IDFA 2017: Jonathan Harris

Jonathan Harris

Jonathan Harris, Tuschinski, november 17, 2017. © Nichon Glerum/IDFA.

Voor het Cultureel Persbureau ging ik naar de Master Talk van Jonathan Harris (een digitale kunstenaar die dit jaar de artist in focus is van IDFA) en de DocLab conferentie en schreef er dit artikel over. Later vandaag ook leesbaar voor gebruikers van Blendle en Reporters Online.

Advertenties

IDFA: uncharted rituals

1

Jonathan Harris, Data Manifesto, 2013.

Highly recommended: IDFA’s DocLab presents Uncharted Rituals. A collection of installations and six VR shorts, by artists like Jonathan Harris, Memo Akten, Jonathan Puckey and Qi Zhao. Daily @ Brakke Grond from 9 AM till 23 PM, free admission. Final day of this exhibition: sunday november 26th. Mr. Harris’ magnificent Master Talk (friday) keeps on resonating in my mind, as today’s DocLab Conference is too. A lot to digest, but one can expect an article soon..

3 IDFA tips

ethiopiques 1-29.jpg

Ethiopiques, volume 1 t/m 29.

Terwijl ik het papieren magazine nog aan het verwerken ben – wat een aanbod nu weer! – alvast drie IDFA tips.

1. Uncharted Rituals @ de Brakke Grond
DocLab, het IDFA podium voor interactieve mediakunst, heeft in (en buiten) de Brakke Grond een expositie ingericht met een dertigtal installaties, waarbij me de aangenaam kritische ondertoon vooral opviel. Treffend citaat uit de programmakrant: “Verslaafd aan telefoons, gevangen in virtuele filterbubbels en afhankelijk van een handjevol tech bedrijven gedragen we ons in de ogen van de computer steeds voorspelbaarder.” Met o.a. werken van Jonathan Harris en Memo Akten. Iedere dag van 9u tot 23u gratis toegankelijk, tot en met zondag 26 november.

2. Ethiopiques – Revolt of the soul + live: Girma Bèyènè & Akalé Wubé @ Melkweg
Eerder dit jaar zag ik op de Nijmeegse Music Meeting de Franse groep Akalé Wubé samen met de Ethiopische zanger/componist Girma Bèyènè. IDFA heeft Maciek Bochniak’s Ethiopiques – Revolt of the soul (Polen/Duitsland, 2017, 70 minuten) geprogrammeerd, een documentaire over de inmiddels legendarische cd-reeks van Francis Falceto. Daarna dus live muziek van Girma Bèyènè & Akalé Wubé, op maandag 20 november in de Melkweg Rabozaal, de film begint om 21.15u.

De film draait zonder live concert op dinsdag 21 november om 13.45u in Tuschinski 4, zaterdag 25 november om 14.00u in Podium Mozaïek en zondag 26 november om 16.45u in Munt 9.

3. Amal (Mohamed Siam)
De openingsfilm Amal deed me sterk denken aan Sonita (2015), maar wat deze film bereikt aan ‘fly on the wall’ registratie maakt het extra bijzonder. Bij Sonita grepen de filmmakers vaak in, terwijl Siam doet voorkomen alsof de camera simpelweg niet aanwezig was. De aangrijpende beelden van de Egyptische revolutie geven deze westerse kijker het onbehaaglijke gevoel hier in een decadente democratie te leven, waarin mensen niet meer beseffen hoeveel er nodig was om stemrecht mogelijk te maken.

ns publieksprijs: ik nomineer

Jacqueline Oskamp: Een behoorlijk kabaal -Een cultuur- geschiedenis van Nederland in de twintigste eeuwDit jaar ben ik kernjurylid van de NS Publieksprijs, samen met 274 andere lezers. Op 25 oktober kreeg ik zes bestsellers ter beoordeling, waarvan overigens vijf non-fictie – wat zegt dit over de status van literatuur in Nederland? Hieruit mag ik 1 winnaar kiezen. Het reglement staat toe om een eigen kandidaat te nomineren.

Aangezien de schrijvers van de short list reeds alle denkbare aandacht hebben gehad (ook in de vorm van de NS Publieksprijs, veel recidivisten dit jaar) nomineer ik bij deze Jacqueline Oskamp, Een behoorlijk kabaal – een cultuurgeschiedenis van Nederland in de twintigste eeuw (ambo | anthos, 2016, 408 pagina’s). Dit is weliswaar ook non-fictie, maar het onderwerp ligt me heel nauw aan het hart en meer aandacht voor klassiek moderne muziek is altijd welkom.

