indie classical movement?

ensemble[1]

Music lovers of the world unite and take over!


So it’s a movement alright! Indie classical network meeting, the final conference session I attended during this year’s Classical Next in Rotterdam was actually the most exciting session – and this without alcohol. Led by Brendan Jan Walsh, a classy, curly moustached, friendly guy from Belgium, who travels the world to organize raves with purely classical music (no added synths or drums!) and actually gets people to dance to it too, conference room 3 was filled to the max with youngsters who want to do it differently.

The panelists came from UK, USA, Brazil, Switzerland, Brazil, the Netherlands and Belgium. Brave young men, who organize events for which a name not yet exists – or perhaps they like it that way. “Indie classical”, “Alt classical” or (actually I like this one) “post-genre” – the moniker may not have been yet materialized, but perhaps it’s easier to state what it is not. No, this is no Bach with layers of cheap synths allover it. No, this is no light, abbreviated version of Mahler to make it more accessible or user-friendly to younger ears.

Indie classical, well at least to me, is as serious as it is lighthearted (it can be deadly melancholic too, but hopefully you’ll get my point, dear reader). Indie classical is gorgeous music from ancient times to the present, presented in novel ways, by the next generation of connaisseurs (musicians, composers, deejays, organizers, producers, writers, critics), who may (or may not) have been thoroughly schooled in Academia, but who also know by heart that the mind can be a stupid thing, and music should be all about emotion, intensity and flow. Pardon my lapse into new-agery, but please stay with me now for one final moment.

Classical Next is ofcourse a splendid opportunity to meet up with kindred spirits if you work in the organization of music – be it clubs or festivals. It’s actually much better to talk in person than to try to have read all your mails in that ever expanding emailbox. Personally, what I really liked about this session is that I’ve seen so many of these conference sessions since my first WOMEX (Rotterdam, 2001, the organization behind it is actually the mother of Classical Next). And I haven’t seen them as lively as this one.

In professional world music circles, people look totally dazed and confused, after the tremendous fallout of organizations, clubs, structures and everything else from that filthy neoliberal handbook. Within pop music (I’ve attended a couple of Eurosonics in Groningen), it’s yet another story: many young white men, behaving like old ones, carefully pointing out all their personal achievements. A very macho environment, well at least so it appeared to me. Within jazz (I’ve attended a couple of Jazzaheads in Bremen), yet another image: to my utter amazement, the organization of jazz in Europe is the privilege of single old white men. What the f*ck happened? Isn’t jazz and all it stands for the ultimate, funky-as-hell black Renaissance movement? Provocation made danceable? Smelly stuff with insane performers like Charlie Mingus, Eric Dolphy or more recently Steve Coleman, Jonathan Finlayson, Jose James or Cory Henry? What went wrong with jazz in Europe?

I’m losing my point here, sorry for that! So here I am at Classical Next. In the past three days I’ve met so many young and professional people – who don’t fall into any of the above mentioned categories – but simply want to promote the idea of intelligent and tasty music. There are many as we say in Dutch ‘beren op de weg’ (clear and present dangers for those with ambition and a heart). To mention just a few: existing powerstructures (hello Live Nation!), ignorant media, funds and governments with lots of money at hand, but all sorts of crazy-ass categories within which they like to spend it.

But before I get into my cynical mode, let’s make it happen. Let’s connect and share, to organize events, clubnights, festivals, anything, to demonstrate to the world that music is an art form, not a business model. Don’t believe the neoliberal hype, y’all! Composers, musicians and critics paint on a much bigger canvas than that silly cost/profit xcelsheet.

Amen!

May 19th 2017 is the next Indie classical network meeting – so let’s see if the promise of today can keep up with reality. Follow yours truly via Twitter (due to silly overuse, I’m not inside Zuckerberg’s little church anymore), or else via LinkedIn. And for all future historians: the panelists of Indie Classical Network Meeting 2016 were: B. Walsh, G. Prokofiev, E. Abelin and T. Cury (Well, at least that’s what the Classical Next app stated, correct me if I’m wrong!)

