doen of laten

In het kader van mijn voortdurende nieuwsgierigheid naar het reilen en zeilen van de mens, toog ik vanochtend naar mijn allereerste partijcongres. Als niet-lid, laat dat duidelijk zijn. D66 hield haar goed bezochte 102e congres in de Beurs van Berlage, Amsterdam. De congreslust van de democraten is opvallend: waar een aantal jaren terug nog sprake was van krap driehonderd bezoekers, waren er nu naar verluidt 3200 enthousiast stemmende en lobbyende democraten. Ik zou hier graag schrijven: all walks of life and all colours, maar dat is niet zo. Meerderheid blank, veel mannen in pak, wel generationeel een aardige dwarsdoorsnede, zo op het oog. Ook de verdeling man/vrouw lijkt me bij D66 in goede handen.

Bij het aanzien van zoveel uitbundig geëtaleerde politieke energie viel ik al snel ten prooi aan ietwat sentimentele gedachten, zoals: “dít nu is de uitzondering, dat mensen lid worden van een vereniging en dan op zaterdagmiddag samen in conclaaf gaan ter vorming van hun ideale wereld.” Want de regel in dit ondermaanse is natuurlijk een botte strijd om de macht met alle toegestane en niet-toegestane middelen. Wapengekletter en rivieren van bloed, op een armetierig rondtollend stuk ruimte afval waarvan de natuurlijke bronnen binnen afzienbare termijn op weergaloze wijze zullen zijn uitgeput. De laatste strijd zal om de laatste druppel water zijn. Ik voorzie puissant rijke oliebaronnen in blinde paniek met hun ondrinkbare rijkdom.

Ik dwaal af. De plenaire sessie begon onder een duidelijk aangedane Kajsa Ollongren (wethouder van heel wat economische zaken en oh ja: ook cultuur), die de zaal wijlen Elst Borst in herinnering bracht. Die emotie kwam over, grimmig dacht ik “hadden we eindelijk een staatsvrouw met enig natuurlijk gezag en gezonde aversie jegens mediawaan en Nieuwspoortgeilheid, wordt ze vermoord door een idioot.” Over de stemmingen (er waren wat functies te vergeven) laat ik me als niet-partijlid maar niet uit, ik besloot aan te schuiven bij de sessie ‘denk en handel internationaal’, met als presentatoren de bekende arabiste Petra Stienen en Frank van Mil, directeur van de Hans van Mierlo Stichting (het wetenschappelijk bureau van D66). Laatstgenoemde wist met veel bravoure de alledaagse actualiteit van politieke theorie aannemelijk te maken. Zijn bureau heeft een essay uitgebracht over internationalisering – hier kom ik later op terug, evenals het bundeltje waarin het gedachtengoed van D66 inzake cultuurbeleid staat aangekondigd.

Voor lidmaatschap van een partij zal ik wel altijd ongeschikt blijven, maar deze zonnige morgen onder democraten had beslist een opbeurende werking op mijn ietwat wankele gemoed. De laatste tijd blijft me die irritant montere facebookmuurwijsheid parten spelen: ‘be the change you want to see’. Ergens is het ook wel typisch ‘old world’ en avondlanderig om er steeds maar vanuit te gaan dat elke poging om iets goed te doen kan (of zelfs zal) verkeren in zijn tegendeel, en dat the powers that be simpelweg onoverwinbaar zijn. De sessie internationaal denken en doen van Stienen en Van Mil gaven me wat nieuwe ideetjes, waarover later meer. Of zoals die onvolprezen dichtregel aan het eind van iedere motie luidt: ‘en gaat over tot de orde van de dag.’

IDFA koorts

Still uit de film Sonita van​ Rokhsareh Ghaem Maghami (2015).

Still uit de film Sonita van​ Rokhsareh Ghaem Maghami (2015), oa. te zien in de Tolhuistuin op woensdag 25 november.

Vanmorgen woonde ik de persconferentie van het IDFA bij. Dat ging gelukkig heel vlot en terzake. Festivaldirecteur Ally Derks schoot in een razend tempo door de feiten heen: dit jaar werden er 3.000 films aangeboden, die door 20 viewers zijn teruggebracht tot de 329 films die tijdens deze 28e editie van het grootste documentaire filmfestival ter wereld zullen worden vertoond. Meer dan voorheen was cinematografische waarde (naast diversiteit en talentontwikkeling) volgens Derks een leidend criterium bij de selectie. Dat stemt nieuwsgierig, want de aloude kwestie bij IDFA blijft in hoeverre de vorm of juist de inhoud mag vooropstaan. In het IDFA DNA zit politiek engagement stevig ingebakken, wat weliswaar vaak urgente films oplevert, maar wat ook als inherent gevaar heeft dat je soms het gevoel hebt naar een veredelde tv-uitzending te kijken.

