Cristina Zavalloni, vocale wervelwind

De Italiaanse mezzosopraan Cristina Zavalloni maakt liever geen onderscheid tussen opera, jazz, pop of traditionele muziek. Morgen zingt ze tijdens de Matinee op de vrije zaterdag in La Passione van Louis Andriessen.

(Eerder verschenen in Het Parool, 2 mei 2003)

Tijdens de afgelopen editie van Crossing Border (november 2002) bleek het Siciliaanse orkest Banda Ionica één van de onbetwiste hoogtepunten. Dit project, een podium vol jonge blazers onder leiding van trompettist Roy Paci, bracht met veel bravoure en een ironische knipoog traditionele Zuid-Italiaanse begrafenismarsen. De grootste verrassing was wel toen dirigent en geestverwant Paci zangeres Cristina Zavalloni uitnodigde voor enkele nummers. Met haar klassiek geschoolde stem en bevallige verschijning joeg Zavalloni menig nekhaar fier hemelwaarts.

Twee weken geleden speelde ze met haar eigen Open Quartet op het Utrechtse SJU Jazzfestival. De frisse, zelfbewuste greep waarmee ze bij die gelegenheid seventies pop, rock, jazz en improvisatie volledig naar haar hand zette sloeg helaas dood bij het jazz-publiek, dat vooral gekomen leek voor virtuoos machtsvertoon en zodoende La Zavalloni niet helemaal naar waarde leek te schatten. Voor het concert van Open Quartet in het Utrechtse Vredenburg was er even tijd voor een gesprek met deze vocale duizendpoot. Kortgeleden verscheen haar eerste solo-cd, programmatisch Cristina Zavalloni getiteld. De Falla, Berio, Ives en Lennon/McCartney staan in het cdboekje gebroederlijk naast Andriessen vermeld als componist.

“Cathy Berberian, opera-zangeres en vrouw van Luciano Berio – de grootste twintigste-eeuwse componist, of in ieder geval: de grootste twintigste-eeuwse Italiaanse componist – vormt een onuitputtelijke inspiratiebron. Berberian is het referentiepunt voor een hele generatie avantgarde-componisten: ze wijzigde de regels van het spel. Berberian bleef haar hele leven in de klassieke wereld, ze had geen training voor geïmproviseerde muziek. Maar wat ze deed was perfect. Toen ze stierf was ik tien, maar zij liet me zien wat er allemaal mogelijk is en dat ik niet gek ben om het te willen. Maar Berberian heeft niet echt jazz of pop gedaan.”

“Ik droomde ooit van een carrière als danseres, maar toen ging het mis met mijn rug. Toen ik 18 was, besloot ik de muziek in te gaan. De jazzscene van Bologna was voor mij de voornaamste leerschool. Een hechte wereld, je kunt wel zeggen dat we een eigen taal hadden. Het was een uitbundige tijd, heel extreem en avantgardistisch, maar ik had het nodig. Tot dat moment had ik alleen kennis gemaakt met commerciële mainstream-jazz. Hierna ging ik opera-zang en klassieke compositie studeren. Ik kon me niet tot jazz beperken, that would not be fair and interesting.

“Ik heb een jazzmanagement en een klassiek management. Maar het blijft typisch: mijn nieuwe cd is klassiek getint en presenteerde ik in een operazaal tijdens een jazzfestival. Langzaamaan groei ik naar mijn eigen muzikale identiteit: ik maak me steeds minder zorgen hoe men het waardeert of classificeert. Eigenlijk is het grootste verschil met of zonder microfoon zingen. Dat is cruciaal. Maar afgezien daarvan: muziek is muziek. Ravel of jazzstandard: in mijn hoofd klinkt het hetzelfde.”

Met Neerlands beroemdste componist Louis Andriessen heeft Zavalloni een hechte band. La Passione, het werk dat Andriessen in opdracht van het London Sinfonietta en de BBC schreef en morgenmiddag zijn Nederlandse première beleeft, bevat een hoofdrol die voor haar op het lijf is geschreven. “De contracten zijn nog niet getekend, dus ik zou het eigenlijk niet mogen melden. Omdat je aandringt: in oktober gaat een nieuw muziektheaterstuk van Andriessen in première, met een hoofdrol die hij voor mij schreef. Ik verheug me nu al op de maanden dat ik hieraan in Nederland zal werken.”

Even met Andriessen gebeld. “Cristina weet als een van de weinige verschillende zangstijlen te combineren. Inderdaad, het nieuwe stuk dat ik met haar in gedachten schreef heet Inanna en wordt uitgevoerd door ZT Hollandia, in een regie van Paul Koek. Hal Hartley (de Amerikaanse cultregisseur met wie Andriessen eerder The New Math[s] maakte) schreef het libretto, dat handelt over een Mesopotamische godin, de rol voor Cristina. De tekst wordt in het Engels en Soemerisch gezongen: de taal die op kleitabletten is overgeleverd. Althans: voordat de Amerikanen die tabletten bombardeerden en de plunderaars er mee vandoor gingen.”

La Passione van Louis Andriessen (Nederlandse première) door het Schönberg Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw, solisten: Cristina Zavalloni en Monica Germino. Zaterdag in het Concertgebouw, aanvang 14:15, kaarten 12 euro. De cd Cristina Zavalloni verscheen bij Arpa (SSB 021) en is alleen via importkanalen verkrijgbaar.

Noot 2016: vanavond (woensdag 30 maart) treedt Zavalloni met haar nieuwe groep Special Dish op in  het Amsterdamse Bimhuis, aanvang 20:30, kaarten 20 euro.