Advertenties

tech talk: people vs. profit?

key lessons[1]

Luke Ritchie (UK) deelt zijn ervaringen onder het motto sharing is caring


@ClassicalNEXT
 woonde ik net een interessant panel over technologische vernieuwing en klassieke muziek bij. Sarah Willis (UK/Duitsland), hoorniste bij het Berliner Philharmoniker, James Davis (UK), voorheen Tate Gallery, nu werkend voor het Google Cultural Institute, en Luke Ritchie (UK), verantwoordelijke voor het ‘tech department’ van Philharmonia Orchestra, lieten hun best practices horen. Gespreksleider was Jessica Lustig (USA), die zelf vertelde over haar onderzoek naar het gebruik van Youtube Symphony Orchestra. Indrukwekkende cijfers wist Lustig te presenteren, waarbij me vooral opviel dat die aanname dat youngsters geen concentratie meer kunnen opbrengen ook door Lustig werd gelogenstraft.

 

Dit was nu een goede sessie: zonder het wezenloze futurisme dat dergelijke presentaties ook wel eens kan kenmerken, werden hier simpelweg wat goede voorbeelden genoemd hoe je jezelf als orkest of zaal kan vernieuwen met behulp van technologie, en met behoud van artistieke inhoud.

Ik moet toegeven nog nooit van Google Cultural Institute gehoord te hebben. Het is naast een ruimgefinancierd instituut nu ook een applicatie, waarmee in 24 talen via verschillende beleidslijnen en thema’s (zoals beeldende kunst, erfgoed en uitvoerende kunsten) het wereldcultureel erfgoed digitaal wordt ontsloten voor de permanent on line generatie. De voorbeelden van Davis zagen er spectaculair uit, en uiteindelijk kwam hij ook uit bij hun nieuwe tak Performing Arts. Waarbij hij zelf de eerste was om toe te geven dat er een element in de uitvoerende kunsten zit wat een ‘vergoogleïficatie’ lastig maakt, namelijk: beleving in de tijd. Natuurlijk kun je als een bezetene wereldwijd klassieke schilderijen high-res inscannen en antieke tempels met streetview registreren, zoals Google doet. Maar een opera, zelfs wanneer je die multi-camera en onder een kundig regisseursoog registreert is toch niet hetzelfde wanneer die in Googleresultaten verschijnt, dan wanneer die zelf live wordt beleefd, geruikt, gesmaakt. Een kritische vraag die in me opkwam bij dit glanzende Googleverhaal bleek ook bij iemand uit het publiek te leven, waarover later meer.

youtubesymphony[1]

Lustig presenteert indrukwekkende cijfers van het YouTube Symphony Orchestra

Sarah Willis ratelde een mitrailleurvuur aan goede en vaak grappige verhalen af, die vooral bewijzen dat zij als uitvoerend musicus op slimme wijze gebruik maakt van de tegenwoordige toegankelijkheid van hoge-kwaliteit registratiemogelijkheden. Geen geklooi meer met stroperige nationale publieke omroepen en trage radio- en televisieredacties, gewoon hoppa: high res smartphone aan en maar leuke filmpjes maken. Je komt natuurlijk nogal wat interessante musici en dirigenten tegen op tournee als je in dit orkest speelt. Een goed punt dat zij hierbij als extra voordeel benoemt: omdat zij als musicus musici interviewt krijgt ze betere gesprekken, want de musici en dirigenten die zij ondervraagt weten zich onder gelijkgestemden. Geen domme interviewers dus. Een sprankelend verhaal, en een goed voorbeeld van hoe zo’n roestvrijstaal vehikel als het Berliner Philharmoniker door mensen blijkt te worden bemand. Bevrouwd, in dit geval.

