenaars en wat sympathisanten.

Ook in Rutte II (VVD-PvdA) lukte het minister Bussemaker niet de politie-ke speelruimte te vergroten. De cultuurpolitieke teneur was verdere versobering. Toen het Rijksmuseum incidenteel ‘winst’ maakte, werd in het parlement subiet geopperd de subsidie te korten. Bussemaker deed ook nog een onbekookte poging de monumentenbezitters hun onderhoudsaftrek afhandig te maken. Bij het verzet daartegen speelden particuliere belangenverenigingen een belangrijke rol. Het zijn kennelijk vooral numeriek indrukwekkende menigten die het klaarspelen de politiek terug te fluiten. Zo wisten de 720.000 leden van de Vereniging Natuurmonumenten te voorkomen dat de rijksoverheid de domeinen van Staatsbosbeheer aan de meestbiedende verkocht.

We moeten ook het culturele draagvlak tot een politiek onontkoombare factor omsmeden. Overal signaleren we de aanhankelijkheid van liefhebbers van kunst. Vrienden melden zich bij de nationale musea, podia en festivals, en misschien nog wel meer bij instellingen in de directe omgeving. Het SCP schat dat de losse museumverenigingen 250.000 liefhebbers op de been kunnen brengen. Particuliere fondsen als het Prins Bernhard Cultuurfonds kennen donateurs, de grote muziekgebouwen kringleden en er zijn talloze leesgezelschappen en organisaties voor amateurkunst.

De tijd is rijp om een enorme club van kunstvrienden te maken, sterk genoeg om op de bres te staan voor de publieke belangen van cultuur in Nederland. Laat alle verenigingen zich digitaal aaneensluiten tot een landsbrede club van gefedereerde vrienden. Dat kan zonder organisatorische heisa en ook nog vóór de verkiezingen gepiept zijn.

NB: Aldus spreekt Cas Smithuijsen. Ook ik wil me voor dit initiatief graag inzetten. Milieu, onderwijs en gezondheidszorg zijn natuurlijk minstens zo belangrijk, maar in die kennisvelden heb ik kennis noch ervaring. Wel in de culturele sector, specifieker de muziekwereld. PM me als je hierover concreet wilt verder denken. Tenslotte: onderschat de Trumpbeweging (met zijn lokale vazallen in Europa) niet. Zelfs in de culturele sector hoor ik van goed ingevoerde bronnen al serieuze twijfel over de politieke haalbaarheid van kunstsubsidiëring in de nabije toekomst.