De belangrijkste componistenprijs van Nederland is vernoemd naar Matthijs Vermeulen, maar wie kent deze tragische figuur nou? In het buitenland zou er allang een biopic over hem zijn gemaakt. Om nog maar te zwijgen over Daniël Ruyneman, die door Oskamp heel overtuigend aan de vergetelheid wordt onttrokken. Haar boek stemt luisterlustig – het beste wat je met een boek over muziek kunt bereiken.

Het ontbreekt de Nederlandse klassieke muziek veelal aan publieke waardering, laat staan noodzakelijke kennis of zelfs maar interesse bij de verantwoordelijke politici. Deze situatie kon ontstaan om tal van redenen, die Oskamp helder inzichtelijk maakt. Een mogelijke oorzaak hiervan is de verwijdering tussen publiek en componist die ontstond tijdens het Modernisme (leestip voor de beste internationale weergave van dat proces: Alex Ross, The Rest Is Noise – Listening to the Twentieth Century, 2007).

Oskamp weet dit gebrek aan liefde en waardering met kracht van argumentatie vooral te koppelen aan neoliberale cultuurpolitiek. Inderdaad: een contradictio in terminis. Want dit ‘beleid’ komt vooral neer op: flikker het maar over het hek en laat de markt maar betalen en bepalen. Gek, dat zegt men nou nooit over een Mondriaan of Rembrandt. Of over de inzet van een politiemacht na een voetbalwedstrijd.

Als politicologe heeft Oskamp een scherpe blik op de maatschappelijke context waarin gecomponeerde muziek vorm krijgt. Er kleeft ironie aan dit verhaal: uitgerekend in de jaren vlak nadat er in Amsterdam een prachtige, grote concertzaal voor actuele muziek werd opgericht, kreeg de sector de meest onbehouwen saneerder ooit als geachte opponent. Iemand die werd getypecast op dédain en desinteresse jegens zijn beleidsterrein (terzijde: ik ben heel benieuwd hoe deze VVD-er zijn nieuwe, internationale, diplomatieke rol gaat invullen).

Inmiddels is het tij voor de Nederlandse klassieke muziek iets ten gunste gekeerd. Er is sprake van enig herstel, hoewel Oskamp onlangs nog een kleine publicatie bij wijze van coda publiceerde, over de nog immer precaire situatie van de Nederlandse muziekarchieven. Hierover later meer – de drukbezochte boekpresentatie in Den Haag gaf in ieder geval grond aan enig vertrouwen.

Interessante ontwikkelingen schragen de noodzaak voor Een behoorlijk kabaal: er is tegenwoordig een club (Splendor, Amsterdam), een clubnacht (Tracks, in de kleine zaal van het Amsterdamse Concertgebouw), een Componist des Vaderlands, een festival (Wonderfeel, ‘s-Graveland) en een digitaal platform (24 classics). Het belangrijkste klassieke muzieklabel pionierde met Yellow Lounge, in Rotterdam liefdevol gecopycat onder de naam Red Sofa. Neem voor een indruk van dit nieuwe elan vooral ook eens een kijkje in het prachtige Muzieklokaal, aan de Bemuurde Weerd in Utrecht.

Belangrijker nog dan deze infrastructurele ontwikkelingen: artiesten zélf ontwikkelen zich steeds meer ‘post genre’, en buiten formele setting. Veelal conservatorium getrainde musici en componisten breken vrolijk die aloude denkwijzen, praktijken en begrenzingen van de klassieke muziek af. Ze worden hierbij actief ondersteund door nieuwe, ook jonge luisteraars die via Spotify en YouTube in alle richtingen luisteren – zonder vooroordeel of ingesleten luisterverwachting. Zonder poeha, ook.

Geheel in de geest van dit boek is vanuit Splendor samen met de VPRO bijvoorbeeld ook het Weeshuis van de Nederlandse Muziek opgezet. Bij al deze gunstige ontwikkelingen levert Oskamp een inzichtelijke, vaak meeslepend geschreven voorgeschiedenis. Haar boek komt, het moge inmiddels duidelijk zijn, geen moment te vroeg of te laat. Overigens werd het uitgegeven in een ook voor de trein prettig in de hand liggend formaat.