 

Luke Ritchie gaf hierna even rap en aanstekelijk een overzicht van de manieren waarop zijn orkest gebruik maakt van hedendaagse technologie. Zelden hoorde ik zo’n tegelijkertijd realistisch en inspirerend verhaal over het inzetten van techniek. Zonder humbug maar met veel passie kwamen de voorbeelden waarop Ritchie aan verdieping van de kennis van klassieke muziek werkt langs. Dat gaat van het plaatsen van de verschillende orkestafdelingen in een verlaten pakhuis, waarbij de bezoeker letterlijk van de ene orkestsectie naar de andere wandelt en dus zo spelenderwijs ervaart wat er zoal speelt in een orkest, en hoe mystiek die uiteindelijke samenklank kan zijn. Tot en met het optuigen van een bus met allerlei installaties waarmee kinderen in probleemwijken kunnen voelen hoe het is om zoiets als stokvoering bij een cello te leren. Tot zijn eigen verbazing bleven zowel de bus als de installaties zelfs in de slechtste wijken geheel vrij van vandalisering en stonden de kids al snel te schreeuwen for more.

Het kan vermoeidheid zijn op deze derde conferentiedag, maar ik werd een beetje sentimenteel van deze Sarah en Luke. Zo vaak hoor je technologische apostelen de wereldrevolutie verkondigen als we onszelf maar geheel overgeven aan de techniek (in memoriam de Arabische revolutie, die door smartphones en social media eenvoudig tot stand zou komen), maar dit panel was nu met recht otra cosa. Dit zijn geschoolde musici die de technologie dienend inzetten, maar wel zelf de regie behouden. En bovendien slimmere vragen kunnen stellen omdat ze echt iets weten.

press play[1]

Van de panels die ik kon bijwonen was Press PLAY het interessantst

Tenslotte nog die vraag uit het publiek: natuurlijk doet Google voorkomen alsof zij louter uit humanistische overwegingen bezig zijn met de (dure, denk alleen maar aan de bouw en energiekosten van al die servers) digitalisering van het werelderfgoed. Maar een vraag blijft me dan kwellen: hoe gaat dit beursgenoteerde bedrijf die enorme kosten ooit terugverdienen? De vragensteller uit het publiek bleef hierop doorvragen, want op dit punt liet deze Googlemedewerker het rijkelijk in het vage. Nee, de high-res scans die zij voor de Google Arts and Culture applicatie maken verschijnen niet bij een eenvoudige Googlesearch. Heel vriendelijk stelt Davis dat zijn applicatie wellicht een rol kan spelen bij de promotie en marketing van culturele activiteiten. Maar op het moment dat de vragensteller uit het publiek blijft doorvragen over de blijvende beschikbaarheid van Google’s nobele digitaliseringswerk wijst Davis ineens op de tijd, en is het panel afgelopen. Veelzeggend!

heeft klassiek toekomst?

20160525_205800

Slagwerk Den Haag speelt Hugo Morales Murguía’s Jaw Music

 

Dutch Mountains, opening night Classical Next 2016. Gezien: Jurriaanse Zaal, De Doelen, Rotterdam, 25 mei. Met o.a. Ralph van Raat, Ensemble Klang, Ludwig en Slagwerk Den Haag.

In het jubilerend Doelencomplex vindt momenteel de conferentie Classical Next plaats, een vakbeurs voor de internationale klassieke muziekindustrie. Tot en met zondag lopen hier honderden programmeurs van binnen- en buitenlandse concertzalen en festivals rond, om goede concepten te jatten, herstel: zich te laten inspireren en interessante Nederlandse musici en ensembles te checken. Interessant hierbij is natuurlijk om te zien waarmee Nederland zich momenteel internationaal presenteert: welke musici, ensembles en orkesten worden hier geoormerkt als van internationale kwaliteit?

Classical Next ontstond vijf jaar geleden toen de Berlijnse organisatie Piranha Arts, vooral bekend vanwege hun jaarlijkse wereldmuziekconferentie WOMEX, door de klassieke muziekwereld werd benaderd of het niet mogelijk zou zijn om een WOMEX-achtige conferentie te organiseren voor de klassieke muziek. De noodzaak is evident: zoals alle interessante muziek (wereldmuziek, jazz/impro en hedendaags) kampt de klassieke muziek met gigantische problemen: een weglopende overheid en een uitstervend publiek. Classical Next wil een beweging ten positieve zijn, en na drie proefedities in Wenen kwam Classical Next vorig jaar voor het eerst naar Rotterdam. Mooie symboliek: de klassieke muziekwereld wordt dus eigenlijk vooruitgeholpen door een model dat de wereldmuziekindustrie heeft ontwikkeld.