Advertenties

Zee wordt vijver

→MUZIEK Babel Méd
DOOR Jaïr Tchong
De Algerijnse taxichauffeur houdt zich in om niet in het bijzijn van de passagier mee te zingen met Radio FIP. In het halfuurtje van het vliegveld naar het centrum van Marseille klinkt op deze radiozender een weelderige mélange van klassieke Arabische muziek, jazz, Franstalige rap uit Afrika en het Franse chanson. Voor de liefhebber van niet­westerse muziek, zowel traditioneel als hedendaags, is het in Frankrijk goed toeven. Radio FIP is maar een lokaal symptoom van wat je kunt aanduiden als een chronisch kosmopolitische aandoening in de Franse cultuur. Ook Radio Nova, opgericht door de flamboyante muziekkenner Jean-­François Bizot, de tijdschriften Mondomix en Vibrations en de Parijse concertzaal Cité de la Musique zijn symptomatisch voor de grensoverschrijdende Franse muziekcultuur. Om nog maar te zwijgen van de talloze jazz-­ en wereldmuziekfestivals die het hele jaar tot in de meest slaperige provinciestadjes te genieten zijn. Aan de vanzelfsprekendheid waarmee hier binnen mainstream media de Noord­-Afrikaanse cultuur een plek heeft gevonden kan Nederland een voorbeeld nemen.

De concertzaal Dock des Suds lijkt wat betreft industriële grandeur wel een beetje op de Amsterdamse Westergasfabriek. Het immense complex is gehuisvest in een voormalige havenloods die drie jaar geleden is afgebrand, maar meteen daarna in ere werd hersteld. Het vermaarde podium biedt ook ruimte aan Fiësta des Suds, een jaarlijks festival waarvoor de hele omliggende wijk wordt afgezet, en Babel Méd, een jaarlijks wereldmuziekcongres en festival. In tegenstelling tot de vergelijkbare (maar vele malen grotere) Womex in Sevilla, dat geldt als de Frankfurter Buchmesse van de wereldmuziek, slaagt Babel Méd er wél in om ook het lokale, niet-professionele publiek aan te spreken. Voor vijftien euro per avond tien onbekende bands uit vijf continenten – dat zorgt ervoor dat de congresgangers getalsmatig geheel worden overstemd door een enthousiast concertpubliek.

De dertig groepen zijn losjes gerangschikt rond het thema waarvoor Dock des Suds zijn royale subsidiegelden uit Parijs ontvangt. De muziekculturen rond de Middellandse Zee worden hier programmatisch opgevat als één universum. Een mind boggling idee dat alleen een Frans imperialistisch brein bedenken kan. Tegelijkertijd is het ook een heel stimulerende visie, waarmee die zee ineens de contouren van een vijver krijgt. Het is ook méér dan een theorie, want het publiek van Babel Méd zet een belangrijke, positieve kanttekening bij stapels van schrille integratierapporten. De multiculturele samenleving is hier een voldongen feit, geen polemisch leerstuk. In Frankrijk is wereldmuziek dan ook veel minder voorbehouden aan de excentrieke blanke elite die haar in Nederland pleegt te consumeren. Wereldmuziek is le plus cool.

Nu mag het Franse imperialisme politiek gezien – op wat society­berichtgeving rond het presidentiële sterrenkoppel na – tegenwoordig geen deuk meer in een pak boter slaan, cultureel gezien is die typisch Franse grote greep in het denken alomtegenwoordig. Voor iedereen die de Nederlandse wereldmuziek is gewend, is Frankrijk alleen al daarom adembenemend. La Réunion wordt hier met gemak als Franse cultuur gezien, immers Franssprekend. La Francophonie leeft, alleen al dankzij de Alliance Française, die over het hele Afrikaanse continent artiesten met elkaar in contact brengt, vaak met klinkend artistiek resultaat. Vergelijk dit met het bitterballencircuit van de Nederlandse diplomatie, waarin Nederlandse jazzartiesten zich onder de tropenzon sufschnabbelen voor een publiek van expats in den vreemde.

Babel Méd is surrealistisch Frans. Waar elders kun je een feestelijke presentatie bijwonen van Le guide des fanfares, een gids met zesduizend internationale contactadressen voor iedereen die ooit iets met fanfaremuziek wil doen? Forumdiscussies rond het thema ‘hoe word ik rijk en beroemd’, een verplicht nummer voor een muziekcongres, worden afgewisseld met panelgesprekken over de verrassende manier waarop de wereldmuzieksector zich vooralsnog aan de huidige malaise in de muziekindustrie weet te onttrekken. Klassen van naburige scholengemeenschappen worden alvast rondgeleid voor een vroege oriëntatie in de wereldmuziek. Zo te zien niet onvrijwillig.

Na drie enerverende dagen Babel Méd een voorspelling. De Catalaanse popgroep La Troba Kung Fu gaat deze zomer scharen fans oogsten, als ze tenminste door Lowlands worden uitgenodigd. Zabit Nabizade zal de Azerbeidjaanse muziek in Nederland op de kaart zetten. En de eerste Dutch Blend Meeting, op vrijdag 23 en zaterdag 24 mei in Rotterdam, heeft met Babel Méd, en vooral de geest van Dock des Suds, alvast een stevig ambitieniveau te evenaren.
Dock des Suds, 12, Rue Urbain V, Marseille
© Jaïr Tchong / De Groene Amsterdammer, 2 april 2008.