Erik Voermans schreef over dit boek deze recensie in Het Parool, Persis Bekkering deed dat voor de Volkskrant hier en Thea Derks voor het Cultureel Persbureau hier. Desondanks bleef Een behoorlijk kabaal te weinig gehoord. Stem Oskamp met dit prachtige boek de onvergetelijkheid in via deze link: https://www.nspublieksprijs.nl/stem/db8e1af0cb3aca1ae2d0018624204529

(Noot: de 275 kernjuryleden worden geacht campagne te voeren voor hun keus. Het jurylid dat op die manier (via de link hierboven dus) ‘zijn’ meeste stemmers weet te mobiliseren mag een jaar lang in een nader te bepalen boekhandel 1 x per maand één titel (à 25 euro) uitkiezen. Nu is mijn campagne ernstig gehandicapt vanwege mijn afwezigheid op facebook en twitter. Met een stem via deze link op Een behoorlijk kabaal ondersteun je dus ook mijn leesgedrag in 2018.)

Peter Perrett in Paradiso

2017-11-13 20.16.54

Zag gisteravond in de kleine zaal van Paradiso een uitzonderlijk goed concert van Peter Perrett, de alleen in bepaalde post punk kringen befaamde Britse poète maudit. Eind jaren zeventig bracht Perrett met zijn groep The Only Ones drie prachtige elpees uit. Deze zomer was er ineens een nieuwe plaat, How The West Was Won.

Het loont lang niet altijd om oude helden te gaan zien, maar Perrett gaf met zijn jonge band (waarin twee zonen!) een concert van de buitencategorie. Voor Cultureel Persbureau schreef ik er een persoonlijk stuk over. Later vandaag ook op Blendle en Reporters Online te lezen.

dancing on the edge

DOTE_Horizontal Campaign imageZodra ik als kunstconsument willekeur bij de kunstenaar of diens maakproces begin te vermoeden haak ik af. Met deze constatering verbaas ik overigens nu mijzelf. Ik ben immers geen vormfetisjist, ook geen canonjunkie, en nota bene in geen van de standaard kunstdisciplines gediplomeerd. Geen componist, geen uitvoerend musicus en geen acteur. Filmmaker noch regisseur, en ook als tekstschrijver niet afgestudeerd. ‘Maniakale observant’ of ‘emotionele dilettant’ komt nog het dichtst in de buurt. (…)

Gisteravond woonde ik de openingsavond van Dancing on the Edge bij, in Podium Mozaïek, Bos en Lommer. Voor Cultureel Persbureau (ook leesbaar voor gebruikers van Blendle en Reporters Online) schreef ik deze impressie. Het festival is nog tot en met 18 november in Den Haag, Amsterdam, Utrecht en Rotterdam te zien.

(handgebaar vuurwapen)

Cor_van_Hout_en_Willem_Holleeder

Cor van Hout en Willem Holleeder

Met 274 andere lezers ben ik momenteel lid van de kernjury van de NS Publieksprijs. Voor maandag 20 november worden we geacht uit deze zes titels een winnaar te kiezen: Johan Cruijff, Mijn verhaal; Michel van Egmond, De wereld volgens Gijp; Astrid Holleeder, Judas – een familiekroniek; Geert Mak, De levens van Jan Six – een familiegeschiedenis; Saskia Noort, Huidpijn; Thijs Zonneveld, Thomas Dekker – Mijn gevecht. Sinds 1987 waren dit de winnaars.

Afgelopen week las ik Judas van Astrid Holleeder, memoires van de zus van de beroemdste crimineel van Nederland. Zelf noemt ze het herhaaldelijk een testament: Willem Holleeder heeft naar verluidt al een prijs op haar hoofd gezet. Astrid is er zeker van dat ze in opdracht van haar broer zal worden vermoord.

In het eerste, meer verhalende deel schetst Astrid hoe zij zich met sport en studie wist te ontworstelen aan haar disfunctionele gezin en dan vooral haar gewelddadige vader en broer. In deel twee lees je in dagboekvorm hoe zij vervolgens met justitie samenwerkt om Willem Holleeder tot levenslang veroordeeld te krijgen.