Het moet worden gezegd: de openingsavond straalde een Nederlands zelfvertrouwen uit dat met node werd gemist in het door draconische bezuinigingen geteisterde culturele landschap van de laatste jaren. In een even strak als smaakvol geregisseerd programma kregen de internationale delegates een subliem pakket van Nederlands talent aangeboden. En niet alleen in klank, de aangetrokken videokunstenaars Jules van Hulst en Wieger Steenhuis stonden garant voor een subtiele beeldvoering, geprojecteerd op een driehoekig scherm. Zo ontstond een waardige en zeker niet van enige provocatie ontdane presentatie, die overigens deels werd gefinancierd door Dutch Performing Arts, het nieuwe, inpandige loket voor internationale promotie, dat bij het Fonds Podiumkunsten is ondergebracht. Na het opheffen van het Theater Instituut Nederland en Muziek Centrum Nederland (internationaal gezien een unieke provocatie door de iconoclasten Rutte/Zijlstra) is er nu dus eindelijk weer een bureau voor de internationale promotie van Nederlandse podiumkunsten. Dutch Mountains mag gelden als een geslaagde vuurproef van DPA.

2016-05-25 20.21.43

Dirigent Michael Tilson Thomas spreekt de gemeente toe vanaf video

Opvallend: de selectie van Nederlandse artiesten voor Dutch Mountains, de opening van Classical Next,  werd gedaan door drie youngsters: Shane Burmania (programmeur bij Muziekgebouw aan het IJ Amsterdam, Korzo Theater Den Haag en het Wonderfeel festival nabij Hilversum), Masa Spaan (programmeur bij o.a. de Nijmeegse Vereeniging en Wonderfeel) en Floris Kortie (sidekick van Paul Witteman bij het televisieprogramma Podium Witteman en ook al betrokken bij Wonderfeel). Samen met de seniorprogrammeur van de Doelen, de Schot Neil Wallace, die tevens artistiek directeur is van de Haarlemse Koorbiënnale, werd aldus de internationale professionals een programma voorgeschoteld dat ongetwijfeld onder de wat orthodoxere klassieke muziekprogrammeurs een schok moet hebben veroorzaakt.

In korte soundbites werden de urgenties benoemd: Persis Bekkering, die in de Volkskrant hele frisse stukken over klassieke muziek schrijft, drukte in vloeiend Engels de internationale klassieke muziekexperts op het hart om zich niet zo blind te staren op het uitleggen van de muziek, omdat juist die explicatiedrift de beleving van de muziek onder jongeren in de weg staat. Die reflex van de sector om te werken met toelichtingen en inleidingen veronderstelt immers dat je eerst heel veel moet weten van de muziek voordat je mag genieten. Een raak punt.

De Amerikaanse producente Beth Morrison sprak even bevlogen over de noodzaak voor klassieke muziek om buiten de gevestigde kaders en zalen te denken: niet alleen clubs en festivals, maar ook bejaardentehuizen en gevangenissen werden door haar benoemd als logische lokaties om deze muziek te laten klinken. Kortom: draagvlakverbreding, die overigens impliciet ook bleek uit de bijdrage van gitarist Aart Strootman, die onlangs wereldwijde faam genoot omdat zijn muziek werd opgenomen in het bloederige echte mannendrama The Revenant.