Het is natuurlijk een schijntegenstelling, want de excellente makers weten die dichotomie tussen vorm en inhoud op te heffen in een film die zowel esthetisch overtuigend is, als dusdanig actueel en belangwekkend dat je de bioscoop verlaat met een tintelend gevoel dat in niets vergelijkbaar is met bankhangen voor de beeldbuis. Ik denk hierbij aan bijvoorbeeld The 3 Rooms of Melancholia (‘Melancholian 3 huonetta’ uit 2004, van de Finse regisseuse Pirjo Hankasalo) – een cinematografische ervaring die ik niet snel meer zal vergeten. Zo’n film waarvan je je het daglicht en de geur van de stad toen je de zaal verliet nog vlijmscherp herinnert.

Nieuws dat ik uit deze persconferentie noteer: tijdens een IDFA komen er gemiddeld zo’n 5.000 scholieren wel eens kijken, dus dit jaar is er voor het eerst een aparte competitie, Kids & Docs genaamd. Je kan niet vroeg genoeg beginnen met kritisch kijken naar beeld, dus wat een fijn initiatief. Opmerkelijk nieuws was verder het partnership met VICE, momenteel het allerhipste mediamerk in de westerse wereld. Wie nog denkt dat dit een schimmige cultsite voor hipsters is: VICE is voor oude, verliesgevende media de ergste nachtmerrie – lees hier een goed achtergrondartikel uit Vrij Nederland. Je kon er overigens op wachten: zo zag ik eerder dit jaar een prachtige zwart/wit vampierfilm, gemaakt door een jonge Iraanse regisseuse die in L.A. woont, en wiens film werd gecofinancierd door VICE. Met deze klinkende samenwerking wil IDFA de nawerking voor filmmakers (wat doe je met eventueel succes tijdens IDFA na afloop van het festival?) nog verder garanderen.

In de organisatie van de prijzen zijn er verder wat wijzigingen, waarvan de voornaamse is dat ditmaal op 25 november in de Melkweg Rabozaal alle juryprijzen worden uitgereikt – en de publieksprijzen pas later volgen. De Melkweg host overigens zoals gebruikelijk de muziekdocumentaire competitie, met een aanvullend randprogramma.

Door Derks onvermeld bleef de samenwerking van IDFA met de vier door de gemeente benoemde ‘cultuurhuizen’ van Amsterdam, te weten Bijlmerparktheater, Meervaart, Podium Mozaïek en Tolhuistuin. Deze vier hebben op basis van door IDFA samengestelde longlists eigen programma’s samengesteld. Zo zal de grote zaal van de Tolhuistuin van maandag 23 november tot en met woensdag 25 november met twee filmvertoningen per dag plus randprogramma voor het eerst in het teken staan van IDFA.

Derks besloot de persconferentie met een blik in het huishoudboekje van IDFA: vorig jaar telde men 255.000 bezoeken, en men werkt met een begroting van 4.820.000 euro, waarvan 27 procent gesubsidieerd is. IDFA verwelkomt Arri, naar verluidt een toonaangevende (of moet ik zeggen: beeldbepalende) fabrikant van camera’s.

Besluit ik dit bericht met wat persoonlijke tips om jezelf een weg te banen in het gargantueske aanbod. Onder de naam Paradocs staat het artistieke experiment centraal, dus als je genoeg hebt van de stereotype, newsy, Amerikaanse manier van documentaire maken, dan is dit je serie. Let ook op het Doclab, dat in de Brakke Grond een conferentie organiseert over ‘digital storytelling’ – dus alle nieuwe, digitale manieren waarop je een verhaal kunt vertellen. Sounds Real, voor het eerst dit jaar, stelt het geluidsontwerp (cruciaal bij iedere goede documentaire) als onderwerp centraal: verwacht in die serie films waarin de kunstvorm van het geluidsontwerp invoelbaar wordt gemaakt. Met Dutch Docs 65 – 90 presenteert IDFA de beste Nederlandse documentaires, gemaakt tussen 1965 en 1990.

Laatste tip (dit bericht dreigt al net zo overdadig te worden als het IDFA zelf): ergens in de slides van Derks zag ik staan dat Pieter van Huystee met een film over Jeroen Bosch komt. Dat moet wel de moeite waard zijn, want van deze producent komen steevast de mooiste films. De openingsfilm van het IDFA, Tom Fassaerts A Family Affair, is tenslotte ook zeer de moeite waard (waarover later meer, we zijn hier nog emotioneel aan het herstellen van deze slopende film). A Family Affair is vanaf 19 november in de filmtheaters te zien.

Het IDFA is van 18 tot en met 29 november op diverse locaties in Amsterdam.