adviezen bekend, eerste reactie

Het lijkt me een zware taak: als commissielid beslissen over vierjarige plannen. In de praktijk gaat het vaak over het voortbestaan van instellingen, en niet zomaar een project waarbij de aanvrager het in een volgende ronde opnieuw kan proberen. Bovendien zijn alle budgetten enorm overvraagd, dus commissiewerk bij structurele aanvragen heeft wel iets weg van vragen aan een ouder wat het favoriete kind is – en de anderen mogen weg.

Gistermorgen en vandaag zijn de besluiten bekend gemaakt van het AFK in Amsterdam en het FPK in Den Haag. Na de vier grote stedelijke kunstnota’s en deze twee publicaties is nu bekend waar het meerjarige geld in de cultuur in de periode 2017-2020 naartoe zal gaan. Een eerste reactie.

In Amsterdam valt me op dat vier serieuze spelers in de jazz een 0 op het rekest krijgen: Stichting DOEK, ICP, Jazzfest en het Nederlands Jazz Archief. Nu neemt geen commissie zich natuurlijk a priori voor om nou eens een genre aan te pakken: dit is de optelsom van individuele beoordelingen. Maar als muziekliefhebber in Amsterdam is dit wel een zware dobber: ICP Orchestra is van internationale kwaliteit, onlangs nog zag ik in Nijmegen Koeien, de prachtige, en gunstig ontvangen opera van Misha Mengelberg.

Doek organiseert aan de rafelrand van de jazz en impro prachtige concertjes en een fijn jaarlijks festival. Jazzfest weet in Studio K. een jong publiek te trekken, dat vaak de weg naar het Bimhuis nog niet heeft gevonden. Het Nederlands Jazz Archief, snel opgestaan uit de as van het door Zijlstra opgeheven Muziek Centrum Nederland, heeft een internationaal toonaangevende collectie uit de nalatenschap van Michiel de Ruyter. Het Jazzarchief brengt een serie cd’s uit met schitterende opname uit de rijke geschiedenis van de jazz in Nederland.

Landelijk viel mijn oog op de nuladviezen bij het FPK voor o.a. Amersfoort Jazz, Stichting DOEK, Jazz in Motion, Jazz Orchestra of the Concertgebouw en Summer Jazz. Nationaal wordt ICP gelukkig nog wel erkend.

Als je de zoomlens iets verder vergroot naar avontuurlijke muziek, dan is het lijstje van instellingen die buiten de boot vallen even moedeloos: Cross-Linx, Mundial, Flamenco Biënnale, Gaudeamus, Incubate, Internationale Koorbiënnale, Marmoucha, Motel Mozaïque, Opera2Day, Podium Mozaïek en Welcome to the Village.

Niet alle afwijzingen bij het FPK komen overigens voort uit een slecht rapportcijfer. Veel aanvragers hebben een positieve beoordeling gekregen, maar vallen onder de zaaglijn, lees: er is te weinig budget om alle goedgekeurde aanvragen te honoreren. Een nuance waar je als aanvrager natuurlijk verder weinig aan hebt.

Positief is dat zowel het AFK als het FPK een substantieel deel van de toekenningen aan nieuwe aanvragers heeft toegewezen. In een fluïde en zeer tijdgebonden wereld als de culturele sector is dat een gunstig signaal, hoewel ik daarbij meteen het contrapunt bedenk: wat nu als je over bewezen artistieke, productionele en promotionele kwaliteiten beschikt, een mooi programma koppelt aan een gezond publieksbereik, maar desalniettemin toch onder de zaaglijn terecht bent gekomen? Doorstrompelen van projectaanvraag naar projectaanvraag?

Als ik om mij heen kijk werken zoveel vrienden en intimi in de culturele sector voor bedragen waar de vriendjes van Rutte niet eens de telefoon voor opnemen. En dat op de rand van het bestaansminimum, zonder arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioenopbouw. Een curieuze sector, die cultuur, maar wél een wereld die projectontwikkelaars maar al te graag als voorwaarde voor het oppimpen van wijken en huizenprijzen gebruiken.

Binnen de voor hen gestelde kaders hebben het AFK en het FPK zo op het oog prima werk verricht, en niet zozeer reputaties beoordeeld, wat vroeger nog wel eens het geval was, maar puur de kwaliteit van de plannen. De onderliggende vraag bij dit alles blijft wel waarom cultuur als beroep blijkbaar toch zo’n lage status heeft onder de Nederlandse politici en hun kiezers dat de middelen waarmee de fondsen het bos in worden gestuurd volstrekt ontoereikend zijn.

Onlangs zag ik Gerard Spong op televisie een militaire piloot belangstellend het hemd van het lijf vragen. Eén high-tech helm van een straaljager kost 300.000 euro. Daarvan kun je een cultuurcomplex minstens een jaar lang internationale podiumkunsten laten programmeren. De besteding van publiek geld is naast een zakelijke kwestie toch zeker ook behept met morele dimensies.

NB: aanvullende stukken: analyse van de Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten en van het Cultureel Persbureau (achter betaalmuur). NPO 2 had onlangs een item over de besluitvorming bij het FPK in de commissie muziektheater. Die is hier terug te zien.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s