De industrie liet van zich spreken in de persoon van Clemens Trautmann, CEO van Deutsches Grammophon, met afstand de meest invloedrijke platenmaatschappij van de klassieke muziek (‘since 1898’). Morgen lanceert DG samen met Apple Music een nieuwe ‘curator space‘ – wat dat precies behelst laat ik u later weten na de presentatie. DG wist al eerder voor opmerkelijke vernieuwing te zorgen met de Yellow Lounge concerten (vernoemd naar het beroemde gele label van DG), waarmee klassieke muziek in relaxte setting naar jongeren werd gebracht. Een idee dat wereldwijd navolging vond, onder andere in de Doelen met de Red Sofa serie.

Interessant punt dat Trautmann benoemde: hij ziet voor zijn platenmaatschappij ook een taak op het gebied van educatie. Een neoliberale politicus zal hierbij ongetwijfeld triomfantelijk lachen: waar overheidstaken worden afgestoten neemt de industrie eindelijk haar verantwoordelijkheid.

En de muziek? Die was listig samengesteld tussen wilde vernieuwing (Ensemble Klang), toegankelijke neo minimal (Slagwerk Den Haag dat een prachtig stuk van Hugo Morales Murguia voor drie ezelskaken bracht), bewerkt populair (pianist Ralph van Raat die een bewerking van Radiohead liet klinken), tot en met BWV 21, subliem gebracht door het spraakmakende Ludwig.

De avond werd besloten met een daverende, nogal disruptieve uitvoering van Louis Andriessens Workers Union, ‘for any loud-sounding group of instruments’. Op exact hetzelfde podium waar ik in 1991 het nog net niet doorgebroken Nirvana tekeer hoorde gaan tijdens het legendarische indiefestival Ein abend in Wien bewijst Nederland eindelijk weer (of opnieuw, al naar gelang uw geboortejaar) tot de internationale voorhoede te behoren.

20160525_213544

Dutch Mountains eindigt met het rumoer van Louis Andriessens Workers Union

Het programma vond een logisch hoogtepunt in de aankondiging van het toetreden van de internationale stersopraan Barbara Hannigan tot de gelederen van Ludwig, een van de spannendste ‘ensembles/orkesten’ (hun omvang is flexibel) in Nederland op dit moment. Het fragment uit Stravinsky’s The Rake’s Progress leidde bij uw nachtcorrespondent tot voorheen ongekende vormen van kippevel en ontroering, en wederom de verzuchting dat het nu toch echt hoog tijd is dat klassieke muziek uit haar veilige blanke cocon treedt – dit nu, is muziek die iedereen met een hart en een ziel zal beroeren.

Klein puntje van kritiek: waar was de Componist des Vaderlands Willem Jeths? Die ontbrak helaas op opvallende wijze, maar dat zal ongetwijfeld te maken hebben met het feit dat diens functie wordt gefinancierd door een concurrerende club op het gebied van de internationale promotie van de Nederlandse muziek.

bimlab #25 (over impro II)

 

Bimlab #25. Curatoren: Sjahin During en Mary Oliver. Organisatoren: Monica Akihary en Niels Brouwer. Musici: Sjahin During – afro-anatolische percussie, Mark Haanstra – elektrische basgitaar, Oguz Buyukberber – basklarinet, Mary Oliver – altviool. Gehoord: 23 mei, Bimhuiscafé.

Stelt u zich voor lezer: u bent een succesauteur, wiens naam onder verschillende gewaardeerde romans staat. U wordt uitgenodigd om samen met drie andere schrijvers bloot een podium te betreden en aldaar spontaan en kollektief een nieuwe roman te schrijven, terwijl een kritisch publiek toekijkt. Uw enige wapens zijn enig taalgevoel en een rudimentair zelfvertrouwen dat de door u en uw collega’s geopperde zinnen samen misschien wel een verhaal, pamflet of dadagedicht zullen vormen. Zie daar de ware aard, en het enorme risico, dat improvisatiemuziek (onder liefhebbers ‘impro’ genaamd) behelst. De vloer op, en waar acteurs nog terug kunnen vallen op taal en humor heeft de musicus slechts enige instrumentbeheersing, twee oren en twee ogen tot zijn beschikking. Naakter musiceren bestaat er niet.