Het Jordaanmilieu waarin Astrid volwassen werd liet weinig ruimte voor verbeelding of zelfs maar ontwikkeling. Permanent stond ieder gezinslid onder hoogspanning: zou hun alcoholische vader weer ontploffen? Die in zichzelf gekeerde wereld van de Jordaan van voor de gentrificatie roept associatieve werelden op van Charles Dickens tot en met Ciske de rat. De stijl is echter effectief kaal en gelukkig niet gekunsteld literair.

Dit boek gaat nauwelijks over de ontvoering van Heineken, of de vele liquidaties daarna. Het ware drama is hier de psychologische terreur die van vader op zoon over is gegaan en die Astrids hele familie en schoonfamilie gegijzeld houdt. Willem Holleeder, die in 2012 even door een gunstig ontvangen tv-optreden in de schijnwerpers stond als nationale knuffelcrimineel, wordt door Astrid trefzeker geportretteerd als een meesterintrigant, die met een haast autistische genialiteit mensen tegen elkaar weet uit te spelen, en daarbij zelf altijd buiten spel lijkt te staan.

Een dergelijke psychobiografie is natuurlijk een bekend gegeven in de fictie, van The Godfather via Goodfellas tot Narcos. Knap is de wijze waarop Astrid hier een dergelijke romantische mystificatie weet te vermijden. Hooguit herinnert zij zich wat schaarse incidenten van tederheid tussen broer en zus, momenten die haar wroeging over haar stap naar justitie overigens nog scherper en geloofwaardiger maken.

“Volledig op de hoogte van de opsporingsmethoden van justitie, anticipeert hij op hun manier van werken en zorgt ervoor dat geen traceerbare ontmoeting, geen observatie, geen zichtbaar contact, geen gesprek of telefoongesprek hem kan belasten. Integendeel, hij gebruikt de opsporingsmethoden van justitie om zijn eigen verhaal te bevestigen. Voortdurend erop bedacht te worden afgeluisterd, zegt hij luid en duidelijk wat hij wil dat justitie hoort; het verhaal dat hij kan gebruiken om justitie op het verkeerde spoor te zetten. Het ‘maken van tapjes’, noemt hij dat. Wat justitie niet mag horen gebaart of fluistert hij, zodat het op opnameapparatuur niet te horen valt.” (142)

De macht die Willem Holleeder over Astrid en haar familie volcontinu weet uit te oefenen is voor de lezer een ronduit claustrofobische ervaring. Wanneer Astrid en haar zus na jaren van twijfel uiteindelijk getuigen tegen Willem (‘Vrouwen vloeren Holleeder’ kopt een krant) volgt er echter geen verlossing. Beide zussen zijn – waarschijnlijk terecht – ervan overtuigd met die verklaringen hun eigen doodvonnissen te hebben getekend. Astrid realiseert zich dat haar broer, zelfs vanuit de Extra Beveiligde Inrichting, haar leven fataal blijft begrenzen. Wegens de doodsbedreiging moet ze stoppen met haar werk als advocate en uiteindelijk ook verhuizen naar de anonimiteit.

“Was ik een jongen geweest dan was ik wellicht net zo geworden als hij. Misschien alleen omdat ik een meisje was kon ik mijn emotionele gebreken niet met geweld en bravoure compenseren, maar moest ik dat via mijn ‘intelligentie’ doen en heeft me dat behoed voor eenzelfde levensloop.” (220)

Deze true crime literatuur ontleent zijn kracht en betekenis aan de onmiskenbare psychologische dimensie – niet aan glorieuze kogelregens of sensationele ontsnappingen. De beklemming waarin vader en zoon Holleeder hun omgeving gegijzeld houden, vaak met louter een handgebaar, is adembenemend. Bewonderenswaardig hoe deze twee sterke vrouwen geheel tegen iedere verwachting en goedbedoelde adviezen in besluiten om toch op te staan tegen de waanzin. Kees Sietsma, de leider van het Heinekenteam in 1983, stelt het in een ontroerende brief aan Astrid na hun verklaringen zo: “u behoort wat mij betreft tot de ruggengraat van Nederland.” (491)

Maar Astrid Holleeder is niet de persoon voor zelffelicitatie of triomfantelijkheid. Wat resteert in een aangrijpend, rechtstreeks aan haar broer gericht nawoord is diepe, diepe melancholie.

Astrid Holleeder, Judas – een familiekroniek (Lebowski, 2016, 576 pagina’s).