BIMLAB “is een impro-serie in het café van het Bimhuis met onverwachte muzikale ontmoetingen. Voor iedere editie worden twee curatoren uitgekozen, leden van de Beroepsvereniging voor Improviserende Musici (BIM), ooit de naamgever van het Bimhuis. Zij nodigen musici uit om samen met hen de avond in korte sessies vorm te geven.”

20160523_224509

Nieuwsgierig naar de veelbelovende line up toog ik gisteravond naar het Bimhuis. Dit was nu zo’n avond waardoor ik me blijf verwonderen over het negatieve imago van impro. Muzikaler dan dit krijg je het niet, de schoonheid ontstaat onder je neus. Buyukberber is een gigant op de basklarinet en helaas nog veel te weinig bekend in en buiten Nederland. Altvioliste Mary Oliver (van ICP Orchestra faam) wist in een loeispannend duet Sjahin During, met wie ze voor het eerst speelde, op te zwepen. Of andersom, want ineens leken de rollen om te draaien. Gedurende de drie sets legde bassist Mark Haanstra weelderige, poëtische basstructuren onder dit geheel, een eindeloos fascinerend fundament dat me op prettige wijze deed denken aan de muziek van Steve Coleman.

Op mijn youtubekanaal staan drie korte impressies van Bimlab nummer 25. BIMLAB #26, maandag 26 september, 21.30, €6. Curatoren en musici TBC, volg de site van het Bimhuis.

over impro*

jazz1
Gistermiddag ging ik weer eens na lange tijd luisteren naar de jazzsessie in de Engelbewaarder. Tot mijn schrik kwam ik erachter dat de laatste keer dat ik hier was vóór de invoering van het rookverbod moet zijn geweest, want ineens kon ik de musici zien. De sessie wordt geleid door Jacko Schoonderwoerd, Victor de Boo en Leo Bouwmeester. Gistermiddag was de Argentijnse saxofonist Natalio Sued te gast, die ik ooit in Nijmegen prachtige improvisaties hoorde spelen. Het blijkt dat hij ook de standards tot in de finesse beheerst. Contrabassist Eric Calmes verscheen en bracht een klinkende solo, en ook Michael Vatcher (op drums) schoof even aan. Note to self: wekelijks weer gaan Engelbewaarderen. Wat een genot om dergelijk kaliber muziek te smaken zonder ondoordringbare nicotinewalmen!
*Naar aanleiding van een eerder concert van Sued schreef ik voor de Volkskrant een recensie, waarin ik probeer improvisatie te duiden voor de mensen die hiervan denken niet te houden: Natalio Sued Volkskrant (2013, downloadable .PDF)

de afkeer verdwijnt vanzelf

De Welwillenden van Jonathan Littell, door Toneelhuis/TGA.
Regie Guy Cassiers, bewerking Guy Cassiers, Erwin Jans.

Obersturmführer Max Aue – Hans Kesting, Eichmann – Katelijne Damen, Thomas Hauser – Kevin Janssens, Obergruppenführer/kampcommandant – Johan van Assche, Standartenführer – Aus Greidanus Jr. en Fred Goessens, Sturmbannführer/Dr. Hohenegg – Alwin Pulinckx, Hauptsturmführer – Jip van den Dool, Untersturmführer – Vincent van Sande, Jood / Hélène – Abke Haring, Dr. Voss / Dr. Mandelbrod – Bart Slegers.
Gezien: donderdag 19 mei, Rabozaal, SSBA. Nog te zien aldaar 20 en 21 mei; 24 t/m 28 mei. Tournee tot en met 22 juni, zie speellijst. Achtergrondinformatie in deze longread.

Waarom krijgt obersturmführer Max Aue wroeging? De centrale figuur van Jonathan Littels roemruchte roman De Welwillenden (2006), hier met een alles verschroeiende intensiteit vertolkt door Hans Kesting, heeft immers een hoge rang binnen het nazi-apparaat. Die wroeging is cruciaal: het is menselijk mededogen dat Aue’s geest en lijf attaqueert in Sovjet-stijl: dat laatste restje moraal verwoest alles op zijn pad. Waar kille ambitie deze SS-obersturmführer tot grote hoogte liet stijgen, zorgt menselijk mededogen ervoor dat Aue niet monter de vruchten kan plukken van zijn carrièrezucht. Als een kankergezwel woekert de moraal in het lijf van deze prominente SS-er, en sleept hem met darm en al voor zijn eigen innerlijke rechtbank.

Deze theaterbewerking is vele malen beter dan de wanstaltig dikke roman van Littell, dat beslist baat had gehad bij een strenge eindredacteur. Waar Littell zich volkomen verliest in etnografische detailleringen kiest Cassiers voor één strakke focus: de innerlijke strijd van Aue. Het lijkt me sterk dat er dit seizoen een rol beter wordt vertolkt dan die van Aue door Kesting. Aue is een zwarte zon: alles wat in zijn nabijheid komt sterft, en dat geldt ook voor deze toeschouwer. De scène waarin Aue één van zijn vele moordacties memoreert (de witte dame in de sneeuw) is keelsnoerend intens, en claustrofobisch tot het punt dat je serieus overweegt om de zaal te verlaten. Maar je doet het niet, want je moet weten waar dit afloopt.

In die zin deed deze voorstelling me denken aan C’est arrivé près de chez vous (1992), de Waalse schandaalfilm waarin de kijker mee wordt gelokt in het hoofd van een seriemoordenaar. Met Aue daalt de toeschouwer af naar de bodem van menselijk gedrag. Maar waar die film uiteindelijk vooral een gimmick is, pakken Cassiers en Kesting het oneindig subtieler – en voor de toeschouwer des te desastreuzer – aan. Stellen dat er in ieder mens een potentiële nazi huist is inmiddels in de geschiedwetenschap oneindig verder genuanceerd, en in de kunsten verworden tot een enorm cliché. Het zou niet interessant zijn geweest als deze bewerking op dat schamele punt was uitgekomen.

Nee, het is veel erger dan dat: nadat ons eerst al was afgeleerd om de nazi als een bovenhistorische categorie van Kwaad te zien, iets externs en unieks, iets wat dus op comfortabele wijze niet van ons is, krijgt Kesting het voor elkaar om mededogen of althans: begrip voor de persoon Max Aue te genereren. Zelden verliet ik zó verslagen, ten einde raad en gedesoriënteerd een theaterzaal. Dit kaliber theater, waarin de waanzin van de dramatis personae tastbaar wordt, en je als toeschouwer zonder enig mededogen wordt meegezogen in een trip naar het einde van de nacht, doet het ergste vrezen voor de gemoedstoestand van het acteursensemble na afloop. Wat een verbijsterend goede, verschroeiende voorstelling. Is deze rol menselijkerwijs vol te houden? Of vergis ik mij hier in wat een goed acteur vermag? Ik hoop dat Kesting en de andere acteurs nazorg krijgen, of tenminste: goede intimi hebben. Het applaus in de uitverkochte Rabozaal was tam, omdat dit zo’n goede voorstelling is. Dit is, zoals Aue ergens roept, als masturberen met een hand vol gebroken glas. Dit is even schokkend als Klaus Maria Brandauer in István Szabó’s Mephisto (1981).

Hans Kesting sprak over de rol van Max Aue in de Nieuwsshow van 2 april, hier terug te beluisteren.

koeien

Vrijdag 13 mei zag ik in de Nijmeegse schouwburg dan eindelijk Cows/Koeien, de opera van Misha Mengelberg, met muziek door ICP Orchestra. Louis Andriessen schrijft voor het Concertgebouworkest; Reinbert de Leeuw wenkt als knuffelopa bij Zomergasten de kijker naar zijn favoriete beeldfragmenten; ICP doet aan opera – het moet niet gekker worden. Zijn de vroegere ratelaars van Actie Notenkraker nu dan echt al hun tanden en wilde haren kwijt?

Het antwoord moet zijn: nee, maar men kan niet eeuwig blijven barricaderen. Gelukkig maar, want Cows/Koeien is een compact (75 aaneengeschakelde minuten) stukje vakwerk, met een zeggingskracht die niet geheel ontoevallig herinnert aan wijsgeren zoals Zhuang Zi en André van Duin.

De vertelling is zoals zo vaak bij opera hier gelukkig van ondergeschikt belang: vrouw zoekt boer terug. De relatie tussen boer en boerin komt onder stroom te staan na opkomst van ‘dat rare vrouwtje daarginter’. Bijenkorf, koeienstront, de wijsheid en de eenzaamheid van het platteland.

Cows/Koeien is misschien nog het beste te typeren als een vaak bijzonder grappige bio-biografie van Misha Mengelberg, die hier wordt vertolkt door een vakkundig minimalistische Pierre Bokma. Prachtige citaten van Mengelberg doorbreken én onderstrepen de plot en zetten de kijker op scherp. Poldernuchterheid, vervat in taoïstische parels van wijsheid. Afijn.

Cows/Koeien ademt naast veel humor ook een zekere melancholie: jazz en dada – das war einmal. Mengelberg/Bokma blikt terug met de rigoureuze eerlijkheid van iemand die zichzelf stelselmatig van modieuze zaken zoals politiek wist te vrijwaren. In die zin is deze voorstelling even tijdloos als Bospaadje Konijnehol volume 1 en 2, de prachtige, inmiddels klassieke albums van ICP Orchestra. ICP-fans zouden er goed aan doen om zichzelf te bevrijden van eventueel aanwezige opera aversie, want deze voorstelling mag echt niet ongezien blijven door de liefhebber van de betere impro.

Genadeloos tikt de tijd door, weer is een dag voorbij – je zou kunnen zeggen dat van jazz, dada en impro tenslotte alleen nog de laatste zegeviert. Hoe tegenstrijdig impro en opera dan ook ogenschijnlijk zijn (in opera is immers iedere gevoelsuitbarsting zorgvuldig gescript), dat paradoxale wordt hier goddank niet ingezet als één of ander vermoeiend, metatheoretisch, muziektheatraal discours. Het verhevene en de koeiestront liggen hier naast elkaar.

Mooi: de solo van pianist Guus Janssen, die zichzelf ineens lanceert met veel kippenvel in de zaal als resultaat (een bijeffect van deze voorstelling is dat je na het verlaten van de zaal ineens weer overal het dierenrijk ervaart). Het moment waarop trombonist Wolter Wierbos ineens dat prachtige themaatje van Kneushoorn inzet. Het lied Weer is een dag voorbij – knappe toeschouwer die daarbij de ogen droog houdt. Wat een wonderschoon kleinood van een voorstelling.

“Er is klank; een notie van onmacht; een programma zonder kop of staart; er is kracht, kletspraat, mededogen; er is niks, maar tevens een vergezicht, verhaspeld beeld vol werking en tegenwerking. Bovendien lijkt de taal hier en daar wat overspannen. Natuurlijk, onsamenhangend gezwatel kan wel degelijk gezellig zijn, of ontroeren. Onder omstandigheden kan zingeving mogelijk zijn, maar het zal niet meevallen om er iets steekhoudends op te grondvesten. Hoewel, zoiets moet toch ooit geprobeerd zijn. Een voorbeeld wil mij nu even niet te binnen schieten.”
(Uit: Cows/Koeien)

Muziek en tekst Misha Mengelberg regie Cherry Duyns choreografie Beppie Blankert.
Cows/Koeien is nog te zien: woensdag 18 mei, Stadsschouwburg Groningen; donderdag 19 mei De Lawei Drachten; zaterdag 21 mei Deventer Schouwburg; zondag 22 mei Stadstheater Arnhem; woensdag 25 mei Stadsschouwburg Haarlem; donderdag 26 mei Koninklijke Schouwburg Den Haag; zaterdag 28 mei Parktheater Eindhoven; zondag 29 mei Flinttheater Amersfoort; dinsdag 31 mei Stadsschouwburg Utrecht.